BWBR0051149
Geldig vanaf 2025-07-01
Artikel 2
Wet onverplichte tegemoetkoming onterechte afwijzing buitengerechtelijke schuldregeling
1. De ontvanger kent ambtshalve een tegemoetkoming toe aan een belanghebbende namens wie in de periode van 1 januari 2014 tot en met 31 maart 2021 een verzoek tot medewerking aan een buitengerechtelijke schuldregeling of een stabilisatieverzoek, waarbij de ontvanger dit verzoek heeft behandeld als een verzoek tot medewerking aan een buitengerechtelijke schuldregeling, is gedaan, dat door de ontvanger is afgewezen vanwege:
1°. een registratie in de Fraude Signalering Voorziening van de Belastingdienst;
2°. een kwalificatie opzet of grove schuld;
3°. een indicatie van fraude; of
4°. een belastingschuld of toeslagschuld boven een door de ontvanger gehanteerd normbedrag.
2. De tegemoetkoming bedraagt € 500 per verzoek dat door de ontvanger is afgewezen.
3. De tegemoetkoming blijft achterwege indien de afwijzing het gevolg is van een opgelegde vergrijpboete, een strafrechtelijke veroordeling, fraude met betrekking tot toeslagschulden of indien er naast de grond voor afwijzing, bedoeld in het eerste lid, een andere grond voor de afwijzing bestond en de reden voor de afwijzing is opgenomen in de afwijzingsbrief.
1°. een registratie in de Fraude Signalering Voorziening van de Belastingdienst;
2°. een kwalificatie opzet of grove schuld;
3°. een indicatie van fraude; of
4°. een belastingschuld of toeslagschuld boven een door de ontvanger gehanteerd normbedrag.
2. De tegemoetkoming bedraagt € 500 per verzoek dat door de ontvanger is afgewezen.
3. De tegemoetkoming blijft achterwege indien de afwijzing het gevolg is van een opgelegde vergrijpboete, een strafrechtelijke veroordeling, fraude met betrekking tot toeslagschulden of indien er naast de grond voor afwijzing, bedoeld in het eerste lid, een andere grond voor de afwijzing bestond en de reden voor de afwijzing is opgenomen in de afwijzingsbrief.