BWBR0001940
Geldig vanaf 1928-10-01
Artikel 16
Marinescheepsongevallenwet
1. De commandanten, de kapiteins, de officieren, de stuurlieden, de machinisten of scheepswerktuigkundigen en de radiotelegrafisten van schepen, bedoeld in artikel 6, eerste en tweede lid, en voorts ieder, die meent over de oorzaken van de ramp of het ongeval licht te kunnen verspreiden, kunnen verzoeken, zoowel dat zij zelven gehoord worden, als ook bepaaldelijk door hen aangewezen personen, van wie evenzeer het geven van ter zake dienende inlichtingen kan worden verwacht.
2. Van zoodanige verzoeken wordt, indien daaraan door den leider van het onderzoek geen gehoor wordt gegeven, in het proces-verbaal van het onderzoek aanteekening gehouden.
3. De verzoekers mogen tot de verschenen getuigen vragen doen richten, met dien verstande, dat aan den leider van het onderzoek de beslissing blijft of een vraag al dan niet zal worden gesteld.
4. Bij dit onderzoek is het niet toegelaten zich door een raadsman te doen bijstaan of zich te doen vertegenwoordigen door een gemachtigde.
2. Van zoodanige verzoeken wordt, indien daaraan door den leider van het onderzoek geen gehoor wordt gegeven, in het proces-verbaal van het onderzoek aanteekening gehouden.
3. De verzoekers mogen tot de verschenen getuigen vragen doen richten, met dien verstande, dat aan den leider van het onderzoek de beslissing blijft of een vraag al dan niet zal worden gesteld.
4. Bij dit onderzoek is het niet toegelaten zich door een raadsman te doen bijstaan of zich te doen vertegenwoordigen door een gemachtigde.