1. Notarissen, candidaat-notarissen en notariële instellingen, alsmede zij, die aan de bepalingen van dit reglement rechten op uitkering ontlenen, zijn, ook nadat zij die hoedanigheid of zodanig recht hebben verloren, verplicht aan het bestuur of aan één of meer door het bestuur aangewezen personen de gegevens te verstrekken, waarvan het bestuur ter vaststelling van het deelnemerschap of van daaruit voortvloeiende rechten en verplichtingen de kennisneming wenselijk oordeelt.
2. De verplichting tot het verstrekken van gegevens overeenkomstig het vorige lid bestaat ook jegens de organen, waarbij beroep van beslissingen van het bestuur is ingesteld.
3. De in de vorige leden bedoelde gegevens dienen te worden verstrekt schriftelijk, mondeling of door het verlenen van inzage in boeken en andere bescheiden, een en ander ter keuze van hem, die het verstrekken van de gegevens vordert, en binnen de door deze te bepalen termijn.
4. Hij, aan wie inzage van boeken en bescheiden is gevraagd, wordt geacht die in zijn bezit te hebben, tenzij hij het tegendeel aannemelijk maakt.
5. Voor een weigering om te voldoen aan een in dit artikel opgelegde verplichting kan ingevolge het bepaalde in
artikel 12 van de Wet tot invoering van een leeftijdsgrens voor het notarisambt en oprichting van een notarieel pensioenfondsniemand zich met vrucht beroepen op enige geheimhoudingsplicht, ook al mocht deze hem bij enig wetsvoorschrift zijn opgelegd.