BWBR0002420
Geldig vanaf 1960-01-01
Artikel 2
Zuiderzeesteunbesluit 1963
1. De tegemoetkoming in geld, bedoeld in het tweede lid van artikel 6 van de Zuiderzeesteunwet, bedraagt in geen geval meer dan € 453,78.
2. De belanghebbende die een vergoeding van waardevermindering als bedoeld in artikel 6a van de Zuiderzeesteunwetheeft gekregen, kan op grond van het tweede lid van artikel 6 van de Zuiderzeesteunwetslechts worden tegemoetgekomen in zoverre de na 31 december 1959 genoten vergoeding van waardevermindering, alle andere omstandigheden mede in aanmerking genomen, geen oplossing biedt voor de moeilijkheden die de liquidatie van zijn bedrijf ondervindt.
2. De belanghebbende die een vergoeding van waardevermindering als bedoeld in artikel 6a van de Zuiderzeesteunwetheeft gekregen, kan op grond van het tweede lid van artikel 6 van de Zuiderzeesteunwetslechts worden tegemoetgekomen in zoverre de na 31 december 1959 genoten vergoeding van waardevermindering, alle andere omstandigheden mede in aanmerking genomen, geen oplossing biedt voor de moeilijkheden die de liquidatie van zijn bedrijf ondervindt.