BWBR0051149
Geldig vanaf 2025-07-01
Artikel 6
Wet onverplichte tegemoetkoming onterechte afwijzing buitengerechtelijke schuldregeling
De persoon die samen met de belanghebbende die in aanmerking komt dan wel in aanmerking zou zijn gekomen indien deze belanghebbende niet was overleden voor de toekenning van de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 2, eerste lid, heeft gepoogd tot een buitengerechtelijke schuldregeling te komen voor al hun beider schulden door gezamenlijk een verzoek tot medewerking aan een buitengerechtelijke schuldregeling aan hun schuldeisers te sturen of een stabilisatieverzoek naar de ontvanger te sturen en er tussen deze persoon en de belanghebbende sprake is geweest van een gemeenschap van goederen als bedoeld in artikel 94 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboekten tijde van het doen van het verzoek tot medewerking aan een buitengerechtelijke schuldregeling, onderscheidenlijk het stabilisatieverzoek, komt op aanvraag in aanmerking voor de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 2, eerste lid, het bedrag gelijk aan de afloscapaciteit, bedoeld in artikel 3, eerste lid, het bedrag gelijk aan de betaalde en verrekende bedragen, bedoeld in artikel 4, de kwijtschelding van belastingschulden, bedoeld in artikel 5en de kwijtschelding van toeslagschulden, bedoeld in artikel 31ter van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen, indien die persoon niet zelf een afwijzing heeft ontvangen als bedoeld in artikel 2, eerste lid.