BWBR0002290
Geldig vanaf 1961-02-15
Artikel 7
Wet op de geneesmiddelenvoorziening
1. Onze Minister is bevoegd gemeenten of gedeelten van gemeenten, waar geen apotheker is gevestigd, aan te wijzen als een gebied waar artsen, die zich na de datum der aanwijzing daarin vestigen, de bevoegdheid tot uitoefening der artsenijbereidkunst op grond van artikel 6slechts hebben, zolang in dit gebied geen apotheker is gevestigd.
2. De arts, die op het tijdstip van aanwijzing, in het eerste lid bedoeld, reeds binnen dit gebied gevestigd is en op grond van artikel 6de artsenijbereidkunst uitoefent, behoudt, ook wanneer zich in dat gebied een apotheker heeft gevestigd, zijn bevoegdheid tot uitoefening der artsenijbereidkunst, zolang hij daarvan gebruik blijft maken.
2. De arts, die op het tijdstip van aanwijzing, in het eerste lid bedoeld, reeds binnen dit gebied gevestigd is en op grond van artikel 6de artsenijbereidkunst uitoefent, behoudt, ook wanneer zich in dat gebied een apotheker heeft gevestigd, zijn bevoegdheid tot uitoefening der artsenijbereidkunst, zolang hij daarvan gebruik blijft maken.