BWBR0001940
Geldig vanaf 1928-10-01
Artikel 12
Marinescheepsongevallenwet
1. De in artikel 11bedoelde vlootvoogden stellen nopens alle op de in dat artikel aangegeven wijze te hunner kennis gekomen rampen of ongevallen een voorloopig onderzoek in of doen dit instellen door een door hen aan te wijzen marine-officier. De uitkomsten van dit onderzoek worden zoo spoedig mogelijk, onder overlegging van alle op de zaak betrekking hebbende stukken, aan den voorzitter van den betrokken Marineraad medegedeeld.
2. Meent de met het voorloopig onderzoek belaste vlootvoogd, dat uit een oogpunt van defensiebelang een geheime behandeling der zaak noodzakelijk is, dan zendt hij de stukken van het onderzoek, vergezeld van zijne beschouwingen, aan Onzen Minister van Defensie, wanneer het een tot de competentie van den Nederlandschen Marineraad behoorende zaak betreft, en aan den Gouverneur-Generaal van Nederlandsch-Indië, wanneer het een zaak betreft, welke ter kennisneming van den Nederlandsch-Indischen Marineraad staat. Deze bewindslieden beslissen of de behandeling van en de uitspraak in de zaak geheim zullen zijn en geven, bij de doorzending der stukken, aan den betrokken Raad dienovereenkomstig opdracht.
3. De Marineraden beslissen of met het oog op aard en omvang van ramp of ongeval al dan niet een onderzoek door den Raad zal worden ingesteld en geven van deze beslissing kennis, de Nederlandsche Raad aan Onzen Minister van Defensie, de Nederlandsch-Indische Raad aan den Gouverneur-Generaal van Nederlandsch-Indië. Acht de Minister of de Gouverneur-Generaal, in tegenstelling met de opvatting en beslissing van den Raad, het noodig dat een onderzoek wordt ingesteld, dan deelt hij zulks aan het betrokken college mede, hetwelk in dat geval alsnog hiertoe overgaat.
4. Wanneer beslist is, dat door een Marineraad een onderzoek zal worden ingesteld, stelt de voorzitter de plaats, den dag en het uur daarvoor vast en roept hij de noodige getuigen en deskundigen voor die zitting van den Raad op.
5. Een Marineraad, een zaak in behandeling genomen hebbend, is bevoegd, zoo noodig den vlootvoogd, die het voorloopig onderzoek in die zaak heeft ingesteld of doen instellen, te verzoeken middelerwijl nog nadere gegevens nopens bepaalde onderwerpen te verzamelen. Deze is gehouden, aan dat verzoek te voldoen.
2. Meent de met het voorloopig onderzoek belaste vlootvoogd, dat uit een oogpunt van defensiebelang een geheime behandeling der zaak noodzakelijk is, dan zendt hij de stukken van het onderzoek, vergezeld van zijne beschouwingen, aan Onzen Minister van Defensie, wanneer het een tot de competentie van den Nederlandschen Marineraad behoorende zaak betreft, en aan den Gouverneur-Generaal van Nederlandsch-Indië, wanneer het een zaak betreft, welke ter kennisneming van den Nederlandsch-Indischen Marineraad staat. Deze bewindslieden beslissen of de behandeling van en de uitspraak in de zaak geheim zullen zijn en geven, bij de doorzending der stukken, aan den betrokken Raad dienovereenkomstig opdracht.
3. De Marineraden beslissen of met het oog op aard en omvang van ramp of ongeval al dan niet een onderzoek door den Raad zal worden ingesteld en geven van deze beslissing kennis, de Nederlandsche Raad aan Onzen Minister van Defensie, de Nederlandsch-Indische Raad aan den Gouverneur-Generaal van Nederlandsch-Indië. Acht de Minister of de Gouverneur-Generaal, in tegenstelling met de opvatting en beslissing van den Raad, het noodig dat een onderzoek wordt ingesteld, dan deelt hij zulks aan het betrokken college mede, hetwelk in dat geval alsnog hiertoe overgaat.
4. Wanneer beslist is, dat door een Marineraad een onderzoek zal worden ingesteld, stelt de voorzitter de plaats, den dag en het uur daarvoor vast en roept hij de noodige getuigen en deskundigen voor die zitting van den Raad op.
5. Een Marineraad, een zaak in behandeling genomen hebbend, is bevoegd, zoo noodig den vlootvoogd, die het voorloopig onderzoek in die zaak heeft ingesteld of doen instellen, te verzoeken middelerwijl nog nadere gegevens nopens bepaalde onderwerpen te verzamelen. Deze is gehouden, aan dat verzoek te voldoen.