BWBR0002336
Geldig vanaf 1960-03-07
Artikel 26b
Eisenbesluit (Vleeskeuringswet)
1. In bedrijfsruimten van vleeswinkels, als bedoeld in artikel 26a, mag geen ander vlees aanwezig zijn dan voorverpakt vlees, dat wat betreft de verpakking voldoet aan de daaraan door Onze Minister te stellen eisen.
2. Indien het vlees, anders dan in diepgevroren toestand, aanwezig is, dient het bij een temperatuur van maximaal 7° C en minimaal -1° C te worden bewaard.
3. Door middel van een aangebrachte thermometer moet de temperatuur van de gekoelde ruimte, waarin het vlees in afwachting van verkoop wordt bewaard, steeds gemakkelijk afleesbaar zijn.
4. De ruimte, waarin het vlees in afwachting van verkoop wordt bewaard, moet zich te allen tijde in reine toestand bevinden.
5. Door of vanwege de keuringsdienst geopende verpakkingen moeten door of vanwege genoemde dienst zijn gewaarmerkt.
6. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid, mag in de verkoopruimte van vleeswinkels, als bedoeld in artikel 26a, onverpakt vlees aanwezig zijn indien het in afwachting van rechtstreekse verkoop aan de uiteindelijke verbruiker wordt bewaard in een koelmeubel dat zich te allen tijde in reine toestand bevindt.
Het vlees dient zodanig te worden opgeslagen dat ieder contact met andere levensmiddelen of zelfstandigheden, die bezoedeling of bederf van het vlees kunnen bevorderen of een afwijkende geur, kleur of smaak op het vlees kunnen overbrengen, wordt voorkomen. De eisen ten aanzien van de bewaartemperatuur en de thermometer als bedoeld in het tweede onderscheidenlijk het derde lid zijn, voor zover vlees in dit meubel is opgeslagen, van overeenkomstige toepassing. Het koelmeubel dient zodanig geconstrueerd te zijn dat de uiteindelijke verbruiker het vlees niet kan aanraken of betasten en het vlees niet in direct contact komt met de bodem van het meubel. Gebruikte onderlagen dienen zich te allen tijde in reine toestand te bevinden.
2. Indien het vlees, anders dan in diepgevroren toestand, aanwezig is, dient het bij een temperatuur van maximaal 7° C en minimaal -1° C te worden bewaard.
3. Door middel van een aangebrachte thermometer moet de temperatuur van de gekoelde ruimte, waarin het vlees in afwachting van verkoop wordt bewaard, steeds gemakkelijk afleesbaar zijn.
4. De ruimte, waarin het vlees in afwachting van verkoop wordt bewaard, moet zich te allen tijde in reine toestand bevinden.
5. Door of vanwege de keuringsdienst geopende verpakkingen moeten door of vanwege genoemde dienst zijn gewaarmerkt.
6. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid, mag in de verkoopruimte van vleeswinkels, als bedoeld in artikel 26a, onverpakt vlees aanwezig zijn indien het in afwachting van rechtstreekse verkoop aan de uiteindelijke verbruiker wordt bewaard in een koelmeubel dat zich te allen tijde in reine toestand bevindt.
Het vlees dient zodanig te worden opgeslagen dat ieder contact met andere levensmiddelen of zelfstandigheden, die bezoedeling of bederf van het vlees kunnen bevorderen of een afwijkende geur, kleur of smaak op het vlees kunnen overbrengen, wordt voorkomen. De eisen ten aanzien van de bewaartemperatuur en de thermometer als bedoeld in het tweede onderscheidenlijk het derde lid zijn, voor zover vlees in dit meubel is opgeslagen, van overeenkomstige toepassing. Het koelmeubel dient zodanig geconstrueerd te zijn dat de uiteindelijke verbruiker het vlees niet kan aanraken of betasten en het vlees niet in direct contact komt met de bodem van het meubel. Gebruikte onderlagen dienen zich te allen tijde in reine toestand te bevinden.