BWBR0001940
Geldig vanaf 1928-10-01
Artikel 15
Marinescheepsongevallenwet
1. De betrokken vlootvoogden, de voorzitters van de Marineraden en deze Raden zelve kunnen overlegging vorderen binnen een bepaalden termijn van de door hen noodig geoordeelde voor het onderzoek vereischte officieele en wettelijke bescheiden zoowel van de commandanten en kapiteins der schepen bedoeld in artikel 6, eerste en tweede lid, als van ieder ander, die de stukken onder zijn berusting heeft.
2. Bij verzuim van overlegging binnen den gestelden termijn wordt daarvan proces-verbaal opgemaakt, hetwelk wordt toegezonden, zoo de nalatige militair is, aan de militaire autoriteit onder wier bevelen hij staat en anders aan het Openbaar Ministerie bij het gerecht, voor hetwelk de nalatige ter zake van zijne tekortkoming zal moeten terechtstaan.
3. Het in het tweede lid bedoelde proces-verbaal levert, behoudens tegenbewijs, een volledig bewijs op van hetgeen daarin vermeld staat.
2. Bij verzuim van overlegging binnen den gestelden termijn wordt daarvan proces-verbaal opgemaakt, hetwelk wordt toegezonden, zoo de nalatige militair is, aan de militaire autoriteit onder wier bevelen hij staat en anders aan het Openbaar Ministerie bij het gerecht, voor hetwelk de nalatige ter zake van zijne tekortkoming zal moeten terechtstaan.
3. Het in het tweede lid bedoelde proces-verbaal levert, behoudens tegenbewijs, een volledig bewijs op van hetgeen daarin vermeld staat.