BWBR0050794
Geldig vanaf 2025-10-16
Artikel 9a
Subsidieregeling School en Omgeving 2025–2028
1. De Minister verleent aan het bevoegd gezag van een vestiging als bedoeld in artikel 3, eerste lid, die voor het eerst in 2025 subsidie ontvangt voor de uitvoering van het programma School en Omgeving als bedoeld in artikel 3, tweede lid, ambtshalve een aanvullend subsidiebedrag.
2. Voor de verstrekking van het aanvullende subsidiebedrag, in aanvulling op het bedrag, bedoeld in artikel 6, eerste lid, in totaal € 3.333.000,– beschikbaar. Het subsidiebedrag bedraagt per vestiging als bedoeld in het eerste lid, € 7.000,–.
3. Het aanvullende subsidiebedrag, bedoeld in artikel 9a, eerste lid, wordt verstrekt voor de uitvoering van kennisopbouw- en kennisdelingsactiviteiten in de schooljaren 2025–2026, 2026–2027 of 2027–2028. Onder kennisopbouw- en kennisdelingsactiviteiten wordt in ieder geval verstaan het professionaliseren door middel van training, het volgen of aanbieden van workshops, intervisiebijeenkomsten, werkbezoeken, of de ontwikkeling van tools ter bevordering van de lokale aanpak.
4. De Minister verleent het aanvullende subsidiebedrag ambtshalve uiterlijk op 1 december 2025 door wijziging van de subsidiebeschikking waarbij de aanvankelijke subsidie werd toegekend.
5. Het bevoegd gezag verantwoordt de subsidie onder toepassing van artikel 10, als onderdeel van de subsidie die overeenkomstig artikel 9is verstrekt. In aanvulling op de verantwoording overeenkomstig artikel 10 geeft de subsidieontvanger in het eindverslag aan of er kennisopbouw- en kennisdelingsactiviteiten zijn verricht.
6. De Minister verleent een voorschot van 100%, dat in drie termijnen wordt uitbetaald. De eerste betaling van € 2.800,– vindt uiterlijk op 8 december 2025 plaats, de tweede betaling van € 2.100,– uiterlijk op 8 december 2026, en de derde betaling van € 2.100,– uiterlijk op 8 december 2027.
2. Voor de verstrekking van het aanvullende subsidiebedrag, in aanvulling op het bedrag, bedoeld in artikel 6, eerste lid, in totaal € 3.333.000,– beschikbaar. Het subsidiebedrag bedraagt per vestiging als bedoeld in het eerste lid, € 7.000,–.
3. Het aanvullende subsidiebedrag, bedoeld in artikel 9a, eerste lid, wordt verstrekt voor de uitvoering van kennisopbouw- en kennisdelingsactiviteiten in de schooljaren 2025–2026, 2026–2027 of 2027–2028. Onder kennisopbouw- en kennisdelingsactiviteiten wordt in ieder geval verstaan het professionaliseren door middel van training, het volgen of aanbieden van workshops, intervisiebijeenkomsten, werkbezoeken, of de ontwikkeling van tools ter bevordering van de lokale aanpak.
4. De Minister verleent het aanvullende subsidiebedrag ambtshalve uiterlijk op 1 december 2025 door wijziging van de subsidiebeschikking waarbij de aanvankelijke subsidie werd toegekend.
5. Het bevoegd gezag verantwoordt de subsidie onder toepassing van artikel 10, als onderdeel van de subsidie die overeenkomstig artikel 9is verstrekt. In aanvulling op de verantwoording overeenkomstig artikel 10 geeft de subsidieontvanger in het eindverslag aan of er kennisopbouw- en kennisdelingsactiviteiten zijn verricht.
6. De Minister verleent een voorschot van 100%, dat in drie termijnen wordt uitbetaald. De eerste betaling van € 2.800,– vindt uiterlijk op 8 december 2025 plaats, de tweede betaling van € 2.100,– uiterlijk op 8 december 2026, en de derde betaling van € 2.100,– uiterlijk op 8 december 2027.