BWBR0002181
Geldig vanaf 1955-06-14
Artikel 36
BEKENDMAKING TEKST VAN STATUTEN EN PENSIOENREGLEMENT VAN DE STICHTING: NOTARIEEL PENSIOENFONDS
1. Binnen zeven maanden na afloop van elk kalenderjaar doet een candidaat-notaris-deelnemer op een door het bestuur te bepalen wijze opgave van het in dat jaar uit zijn beroep van candidaat-notaris genoten inkomen, onder opgave tevens welke bedragen overeenkomstig artikel 34 te zijnen laste zijn ingehouden.
2. Hetgeen door de candidaat-notaris-deelnemer verschuldigd is en niet overeenkomstig artikel 34 is ingehouden, moet door hem worden voldaan op een door het bestuur te bepalen wijze en binnen door het bestuur te bepalen termijnen.
3. Indien een candidaat-notaris-deelnemer met de waarneming van een notariskantoor is belast of is belast geweest, is hij verplicht binnen één maand na afloop van elk kalenderkwartaal aan het fonds op te geven met de waarneming van welk kantoor hij is belast of is belast geweest en gedurende welke tijd.
4. Een plaatsvervangend notaris heeft dezelfde verplichtingen als een notaris, met dien verstande, dat zijn bijdrage overeenkomstig artikel 29 wordt bepaald.
2. Hetgeen door de candidaat-notaris-deelnemer verschuldigd is en niet overeenkomstig artikel 34 is ingehouden, moet door hem worden voldaan op een door het bestuur te bepalen wijze en binnen door het bestuur te bepalen termijnen.
3. Indien een candidaat-notaris-deelnemer met de waarneming van een notariskantoor is belast of is belast geweest, is hij verplicht binnen één maand na afloop van elk kalenderkwartaal aan het fonds op te geven met de waarneming van welk kantoor hij is belast of is belast geweest en gedurende welke tijd.
4. Een plaatsvervangend notaris heeft dezelfde verplichtingen als een notaris, met dien verstande, dat zijn bijdrage overeenkomstig artikel 29 wordt bepaald.