BWBR0051149
Geldig vanaf 2025-07-01
Artikel 4
Wet onverplichte tegemoetkoming onterechte afwijzing buitengerechtelijke schuldregeling
1. De ontvanger betaalt ambtshalve het bedrag gelijk aan de bedragen die zien op belastingschulden of toeslagschulden die betrekking hebben op een tijdvak gelegen voor de dagtekening van de onterechte afwijzingsbrief of een tijdvak dat liep ten tijde van de dagtekening van de onterechte afwijzingsbrief en die zijn voldaan of verrekend, met inbegrip van de met de schuld samenhangende betaalde renten en kosten van invordering, in de periode tussen de dagtekening van de onterechte afwijzingsbrief en de datum van inwerkingtreding van deze wet aan de belanghebbende die in aanmerking komt voor een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2, eerste lid, en waarbij tussen de dagtekening van de onterechte afwijzingsbrief en de datum van inwerkingtreding van deze wet:
a. geen buitengerechtelijke schuldregeling of geen schuldsaneringsregeling natuurlijke personen is aangevangen; of
b. een buitengerechtelijke schuldregeling of een schuldsaneringsregeling natuurlijke personen is aangevangen die niet voor de datum van inwerkingtreding van deze wet is afgerond.
2. Het eerste lid vindt geen toepassing indien:
a. namens de belanghebbende is verzocht om een heroverweging van de afwijzing, bedoeld in artikel 2, eerste lid, en die afwijzing bij de heroverweging heeft standgehouden ingevolge een grond voor afwijzing die niet is genoemd in artikel 2, eerste lid, en de reden voor de afwijzing is opgenomen in de tweede afwijzingsbrief;
b. namens de belanghebbende op een later moment een nieuw verzoek tot medewerking aan een buitengerechtelijke schuldenregeling of een nieuw stabilisatieverzoek, waarbij de ontvanger dit verzoek heeft behandeld als een verzoek tot medewerking aan een buitengerechtelijke schuldregeling, is gedaan en dit verzoek is afgewezen, waarbij een grond voor afwijzing is aangevoerd die niet is genoemd in artikel 2, eerste lid, en deze grond is opgenomen in de tweede afwijzingsbrief; of
c. naar aanleiding van de beslissing van de ontvanger om geen medewerking te verlenen aan een buitengerechtelijke schuldregeling de belanghebbende aan de rechtbank het verzoek heeft gedaan om de ontvanger te bevelen in te stemmen met de aangeboden schuldregeling en de rechtbank dit verzoek heeft afgewezen op basis van een andere grond dan genoemd in artikel 2, eerste lid.
3. Het bedrag gelijk aan de betaalde en verrekende bedragen wordt verminderd met het bedrag dat aan de belanghebbende reeds op grond van artikel 3.13 van de Wet hersteloperatie toeslagenis toegekend vanwege betalingen die zien op belastingschulden of toeslagschulden die betrekking hebben op een tijdvak gelegen voor de dagtekening van de onterechte afwijzingsbriefof een tijdvak dat liep ten tijde van de dagtekening van de onterechte afwijzingsbrief en hebben plaatsgevonden na de dagtekening van de onterechte afwijzingsbrief.
a. geen buitengerechtelijke schuldregeling of geen schuldsaneringsregeling natuurlijke personen is aangevangen; of
b. een buitengerechtelijke schuldregeling of een schuldsaneringsregeling natuurlijke personen is aangevangen die niet voor de datum van inwerkingtreding van deze wet is afgerond.
2. Het eerste lid vindt geen toepassing indien:
a. namens de belanghebbende is verzocht om een heroverweging van de afwijzing, bedoeld in artikel 2, eerste lid, en die afwijzing bij de heroverweging heeft standgehouden ingevolge een grond voor afwijzing die niet is genoemd in artikel 2, eerste lid, en de reden voor de afwijzing is opgenomen in de tweede afwijzingsbrief;
b. namens de belanghebbende op een later moment een nieuw verzoek tot medewerking aan een buitengerechtelijke schuldenregeling of een nieuw stabilisatieverzoek, waarbij de ontvanger dit verzoek heeft behandeld als een verzoek tot medewerking aan een buitengerechtelijke schuldregeling, is gedaan en dit verzoek is afgewezen, waarbij een grond voor afwijzing is aangevoerd die niet is genoemd in artikel 2, eerste lid, en deze grond is opgenomen in de tweede afwijzingsbrief; of
c. naar aanleiding van de beslissing van de ontvanger om geen medewerking te verlenen aan een buitengerechtelijke schuldregeling de belanghebbende aan de rechtbank het verzoek heeft gedaan om de ontvanger te bevelen in te stemmen met de aangeboden schuldregeling en de rechtbank dit verzoek heeft afgewezen op basis van een andere grond dan genoemd in artikel 2, eerste lid.
3. Het bedrag gelijk aan de betaalde en verrekende bedragen wordt verminderd met het bedrag dat aan de belanghebbende reeds op grond van artikel 3.13 van de Wet hersteloperatie toeslagenis toegekend vanwege betalingen die zien op belastingschulden of toeslagschulden die betrekking hebben op een tijdvak gelegen voor de dagtekening van de onterechte afwijzingsbriefof een tijdvak dat liep ten tijde van de dagtekening van de onterechte afwijzingsbrief en hebben plaatsgevonden na de dagtekening van de onterechte afwijzingsbrief.