BWBR0002290
Geldig vanaf 1961-02-15
Artikel 31
Wet op de geneesmiddelenvoorziening
1. Met hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie wordt gestraft hij, die:
a. de in artikel 2, eerste lid, onder d onderscheidenlijk onder e, bedoelde bevoegdheid overschrijdt;
b. één der artikelen 2g, tweede lid, 3, achtste lid, 4, derde lid, 8, eerste lid, 11, eerste lid, 12, 13, 14, eerste lid, 17, 19, 22, 23 of 34, derde lid, overtreedt;
c. voorschriften, uitgevaardigd op grond van de artikelen 3, zevende lid, 3a, eerste lid, 4, 5 of 26 overtreedt;
d. geen gevolg geeft aan een aanwijzing, bedoeld in artikel 25, tweede lid;
e. niet voldoet aan de voorschriften, verbonden aan een vergunning of ontheffing krachtens deze wet verleend.
2. De substanties en de voorwerpen, waarmede of met betrekking tot welke het feit is gepleegd, kunnen worden verbeurd verklaard, ongeacht of zij de veroordeelde toebehoren.
3. Vervallen.
4. De bij dit artikel strafbaar gestelde feiten zijn overtredingen.
a. de in artikel 2, eerste lid, onder d onderscheidenlijk onder e, bedoelde bevoegdheid overschrijdt;
b. één der artikelen 2g, tweede lid, 3, achtste lid, 4, derde lid, 8, eerste lid, 11, eerste lid, 12, 13, 14, eerste lid, 17, 19, 22, 23 of 34, derde lid, overtreedt;
c. voorschriften, uitgevaardigd op grond van de artikelen 3, zevende lid, 3a, eerste lid, 4, 5 of 26 overtreedt;
d. geen gevolg geeft aan een aanwijzing, bedoeld in artikel 25, tweede lid;
e. niet voldoet aan de voorschriften, verbonden aan een vergunning of ontheffing krachtens deze wet verleend.
2. De substanties en de voorwerpen, waarmede of met betrekking tot welke het feit is gepleegd, kunnen worden verbeurd verklaard, ongeacht of zij de veroordeelde toebehoren.
3. Vervallen.
4. De bij dit artikel strafbaar gestelde feiten zijn overtredingen.