BWBR0002181
Geldig vanaf 1955-06-14
Artikel 20
BEKENDMAKING TEKST VAN STATUTEN EN PENSIOENREGLEMENT VAN DE STICHTING: NOTARIEEL PENSIOENFONDS
1. Het bestuur kan na voorafgaande goedkeuring van de Minister van Justitie, de Verzekeringskamer gehoord, besluiten tot ontbinding van de stichting. Bij het verzoek om goedkeuring wordt een liquidatieplan overgelegd.
2. Een besluit tot ontbinding kan slechts worden genomen in een vergadering met ten minste zes van de uitgebrachte stemmen.
Deze bepaling kan niet gewijzigd worden dan bij besluit, genomen in een vergadering met ten minste gelijke meerderheid.
3. Het bestuur stelt de hoofdbesturen van de beide broederschappen in de gelegenheid hun mening over een voorstel tot ontbinding van de stichting en de bestemming van de bezittingen van de stichting na betaling van alle schulden aan de Minister van Justitie kenbaar te maken.
4. De vereffening van de stichting geschiedt door het bestuur. Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van de stichtingsbrief en de reglementen der stichting voor zoveel mogelijk van kracht.
5. De hoofdbesturen van de broederschappen bepalen welke bestemming na betaling van alle schulden aan de overgebleven bezittingen der stichting wordt gegeven, met dien verstande, dat het saldo moet worden bestemd voor een doel, dat het doel der stichting zoveel mogelijk nabijkomt. De hieromtrent te nemen besluiten behoeven de goedkeuring van de Minister van Justitie.
2. Een besluit tot ontbinding kan slechts worden genomen in een vergadering met ten minste zes van de uitgebrachte stemmen.
Deze bepaling kan niet gewijzigd worden dan bij besluit, genomen in een vergadering met ten minste gelijke meerderheid.
3. Het bestuur stelt de hoofdbesturen van de beide broederschappen in de gelegenheid hun mening over een voorstel tot ontbinding van de stichting en de bestemming van de bezittingen van de stichting na betaling van alle schulden aan de Minister van Justitie kenbaar te maken.
4. De vereffening van de stichting geschiedt door het bestuur. Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van de stichtingsbrief en de reglementen der stichting voor zoveel mogelijk van kracht.
5. De hoofdbesturen van de broederschappen bepalen welke bestemming na betaling van alle schulden aan de overgebleven bezittingen der stichting wordt gegeven, met dien verstande, dat het saldo moet worden bestemd voor een doel, dat het doel der stichting zoveel mogelijk nabijkomt. De hieromtrent te nemen besluiten behoeven de goedkeuring van de Minister van Justitie.