BWBR0002399
Geldig vanaf 2013-04-19
Artikel 53d
Wet op het voortgezet onderwijs
1. Een samenwerkingsschool is een school waarin zowel openbaar onderwijs als bijzonder onderwijs wordt aangeboden. Een samenwerkingsschool kan uitsluitend tot stand komen door samenvoeging van één of meer openbare scholen met één of meer bijzondere scholen en wordt in stand gehouden door een stichting, een stichting als bedoeld in artikel 53cof een stichting als bedoeld in artikel 42bwaarvan het statutaire doel in ieder geval is het in stand houden van een samenwerkingsschool. De artikelen 42cen 50zijn van overeenkomstige toepassing.
2. Een samenwerkingsschool kan uitsluitend tot stand komen indien:
a. met die totstandkoming van de samenwerkingsschool de continuïteit van het openbaar of bijzonder onderwijs gehandhaafd kan blijven; en
b. de betrokken scholen en scholengemeenschappen alle leerjaren omvatten.
3. Van een situatie als bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, is sprake indien één van de betrokken scholen op 1 oktober van het eerste of tweede schooljaar voorafgaand aan de fusiedatum werd bezocht door een aantal leerlingen gelijk aan of minder dan:
a. 120 leerlingen voor praktijkonderwijs;
b. 260 leerlingen voor voorbereidend beroepsonderwijs met één profiel;
c. 160 leerlingen per profiel voor voorbereidend beroepsonderwijs met twee of meer profielen;
d. 4/3 van het aantal leerlingen voor de overige scholen dat voor de desbetreffende schoolsoort is genoemd in artikel 107, eerste lid onder e;
e. 3/2 van het aantal leerlingen genoemd in artikel 107, tweede lid, voor praktijkonderwijs, middelbaar algemeen voortgezet onderwijs en hoger algemeen voortgezet onderwijs binnen een scholengemeenschap;
f. 130 leerlingen voor een afdeling voor hoger algemeen voortgezet onderwijs binnen een scholengemeenschap;
g. 293 leerlingen voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs binnen een scholengemeenschap; en
h. voor scholen voor voorbereidend beroepsonderwijs binnen een scholengemeenschap: 1° 195 leerlingen voor een school met één profiel als bedoeld in 10b, derde lid;
2° 120 leerlingen per profiel voor een school met twee of meer profielen als bedoeld in 10b, derde lid.
1° 195 leerlingen voor een school met één profiel als bedoeld in 10b, derde lid;
2° 120 leerlingen per profiel voor een school met twee of meer profielen als bedoeld in 10b, derde lid.
4. Samenwerkingsscholen zijn toegankelijk voor leerlingen zonder onderscheid naar godsdienst of levensbeschouwing.
5. Aan een samenwerkingsschool is een identiteitscommissie verbonden.
6. De identiteitscommissie adviseert gevraagd en ongevraagd het bevoegd gezag en de rector, directeur of centrale directie over alle aangelegenheden die betrekking hebben op de wijze waarop invulling wordt gegeven aan het openbare karakter en de identiteit van de samenwerkingsschool. De identiteitscommissie kan tevens voorstellen doen over de aangelegenheden, bedoeld in de eerste volzin.
7. De statuten van de stichting die de samenwerkingsschool in stand houdt, voorzien in een regeling over de identiteitscommissie waarin in ieder geval de samenstelling, benoeming, herbenoeming, ontslag, duur van de benoeming, werkwijze, inrichting en bevoegdheden van de identiteitscommissie zijn vastgelegd alsmede een voorziening voor het beslechten van geschillen tussen het bevoegd gezag en de identiteitscommissie. Bij de samenstelling van de identiteitscommissie is sprake van een evenwichtige verdeling tussen openbaar en bijzonder onderwijs.
