BWBR0002181
Geldig vanaf 1955-06-14
Artikel 6
BEKENDMAKING TEKST VAN STATUTEN EN PENSIOENREGLEMENT VAN DE STICHTING: NOTARIEEL PENSIOENFONDS
1. Het bestuur wordt gekozen uit drie groepen: notarissen, candidaat-notarissen, bedoeld in artikel 1 van de Wet tot invoering van een leeftijdsgrens voor het notarisambt en oprichting van een notarieel pensioenfonds, en gepensionneerden. Het hoofdbestuur van de Broederschap der Notarissen in Nederland benoemt uit de groep notarissen drie leden en één plaatsvervangend lid. Het hoofdbestuur van de Broederschap der Candidaat-Notarissen benoemt uit de groep candidaat-notarissen eveneens drie leden en één plaatsvervangend lid. Zodra er meer dan 50 gepensionneerden zijn, benoemt ieder der voornoemde hoofdbesturen tevens uit de gepensionneerden één lid en één plaatsvervangend lid. Indien het aantal gepensionneerden te eniger tijd beneden de 50 mocht dalen, zal dit niet ten gevolge hebben, dat de zetels, in de vorige volzin bedoeld, komen te vervallen.
2. Elk jaar treedt één lid van het bestuur af volgens een door het bestuur op te maken rooster. De aftredende is herkiesbaar.
3. Een lid van het bestuur wordt bij zijn ontstentenis of belet vervangen door het plaatsvervangend lid uit dezelfde groep.
4. Elk lid en elk plaatsvervangend lid van het bestuur der stichting geniet een geldelijke bijdrage voor de vervulling van zijn taak, alsmede voor reis- en verblijfkosten. De Minister van Justitie stelt regelen vast, waarnaar de bedragen daarvan worden bepaald.
2. Elk jaar treedt één lid van het bestuur af volgens een door het bestuur op te maken rooster. De aftredende is herkiesbaar.
3. Een lid van het bestuur wordt bij zijn ontstentenis of belet vervangen door het plaatsvervangend lid uit dezelfde groep.
4. Elk lid en elk plaatsvervangend lid van het bestuur der stichting geniet een geldelijke bijdrage voor de vervulling van zijn taak, alsmede voor reis- en verblijfkosten. De Minister van Justitie stelt regelen vast, waarnaar de bedragen daarvan worden bepaald.