BWBR0051149
Geldig vanaf 2025-07-01
Artikel 11
Wet onverplichte tegemoetkoming onterechte afwijzing buitengerechtelijke schuldregeling
1. De uitbetaling van de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 2, eerste lid, of het bedrag gelijk aan de betaalde en verrekende bedragen, bedoeld in artikel 4, vindt plaats aan de belanghebbende, de persoon, bedoeld in artikel 6, of de nabestaande op een daartoe door die belanghebbende, die persoon, onderscheidenlijk die nabestaande, bestemde bankrekening die op diens naam staat, binnen zes weken nadat de tegemoetkoming, onderscheidenlijk het bedrag gelijk aan de betaalde en verrekende bedragen, is toegekend en nadat het bankrekeningnummer van de belanghebbende, de persoon, onderscheidenlijk de nabestaande, bij de ontvanger bekend is geworden. Indien de nabestaande minderjarig is, vindt de uitbetaling plaats op een bankrekening die daartoe is bestemd door diens wettelijke vertegenwoordiger, die op naam staat van de nabestaande en door of namens de nabestaande bij de ontvanger is opgegeven.
2. Het bedrag gelijk aan de afloscapaciteit, bedoeld in artikel 3, eerste lid, wordt uitbetaald op het opgegeven bankrekeningnummer van de schuldhulpverlener, bewindvoerder of kredietverstrekker binnen zes weken nadat de ontvanger de aanvraag hiertoe heeft toegekend en de schuldhulpverlener, de bewindvoerder, onderscheidenlijk de kredietverstrekker, zijn bankrekeningnummer heeft opgegeven bij de ontvanger.
3. Bij de uitbetaling van de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 2, eerste lid, het bedrag gelijk aan de afloscapaciteit, bedoeld in artikel 3, eerste lid, en het bedrag gelijk aan de betaalde en verrekende bedragen, bedoeld in artikel 4, door de ontvanger is artikel 24 van de Invorderingswet 1990niet van overeenkomstige toepassing.
2. Het bedrag gelijk aan de afloscapaciteit, bedoeld in artikel 3, eerste lid, wordt uitbetaald op het opgegeven bankrekeningnummer van de schuldhulpverlener, bewindvoerder of kredietverstrekker binnen zes weken nadat de ontvanger de aanvraag hiertoe heeft toegekend en de schuldhulpverlener, de bewindvoerder, onderscheidenlijk de kredietverstrekker, zijn bankrekeningnummer heeft opgegeven bij de ontvanger.
3. Bij de uitbetaling van de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 2, eerste lid, het bedrag gelijk aan de afloscapaciteit, bedoeld in artikel 3, eerste lid, en het bedrag gelijk aan de betaalde en verrekende bedragen, bedoeld in artikel 4, door de ontvanger is artikel 24 van de Invorderingswet 1990niet van overeenkomstige toepassing.