8. Wijziging van de statuten van de stichting die de samenwerkingsschool in stand houdt voor zover die betrekking hebben op de regeling over de identiteitscommissie, is slechts mogelijk indien het bevoegd gezag en de identiteitscommissie daartoe gezamenlijk besluiten. Indien het een stichting betreft anders dan een stichting als bedoeld in artikel 53cen anders dan bedoeld in artikel 42b, kan een wijziging als bedoeld in de eerste volzin uitsluitend tot stand komen met instemming van de gemeenteraad van de gemeente waarin de samenwerkingsschool gevestigd is. Instemming kan slechts worden onthouden indien overheersende invloed van de overheid in de identiteitscommissie niet is verzekerd voor zover het openbaar onderwijs binnen de samenwerkingsschool betreft.
9. De stichting anders dan een stichting als bedoeld in artikel 53cen anders dan bedoeld in artikel 42bbrengt jaarlijks aan de gemeenteraad van de gemeente waarin de samenwerkingsschool gevestigd is, verslag uit over de werkzaamheden waarbij in ieder geval aandacht wordt geschonken aan de wezenskenmerken van het openbaar onderwijs. Het verslag wordt bekendgemaakt.
10. De voorschriften van deze wet en van andere wetten die het voortgezet onderwijs betreffen, alsmede de daarop gebaseerde regelingen, voor zover die voorschriften en regelingen betrekking hebben op een bijzondere school, zijn van overeenkomstige toepassing op een samenwerkingsschool als bedoeld in het eerste lid, tenzij het tegendeel blijkt.
11. In geval van ernstige taakverwaarlozing door het bestuur of functioneren in strijd met de wet, voor zover het openbaar onderwijs betreft, neemt de gemeenteraad van de gemeente waar de samenwerkingsschool gevestigd is, de maatregelen die hij nodig acht om de continuïteit van het onderwijsproces te waarborgen voor zover het openbaar onderwijs betreft. De feitelijke samenwerking wordt beëindigd op 1 augustus van het jaar na een daartoe door de gemeenteraad van de gemeente waar de samenwerkingsschool gevestigd is, en het bevoegd gezag van de samenwerkingsschool gezamenlijk genomen besluit.
12. Overdracht, opheffing of samenvoeging van de samenwerkingsschool is slechts mogelijk na instemming van de gemeenteraad van de gemeente waar de samenwerkingsschool gevestigd is.
2. Een samenwerkingsschool kan uitsluitend tot stand komen indien:
a. met die totstandkoming van de samenwerkingsschool de continuïteit van het openbaar of bijzonder onderwijs gehandhaafd kan blijven; en
b. de betrokken scholen en scholengemeenschappen alle leerjaren omvatten.
3. Van een situatie als bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, is sprake indien één van de betrokken scholen op 1 oktober van het eerste of tweede schooljaar voorafgaand aan de fusiedatum werd bezocht door een aantal leerlingen gelijk aan of minder dan:
a. 120 leerlingen voor praktijkonderwijs;
b. 260 leerlingen voor voorbereidend beroepsonderwijs met één profiel;
c. 160 leerlingen per profiel voor voorbereidend beroepsonderwijs met twee of meer profielen;
d. 4/3 van het aantal leerlingen voor de overige scholen dat voor de desbetreffende schoolsoort is genoemd in artikel 107, eerste lid onder e;
e. 3/2 van het aantal leerlingen genoemd in artikel 107, tweede lid, voor praktijkonderwijs, middelbaar algemeen voortgezet onderwijs en hoger algemeen voortgezet onderwijs binnen een scholengemeenschap;
f. 130 leerlingen voor een afdeling voor hoger algemeen voortgezet onderwijs binnen een scholengemeenschap;
g. 293 leerlingen voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs binnen een scholengemeenschap; en
h. voor scholen voor voorbereidend beroepsonderwijs binnen een scholengemeenschap: 1° 195 leerlingen voor een school met één profiel als bedoeld in 10b, derde lid;
2° 120 leerlingen per profiel voor een school met twee of meer profielen als bedoeld in 10b, derde lid.
