BWBR0002420
Geldig vanaf 1960-01-01
Artikel 18
Zuiderzeesteunbesluit 1963
1. Indien de aanvrager ten tijde van de vaststelling van de vergoeding schulden heeft wegens een crediet of enige credieten, verleend hetzij ingevolge de Zuiderzeesteunwet, hetzij door de Credietvereniging voor de Zuiderzee, of schulden heeft wegens een crediet of enige credieten, verstrekt ingevolge een door Onze Minister van Financiën vastgestelde garantieregeling, strekt de toegekende vergoeding in de eerste plaats tot delging van deze schulden.
2. Schulden als in het vorige lid bedoeld, die op grond van dezelfde oorzaak, mede ten laste zijn van andere personen dan de aanvrager van de vergoeding, of die ten laste zijn van zijn echtgenote, worden voor de toepassing van dit artikel geacht schulden te zijn van de aanvrager.
2. Schulden als in het vorige lid bedoeld, die op grond van dezelfde oorzaak, mede ten laste zijn van andere personen dan de aanvrager van de vergoeding, of die ten laste zijn van zijn echtgenote, worden voor de toepassing van dit artikel geacht schulden te zijn van de aanvrager.