BWBR0001940
Geldig vanaf 1928-10-01
Artikel 5
Marinescheepsongevallenwet
1. De werkkring en de bevoegdheden:
a. van de voorzitters, de leden en de secretarissen van de Marineraden en van hunne plaatsvervangers, zoomede die van de deskundige raadgevers, aan de Marineraden toegevoegd,
b. van de vlootvoogden in verband met hun bemoeienis ten opzichte van rampen en ongevallen, aan oorlogsvaartuigen overkomen,
worden, met betrekking tot den Nederlandschen Marineraad door Ons, en met betrekking tot den Nederlandsch-Indischen Marineraad door den Gouverneur-Generaal van Nederlandsch-Indië geregeld.
2. De geldelijke tegemoetkomingen, toe te kennen aan de in het eerste lid van dit artikel onder abedoelde personen, worden met betrekking tot den Nederlandschen Marineraad voor zooveel noodig door Ons en met betrekking tot den Nederlandsch-Indischen Marineraad voor zooveel noodig door den Gouverneur-Generaal van Nederlandsch-Indië vastgesteld.
a. van de voorzitters, de leden en de secretarissen van de Marineraden en van hunne plaatsvervangers, zoomede die van de deskundige raadgevers, aan de Marineraden toegevoegd,
b. van de vlootvoogden in verband met hun bemoeienis ten opzichte van rampen en ongevallen, aan oorlogsvaartuigen overkomen,
worden, met betrekking tot den Nederlandschen Marineraad door Ons, en met betrekking tot den Nederlandsch-Indischen Marineraad door den Gouverneur-Generaal van Nederlandsch-Indië geregeld.
2. De geldelijke tegemoetkomingen, toe te kennen aan de in het eerste lid van dit artikel onder abedoelde personen, worden met betrekking tot den Nederlandschen Marineraad voor zooveel noodig door Ons en met betrekking tot den Nederlandsch-Indischen Marineraad voor zooveel noodig door den Gouverneur-Generaal van Nederlandsch-Indië vastgesteld.