1° 195 leerlingen voor een school met één profiel als bedoeld in 10b, derde lid;
2° 120 leerlingen per profiel voor een school met twee of meer profielen als bedoeld in 10b, derde lid.
4. Samenwerkingsscholen zijn toegankelijk voor leerlingen zonder onderscheid naar godsdienst of levensbeschouwing.
5. Aan een samenwerkingsschool is een identiteitscommissie verbonden.
6. De identiteitscommissie adviseert gevraagd en ongevraagd het bevoegd gezag en de rector, directeur of centrale directie over alle aangelegenheden die betrekking hebben op de wijze waarop invulling wordt gegeven aan het openbare karakter en de identiteit van de samenwerkingsschool. De identiteitscommissie kan tevens voorstellen doen over de aangelegenheden, bedoeld in de eerste volzin.
7. De statuten van de stichting die de samenwerkingsschool in stand houdt, voorzien in een regeling over de identiteitscommissie waarin in ieder geval de samenstelling, benoeming, herbenoeming, ontslag, duur van de benoeming, werkwijze, inrichting en bevoegdheden van de identiteitscommissie zijn vastgelegd alsmede een voorziening voor het beslechten van geschillen tussen het bevoegd gezag en de identiteitscommissie. Bij de samenstelling van de identiteitscommissie is sprake van een evenwichtige verdeling tussen openbaar en bijzonder onderwijs.
8. Wijziging van de statuten van de stichting die de samenwerkingsschool in stand houdt voor zover die betrekking hebben op de regeling over de identiteitscommissie, is slechts mogelijk indien het bevoegd gezag en de identiteitscommissie daartoe gezamenlijk besluiten. Indien het een stichting betreft anders dan een stichting als bedoeld in artikel 53cen anders dan bedoeld in artikel 42b, kan een wijziging als bedoeld in de eerste volzin uitsluitend tot stand komen met instemming van de gemeenteraad van de gemeente waarin de samenwerkingsschool gevestigd is. Instemming kan slechts worden onthouden indien overheersende invloed van de overheid in de identiteitscommissie niet is verzekerd voor zover het openbaar onderwijs binnen de samenwerkingsschool betreft.
9. De stichting anders dan een stichting als bedoeld in artikel 53cen anders dan bedoeld in artikel 42bbrengt jaarlijks aan de gemeenteraad van de gemeente waarin de samenwerkingsschool gevestigd is, verslag uit over de werkzaamheden waarbij in ieder geval aandacht wordt geschonken aan de wezenskenmerken van het openbaar onderwijs. Het verslag wordt bekendgemaakt.
10. De voorschriften van deze wet en van andere wetten die het voortgezet onderwijs betreffen, alsmede de daarop gebaseerde regelingen, voor zover die voorschriften en regelingen betrekking hebben op een bijzondere school, zijn van overeenkomstige toepassing op een samenwerkingsschool als bedoeld in het eerste lid, tenzij het tegendeel blijkt.
11. In geval van ernstige taakverwaarlozing door het bestuur of functioneren in strijd met de wet, voor zover het openbaar onderwijs betreft, neemt de gemeenteraad van de gemeente waar de samenwerkingsschool gevestigd is, de maatregelen die hij nodig acht om de continuïteit van het onderwijsproces te waarborgen voor zover het openbaar onderwijs betreft. De feitelijke samenwerking wordt beëindigd op 1 augustus van het jaar na een daartoe door de gemeenteraad van de gemeente waar de samenwerkingsschool gevestigd is, en het bevoegd gezag van de samenwerkingsschool gezamenlijk genomen besluit.
12. Overdracht, opheffing of samenvoeging van de samenwerkingsschool is slechts mogelijk na instemming van de gemeenteraad van de gemeente waar de samenwerkingsschool gevestigd is.