BWBR0002516
Geldig vanaf 2004-09-09
Artikel 14a
Aanwijzingsbesluit verzekerden Zfw
1. Voor de verzekering van degene die een uitkering geniet ter zake van vervroegde pensionering als bedoeld in artikel 1, onder z, wordt een premie geheven tot een door Onze Minister en Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid tezamen te bepalen percentage over het gedeelte van de uitkering dat in verband met het bereiken van de 65-jarige leeftijd te zijner tijd zal vervallen.
Over het deel van de uitkering dat het in de vorige volzin bedoelde bedrag te boven gaat wordt een premie geheven tot het krachtens artikel 15, eerste lid, van de Ziekenfondswetvastgestelde percentage.
2. Behoudens nadere, door Onze Minister vast te stellen regelen, wordt de premie berekend over de uitkering, de vakantie-uitkering daaronder begrepen.
3. De in het eerste lid bedoelde premie over de uitkering wordt ingehouden door het orgaan dat de uitkering betaalbaar stelt. Bedoeld orgaan stort de premie in de Algemene Kas, bedoeld in artikel 1q van de Ziekenfondswet. Onze Minister kan in afwijking hiervan bepalen dat in door hem vast te stellen gevallen tot een door hem vast te stellen tijdstip de inning van de hier bedoelde ziekenfondspremie bij de verzekerde geschiedt door het ziekenfonds waarbij de verzekerde staat ingeschreven.
4. Voor de toepassing van dit artikel is artikel 9, tweede lid, van de Coördinatiewet Sociale Verzekering van overeenkomstige toepassing.
5. Onze Minister kan aan het in het derde lid bedoelde orgaan verplichtingen opleggen en voorschriften geven met betrekking tot de vaststelling, de invordering, de afdracht en de verantwoording van de premie.
Over het deel van de uitkering dat het in de vorige volzin bedoelde bedrag te boven gaat wordt een premie geheven tot het krachtens artikel 15, eerste lid, van de Ziekenfondswetvastgestelde percentage.
2. Behoudens nadere, door Onze Minister vast te stellen regelen, wordt de premie berekend over de uitkering, de vakantie-uitkering daaronder begrepen.
3. De in het eerste lid bedoelde premie over de uitkering wordt ingehouden door het orgaan dat de uitkering betaalbaar stelt. Bedoeld orgaan stort de premie in de Algemene Kas, bedoeld in artikel 1q van de Ziekenfondswet. Onze Minister kan in afwijking hiervan bepalen dat in door hem vast te stellen gevallen tot een door hem vast te stellen tijdstip de inning van de hier bedoelde ziekenfondspremie bij de verzekerde geschiedt door het ziekenfonds waarbij de verzekerde staat ingeschreven.
4. Voor de toepassing van dit artikel is artikel 9, tweede lid, van de Coördinatiewet Sociale Verzekering van overeenkomstige toepassing.
5. Onze Minister kan aan het in het derde lid bedoelde orgaan verplichtingen opleggen en voorschriften geven met betrekking tot de vaststelling, de invordering, de afdracht en de verantwoording van de premie.