BWBR0002399
Geldig vanaf 2013-04-19
Artikel 72
Wet op het voortgezet onderwijs
1. Met inachtneming van de artikelen 53e tot en met 53ikan Onze Minister een school of scholengemeenschap die is ontstaan door samenvoeging van scholen of scholengemeenschappen voor bekostiging in aanmerking brengen, indien:
a. voor alle bij de samenvoeging betrokken scholen of scholengemeenschappen ten minste een bij ministeriële regeling vast te stellen percentage van de leerlingen van een vestiging van die school of scholengemeenschap afkomstig is uit dezelfde postcodegebieden als de leerlingen van een vestiging van een andere bij de samenvoeging betrokken school of scholengemeenschap; of
b. voor ten minste een van de bij de samenvoeging betrokken scholen of scholengemeenschappen sprake is van een bijzondere omstandigheid als bedoeld in artikel 108, vijfde lid.
2. Indien niet wordt voldaan aan het eerste lid, kan Onze Minister met inachtneming van de artikelen 53e tot en met 53ieen school of scholengemeenschap die is ontstaan door samenvoeging van scholen of scholengemeenschappen voor bekostiging in aanmerking brengen, indien de bij de samenvoeging betrokken vestigingen van de scholen of scholengemeenschappen zijn gelegen in dezelfde gemeente dan wel in aangrenzende gemeenten.
3. Na een samenvoeging kan op een vestiging in elk geval onderwijs worden verzorgd in dezelfde schoolsoorten, in dezelfde profielen als bedoeld in de artikelen 10ben 10den in dezelfde leerjaren als op de desbetreffende vestiging voor de samenvoeging werd verzorgd.
4. Samenvoeging vindt plaats met ingang van 1 augustus.
a. voor alle bij de samenvoeging betrokken scholen of scholengemeenschappen ten minste een bij ministeriële regeling vast te stellen percentage van de leerlingen van een vestiging van die school of scholengemeenschap afkomstig is uit dezelfde postcodegebieden als de leerlingen van een vestiging van een andere bij de samenvoeging betrokken school of scholengemeenschap; of
b. voor ten minste een van de bij de samenvoeging betrokken scholen of scholengemeenschappen sprake is van een bijzondere omstandigheid als bedoeld in artikel 108, vijfde lid.
2. Indien niet wordt voldaan aan het eerste lid, kan Onze Minister met inachtneming van de artikelen 53e tot en met 53ieen school of scholengemeenschap die is ontstaan door samenvoeging van scholen of scholengemeenschappen voor bekostiging in aanmerking brengen, indien de bij de samenvoeging betrokken vestigingen van de scholen of scholengemeenschappen zijn gelegen in dezelfde gemeente dan wel in aangrenzende gemeenten.
3. Na een samenvoeging kan op een vestiging in elk geval onderwijs worden verzorgd in dezelfde schoolsoorten, in dezelfde profielen als bedoeld in de artikelen 10ben 10den in dezelfde leerjaren als op de desbetreffende vestiging voor de samenvoeging werd verzorgd.
4. Samenvoeging vindt plaats met ingang van 1 augustus.