BWBR0002420
Geldig vanaf 1960-01-01
Artikel 16
Zuiderzeesteunbesluit 1963
1. Aanvragen om vergoeding van waardevermindering moeten, voor zover de belanghebbende of de zoon van een belanghebbende als bedoeld in het eerste lid van artikel 4van dit besluit, zijn visvergunning bij het in werking treden van dit besluit reeds heeft ingeleverd, uiterlijk een jaar na de dagtekening van dit besluit en overigens uiterlijk een jaar nadat de visvergunning is ingeleverd of blijvend is ingetrokken, worden ingediend bij Onze Minister.
2. Bij overschrijding van de in het vorige lid genoemde termijnen vervallen de aanspraken die aan het bepaalde in deze titel zouden kunnen worden ontleend.
2. Bij overschrijding van de in het vorige lid genoemde termijnen vervallen de aanspraken die aan het bepaalde in deze titel zouden kunnen worden ontleend.