BWBR0002181
Geldig vanaf 1955-06-14
Artikel 23
BEKENDMAKING TEKST VAN STATUTEN EN PENSIOENREGLEMENT VAN DE STICHTING: NOTARIEEL PENSIOENFONDS
1. Het invaliditeitspensioen eindigt met het einde van de tweede maand na die, waarin de rechthebbende is overleden.
2. Het invaliditeitspensioen eindigt voorts:
a. indien de gewezen deelnemer opnieuw deelnemer wordt;
b. indien de gewezen deelnemer, voordat hij de 70-jarige leeftijd heeft bereikt, naar het oordeel van het bestuur weder geschikt is notariële arbeid te verrichten.
3. Degene, die invaliditeitspensioen geniet, is verplicht zich, wanneer het bestuur dit verlangt, te onderwerpen aan een geneeskundig onderzoek. Het bepaalde in de artikelen 18 en 19, eerste lid, is van overeenkomstige toepassing.
4. Hij, die verhindert, dat een voldoend onderzoek, als bedoeld in het vorige lid, plaats heeft, verliest het recht op invaliditeitspensioen met ingang van de dag, waarop het bestuur heeft verklaard, dat het in dit lid bedoelde geval zich heeft voorgedaan.
5. Indien een invaliditeitspensioen ingevolge het bepaalde in het tweede lid is geëindigd, wordt, zo de gepensionneerde te eniger tijd weder als deelnemer toetreedt, de tijd, waarover dat invaliditeitspensioen is uitgekeerd, voor de berekening van ouderdomspensioen mede aangemerkt als diensttijd in de laatstelijk vóór de toekenning van dat invaliditeitspensioen beklede functie.
2. Het invaliditeitspensioen eindigt voorts:
a. indien de gewezen deelnemer opnieuw deelnemer wordt;
b. indien de gewezen deelnemer, voordat hij de 70-jarige leeftijd heeft bereikt, naar het oordeel van het bestuur weder geschikt is notariële arbeid te verrichten.
3. Degene, die invaliditeitspensioen geniet, is verplicht zich, wanneer het bestuur dit verlangt, te onderwerpen aan een geneeskundig onderzoek. Het bepaalde in de artikelen 18 en 19, eerste lid, is van overeenkomstige toepassing.
4. Hij, die verhindert, dat een voldoend onderzoek, als bedoeld in het vorige lid, plaats heeft, verliest het recht op invaliditeitspensioen met ingang van de dag, waarop het bestuur heeft verklaard, dat het in dit lid bedoelde geval zich heeft voorgedaan.
5. Indien een invaliditeitspensioen ingevolge het bepaalde in het tweede lid is geëindigd, wordt, zo de gepensionneerde te eniger tijd weder als deelnemer toetreedt, de tijd, waarover dat invaliditeitspensioen is uitgekeerd, voor de berekening van ouderdomspensioen mede aangemerkt als diensttijd in de laatstelijk vóór de toekenning van dat invaliditeitspensioen beklede functie.