BWBR0002336
Geldig vanaf 1960-03-07
Artikel 4
Eisenbesluit (Vleeskeuringswet)
1. De wanden moeten voldoen aan de volgende eisen:
a. zij moeten van steen of beton zijn;
b. aan de binnenzijde moeten zij glad, vlak, waterdicht en licht van kleur zijn;
c. de hoogte, gemeten van de vloer tot de zoldering, mag op geen enkele plaats minder dan twee meter zijn.
2. Het eerste lid, onder aen b, geldt niet voor het gedeelte der wanden, dat wordt ingenomen door roosters, ventilatoren, deuren en lichtramen.
3. Het eerste lid, onder c, geldt niet ten aanzien van koel- en vriesruimten en ruimten, waar geen andere handelingen worden verricht dan het zouten van vlees, mits de in deze ruimten te verrichten werkzaamheden naar behoren kunnen plaatsvinden.
4. De wanden mogen aan de binnenzijde zijn voorzien van tegels, van een deugdelijke verflaag, welke bestand is tegen reiniging met zeepwater en ontsmettingsmiddelen, of van door Onze Minister aangewezen materiaal, dat aan daarbij gestelde eisen voldoet.
5. In afwijking van het eerste lid, onder a, kan Onze Minister bepalen, dat de wanden van door hem aangewezen bedrijfsruimten van door hem aangegeven ander materiaal dan steen of beton mogen zijn.
6. In afwijking van het eerste lid, onder b. mogen ten aanzien van vleeswinkels, als bedoeld in artikel 24, de wanden aan de binnenzijde zijn voorzien van tegels in elke kleur.
7. In afwijking van het eerste lid, onder c, mag ten aanzien van bedrijfsruimten van slachterijen, waar slachtdieren worden geslacht, de hoogte der wanden op geen enkele plaats minder dan drie meter zijn.
a. zij moeten van steen of beton zijn;
b. aan de binnenzijde moeten zij glad, vlak, waterdicht en licht van kleur zijn;
c. de hoogte, gemeten van de vloer tot de zoldering, mag op geen enkele plaats minder dan twee meter zijn.
2. Het eerste lid, onder aen b, geldt niet voor het gedeelte der wanden, dat wordt ingenomen door roosters, ventilatoren, deuren en lichtramen.
3. Het eerste lid, onder c, geldt niet ten aanzien van koel- en vriesruimten en ruimten, waar geen andere handelingen worden verricht dan het zouten van vlees, mits de in deze ruimten te verrichten werkzaamheden naar behoren kunnen plaatsvinden.
4. De wanden mogen aan de binnenzijde zijn voorzien van tegels, van een deugdelijke verflaag, welke bestand is tegen reiniging met zeepwater en ontsmettingsmiddelen, of van door Onze Minister aangewezen materiaal, dat aan daarbij gestelde eisen voldoet.
5. In afwijking van het eerste lid, onder a, kan Onze Minister bepalen, dat de wanden van door hem aangewezen bedrijfsruimten van door hem aangegeven ander materiaal dan steen of beton mogen zijn.
6. In afwijking van het eerste lid, onder b. mogen ten aanzien van vleeswinkels, als bedoeld in artikel 24, de wanden aan de binnenzijde zijn voorzien van tegels in elke kleur.
7. In afwijking van het eerste lid, onder c, mag ten aanzien van bedrijfsruimten van slachterijen, waar slachtdieren worden geslacht, de hoogte der wanden op geen enkele plaats minder dan drie meter zijn.