BWBR0002336
Geldig vanaf 1960-03-07
Artikel 24
Eisenbesluit (Vleeskeuringswet)
1. De bedrijfsruimten van die vleeswinkels, waarin wordt uitgeoefend het slagersbedrijf, onderscheidenlijk het paardenslagersbedrijf, als bedoeld in het Vestigingsbesluit levensmiddelenbedrijven 1961 ( Stb.23), en de in die bedrijfsruimten aanwezige toestellen, gereedschappen en andere voorwerpen, benodigd voor het bewaren, bereiden, bewerken, uitstallen of verkopen van in artikel 25, eerste lid, bedoelde waren, moeten zich bij de aanvang van de dagelijkse werkzaamheden in reine toestand bevinden en gedurende de werkzaamheden in zo rein mogelijke toestand worden gehouden.
2. Metalen voorwerpen, als bedoeld in het eerste lid, dienen bij voorkeur van niet-roestend metaal te zijn vervaardigd en zoveel mogelijk glad te zijn. Zij moeten steeds roestvrij zijn. Hakblokken en snijplanken dienen van een kunststof of een harde houtsoort te zijn vervaardigd en een zoveel mogelijk glad oppervlak te hebben zonder naden of scheuren.
3. In de bedrijfsruimte van elke vleeswinkel, als bedoeld in het eerste lid, of, voor zover zulks niet uitvoerbaar is te achten, in de onmiddellijke nabijheid daarvan, moet aanwezig zijn een wasgelegenheid met vaste aan- en afvoer, met reukloze zeep en één of meer schone handdoeken of doelmatig handendroogapparaat.
2. Metalen voorwerpen, als bedoeld in het eerste lid, dienen bij voorkeur van niet-roestend metaal te zijn vervaardigd en zoveel mogelijk glad te zijn. Zij moeten steeds roestvrij zijn. Hakblokken en snijplanken dienen van een kunststof of een harde houtsoort te zijn vervaardigd en een zoveel mogelijk glad oppervlak te hebben zonder naden of scheuren.
3. In de bedrijfsruimte van elke vleeswinkel, als bedoeld in het eerste lid, of, voor zover zulks niet uitvoerbaar is te achten, in de onmiddellijke nabijheid daarvan, moet aanwezig zijn een wasgelegenheid met vaste aan- en afvoer, met reukloze zeep en één of meer schone handdoeken of doelmatig handendroogapparaat.