BWBR0050794
Geldig vanaf 2025-10-16
Artikel 4
Subsidieregeling School en Omgeving 2025–2028
1. Eén bevoegd gezag van één van de deelnemende vestigingen in de lokale coalitie treedt namens de lokale coalitie op als regievoerder.
2. Een lokale coalitie bestaat uit een bevoegd gezag van ten minste één deelnemende vestiging, ten minste één gemeente, waaronder in ieder geval de gemeente waarin ten minste één van de deelnemende vestigingen gelegen is, en ten minste één lokale partij.
3. De regievoerder dient, tijdens de aanvraagperiode, bedoeld in artikel 5, tweede lid, namens de lokale coalitie een coalitie-aanmelding in via de website van DUS-I voor de vorming van een coalitie. Bij de coalitie-aanmelding wordt een plan van aanpak als bedoeld in het vierde lid ingediend.
4. Het plan van aanpak bevat voor de periode, bedoeld in artikel 3, eerste lid, in aanvulling op artikel 3.4 van de Kaderregeling, in ieder geval:
a. de contactgegevens van de regievoerder;
b. een beschrijving van de samenwerkende partijen die deelnemen aan de lokale coalitie, met vermelding van een contactpersoon, de naam van de organisatie, het e-mailadres van de organisatie en indien beschikbaar het RIO geïdentificeerde nummer;
c. indien vestigingen aan een bestaande lokale coalitie worden toegevoegd of uit een coalitie gaan, de naam van de betreffende vestiging, met vermelding van een contactpersoon, het e-mailadres van de vestiging en het RIO geïdentificeerde nummer;
d. het geschatte totaal aantal leerlingen dat deelneemt aan activiteiten in de lokale coalitie;
e. een beschrijving van de visie en doelen van het aanbod in de lokale coalitie in het kader van het programma School en Omgeving;
f. een beschrijving van welk ontwikkelaanbod wordt georganiseerd, welke ontwikkelgebieden hiermee worden bereikt, naar welke kwaliteit wordt gestreefd, waarbij in ieder geval aannemelijk wordt gemaakt dat een Verklaring Omtrent Gedrag van betrokkenen bij het ontwikkelaanbod verplicht is gesteld en hoe de kwaliteit zal worden gemonitord en geëvalueerd;
g. een beschrijving van de activiteiten om doelen te bereiken;
h. proces- en samenwerkingsafspraken in de lokale coalitie, waarbij in ieder geval aandacht wordt besteed aan de vormgeving van de samenwerking tussen de gemeente en de vestiging binnen de lokale coalitie.
5. Indien de regievoerder zijn taken aan een nieuwe regievoerder overdraagt, maakt de oorspronkelijke regievoerder daar melding van bij DUS-I.
2. Een lokale coalitie bestaat uit een bevoegd gezag van ten minste één deelnemende vestiging, ten minste één gemeente, waaronder in ieder geval de gemeente waarin ten minste één van de deelnemende vestigingen gelegen is, en ten minste één lokale partij.
3. De regievoerder dient, tijdens de aanvraagperiode, bedoeld in artikel 5, tweede lid, namens de lokale coalitie een coalitie-aanmelding in via de website van DUS-I voor de vorming van een coalitie. Bij de coalitie-aanmelding wordt een plan van aanpak als bedoeld in het vierde lid ingediend.
4. Het plan van aanpak bevat voor de periode, bedoeld in artikel 3, eerste lid, in aanvulling op artikel 3.4 van de Kaderregeling, in ieder geval:
a. de contactgegevens van de regievoerder;
b. een beschrijving van de samenwerkende partijen die deelnemen aan de lokale coalitie, met vermelding van een contactpersoon, de naam van de organisatie, het e-mailadres van de organisatie en indien beschikbaar het RIO geïdentificeerde nummer;
c. indien vestigingen aan een bestaande lokale coalitie worden toegevoegd of uit een coalitie gaan, de naam van de betreffende vestiging, met vermelding van een contactpersoon, het e-mailadres van de vestiging en het RIO geïdentificeerde nummer;
d. het geschatte totaal aantal leerlingen dat deelneemt aan activiteiten in de lokale coalitie;
e. een beschrijving van de visie en doelen van het aanbod in de lokale coalitie in het kader van het programma School en Omgeving;
f. een beschrijving van welk ontwikkelaanbod wordt georganiseerd, welke ontwikkelgebieden hiermee worden bereikt, naar welke kwaliteit wordt gestreefd, waarbij in ieder geval aannemelijk wordt gemaakt dat een Verklaring Omtrent Gedrag van betrokkenen bij het ontwikkelaanbod verplicht is gesteld en hoe de kwaliteit zal worden gemonitord en geëvalueerd;
g. een beschrijving van de activiteiten om doelen te bereiken;
h. proces- en samenwerkingsafspraken in de lokale coalitie, waarbij in ieder geval aandacht wordt besteed aan de vormgeving van de samenwerking tussen de gemeente en de vestiging binnen de lokale coalitie.
5. Indien de regievoerder zijn taken aan een nieuwe regievoerder overdraagt, maakt de oorspronkelijke regievoerder daar melding van bij DUS-I.