BWBR0002420
Geldig vanaf 1960-01-01
Artikel 15
Zuiderzeesteunbesluit 1963
1. Onze Minister benoemt, de Generale Commissie gehoord, deskundigen die beslissen omtrent
a. de basiswaarde van vissersvaartuigen;
b. de indeling van een vissersvaartuig in een van de categorieën, genoemd in het eerste lid van artikel 13 van dit besluit, indien er over die indeling twijfel bestaat;
c. het aantal netten en fuiken, als bedoeld in het tweede lid van het vorige artikel, nodig voor de uitoefening van het bedrijf in de omvang, waarin die uitoefening in 1950, 1951 of 1952 geschiedde;
d. de kostprijs en omtrent het te vergoeden bedrag, ingeval omtrent de kostprijs van de in het eerste en tweede lid van het vorige artikel bedoelde netten tussen Onze Minister en de aanvrager geen overeenstemming bestaat zomede ingeval Onze Minister van oordeel is, dat de vergoeding op minder dan een derde van de kostprijs moet worden bepaald en die vergoeding niet is kunnen worden vastgesteld in overeenstemming met de aanvrager ervan.
2. De deskundigen worden vanwege Onze Minister beëdigd. Onze Minister stelt de af te leggen eed vast.
3. Onze Minister stelt regelen welke de deskundigen hebben in acht te nemen. Beslissingen van de deskundigen waarbij deze regelen niet in acht zijn genomen, kunnen door Onze Minister worden vernietigd.
a. de basiswaarde van vissersvaartuigen;
b. de indeling van een vissersvaartuig in een van de categorieën, genoemd in het eerste lid van artikel 13 van dit besluit, indien er over die indeling twijfel bestaat;
c. het aantal netten en fuiken, als bedoeld in het tweede lid van het vorige artikel, nodig voor de uitoefening van het bedrijf in de omvang, waarin die uitoefening in 1950, 1951 of 1952 geschiedde;
d. de kostprijs en omtrent het te vergoeden bedrag, ingeval omtrent de kostprijs van de in het eerste en tweede lid van het vorige artikel bedoelde netten tussen Onze Minister en de aanvrager geen overeenstemming bestaat zomede ingeval Onze Minister van oordeel is, dat de vergoeding op minder dan een derde van de kostprijs moet worden bepaald en die vergoeding niet is kunnen worden vastgesteld in overeenstemming met de aanvrager ervan.
2. De deskundigen worden vanwege Onze Minister beëdigd. Onze Minister stelt de af te leggen eed vast.
3. Onze Minister stelt regelen welke de deskundigen hebben in acht te nemen. Beslissingen van de deskundigen waarbij deze regelen niet in acht zijn genomen, kunnen door Onze Minister worden vernietigd.