BWBR0002290
Geldig vanaf 1961-02-15
Artikel 13
Wet op de geneesmiddelenvoorziening
1. In dit artikel wordt verstaan onder «ziekenhuis»: een krachtens artikel 5 van de Wet toelating zorginstellingenals zodanig toegelaten instelling.
2. In een ziekenhuis met een grootte, gelijk aan of meer dan een bij ministeriële regeling vast te stellen aantal bedden, bestemd voor opname van patiënten, is een apotheek gevestigd waarin de bereiding en aflevering van geneesmiddelen geschiedt door een in het register van gevestigde apothekers, bedoeld in artikel 14, ingeschreven apotheker die in dienst is van de rechtspersoon die het ziekenhuis in stand houdt.
3. De aflevering van geneesmiddelen ten behoeve van patiënten die zijn opgenomen in een krachtens artikel 5 van de Wet toelating zorginstellingenals zodanig toegelaten psychiatrisch ziekenhuis, verpleeginrichting of zwakzinnigeninrichting, of in een ziekenhuis waarin geen apotheek is gevestigd, geschiedt door of onder toezicht van een apotheker die is ingeschreven in het register bedoeld in het tweede lid.
4. Onze Minister kan voor een bepaald ziekenhuis of voor bepaalde groepen van ziekenhuizen, al dan niet onder het stellen van voorwaarden, ontheffing verlenen van de in het tweede lid bedoelde verplichting tot het vestigen van een apotheek.
2. In een ziekenhuis met een grootte, gelijk aan of meer dan een bij ministeriële regeling vast te stellen aantal bedden, bestemd voor opname van patiënten, is een apotheek gevestigd waarin de bereiding en aflevering van geneesmiddelen geschiedt door een in het register van gevestigde apothekers, bedoeld in artikel 14, ingeschreven apotheker die in dienst is van de rechtspersoon die het ziekenhuis in stand houdt.
3. De aflevering van geneesmiddelen ten behoeve van patiënten die zijn opgenomen in een krachtens artikel 5 van de Wet toelating zorginstellingenals zodanig toegelaten psychiatrisch ziekenhuis, verpleeginrichting of zwakzinnigeninrichting, of in een ziekenhuis waarin geen apotheek is gevestigd, geschiedt door of onder toezicht van een apotheker die is ingeschreven in het register bedoeld in het tweede lid.
4. Onze Minister kan voor een bepaald ziekenhuis of voor bepaalde groepen van ziekenhuizen, al dan niet onder het stellen van voorwaarden, ontheffing verlenen van de in het tweede lid bedoelde verplichting tot het vestigen van een apotheek.