BWBR0050794
Geldig vanaf 2025-10-16
Artikel 6
Subsidieregeling School en Omgeving 2025–2028
1. Voor subsidieverstrekking overeenkomstig artikel 9is op grond van deze regeling in totaal een bedrag beschikbaar van € 835.976.165,40, waarvan:
a. € 479.957.070,20 beschikbaar is voor aanvragen voor het primair onderwijs, met uitzondering van het speciaal onderwijs, het speciaal basisonderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs;
b. € 289.213.424,– beschikbaar is voor aanvragen voor het voortgezet onderwijs, niet zijnde praktijkonderwijs;
c. € 38.012.015,– beschikbaar is voor aanvragen voor het speciaal onderwijs, speciaal basisonderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs; en
d. € 28.793.656,20 beschikbaar is voor het praktijkonderwijs.
2. Indien een subsidieplafond als bedoeld in het eerste lid, ontoereikend is om alle daarvoor in aanmerking komende aanvragen toe te wijzen, worden de aanvragen gerangschikt op aflopende relatieve onderwijsachterstandsscore, waarbij de subsidie voor de vestigingen met de hoogste scores wordt toegekend:
a. in het primair onderwijs, met uitzondering van het speciaal basisonderwijs en het (voortgezet) speciaal onderwijs, wordt gekeken naar de in bijlage 1 opgenomen relatieve onderwijsachterstandsscores;
b. in het voortgezet onderwijs, met uitzondering van het praktijkonderwijs, wordt gekeken naar de in bijlage 2 opgenomen relatieve onderwijsachterstandsscores;
c. in het speciaal basisonderwijs, speciaal onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs wordt gekeken naar de in bijlage 3 opgenomen scores met betrekking tot het relatief aantal leerlingen met een niet-Nederlandse culturele achtergrond;
d. in het praktijkonderwijs wordt gekeken naar de in bijlage 4 opgenomen relatieve onderwijsachterstandsscores.
3. Iedere aanvrager krijgt, indien het subsidieplafond, bedoeld in het eerste lid, toereikend is, de mogelijkheid om in maart 2026 het aantal aangevraagde klokuren of het aantal aangevraagde leerlingen eenmalig tussentijds naar boven bij te stellen. De tussentijdse bijstelling heeft enkel effect op schooljaren 2026–2027 en 2027–2028. Er kan niet met terugwerkende kracht voor schooljaar 2025–2026 omhoog worden bijgesteld.
4. Indien het subsidieplafond, bedoeld in artikel 6, eerste lid, enkel deels toereikend is voor het doorvoeren van tussentijdse bijstellingen, worden de aanvragen gerangschikt op aflopende relatieve onderwijsachterstandsscore, waarbij de tussentijdse bijstelling voor de vestigingen met de hoogste scores wordt toegekend.
5. Indien één of meerdere subsidieplafonds, bedoeld in het eerste lid, niet of niet volledig worden benut, dan worden de resterende middelen uit andere subsidieplafonds verdeeld over de volledig benutte subsidieplafonds naar rato van de overvraag op de andere subsidieplafonds.
a. € 479.957.070,20 beschikbaar is voor aanvragen voor het primair onderwijs, met uitzondering van het speciaal onderwijs, het speciaal basisonderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs;
b. € 289.213.424,– beschikbaar is voor aanvragen voor het voortgezet onderwijs, niet zijnde praktijkonderwijs;
c. € 38.012.015,– beschikbaar is voor aanvragen voor het speciaal onderwijs, speciaal basisonderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs; en
d. € 28.793.656,20 beschikbaar is voor het praktijkonderwijs.
2. Indien een subsidieplafond als bedoeld in het eerste lid, ontoereikend is om alle daarvoor in aanmerking komende aanvragen toe te wijzen, worden de aanvragen gerangschikt op aflopende relatieve onderwijsachterstandsscore, waarbij de subsidie voor de vestigingen met de hoogste scores wordt toegekend:
a. in het primair onderwijs, met uitzondering van het speciaal basisonderwijs en het (voortgezet) speciaal onderwijs, wordt gekeken naar de in bijlage 1 opgenomen relatieve onderwijsachterstandsscores;
b. in het voortgezet onderwijs, met uitzondering van het praktijkonderwijs, wordt gekeken naar de in bijlage 2 opgenomen relatieve onderwijsachterstandsscores;
c. in het speciaal basisonderwijs, speciaal onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs wordt gekeken naar de in bijlage 3 opgenomen scores met betrekking tot het relatief aantal leerlingen met een niet-Nederlandse culturele achtergrond;
d. in het praktijkonderwijs wordt gekeken naar de in bijlage 4 opgenomen relatieve onderwijsachterstandsscores.
3. Iedere aanvrager krijgt, indien het subsidieplafond, bedoeld in het eerste lid, toereikend is, de mogelijkheid om in maart 2026 het aantal aangevraagde klokuren of het aantal aangevraagde leerlingen eenmalig tussentijds naar boven bij te stellen. De tussentijdse bijstelling heeft enkel effect op schooljaren 2026–2027 en 2027–2028. Er kan niet met terugwerkende kracht voor schooljaar 2025–2026 omhoog worden bijgesteld.
4. Indien het subsidieplafond, bedoeld in artikel 6, eerste lid, enkel deels toereikend is voor het doorvoeren van tussentijdse bijstellingen, worden de aanvragen gerangschikt op aflopende relatieve onderwijsachterstandsscore, waarbij de tussentijdse bijstelling voor de vestigingen met de hoogste scores wordt toegekend.
5. Indien één of meerdere subsidieplafonds, bedoeld in het eerste lid, niet of niet volledig worden benut, dan worden de resterende middelen uit andere subsidieplafonds verdeeld over de volledig benutte subsidieplafonds naar rato van de overvraag op de andere subsidieplafonds.