BWBR0050794
Geldig vanaf 2025-10-16
Artikel 10
Subsidieregeling School en Omgeving 2025–2028
1. De verantwoording van de subsidie geschiedt in de jaarverslaggeving overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijs, met model G, onderdeel 1.
2. De subsidie wordt uiterlijk 22 weken na indiening van het eindverslag, bedoeld in het vijfde lid, én de jaarverslaggeving over het laatste jaar van de activiteitenperiode vastgesteld.
3. De activiteiten waarvoor op grond van artikel 3, tweede lid, subsidie is verstrekt, worden als volledig verricht beschouwd, indien ten minste 75 procent van het aantal klokuren, bedoeld in artikel 5, derde lid, onderdeel e, zijn uitgevoerd.
4. Indien de activiteiten volledig zijn uitgevoerd en aan de subsidieverplichtingen, bedoeld in artikel 8, eerste lid, is voldaan, wordt de subsidie vastgesteld op het bedrag waarvan de hoogte door de minister bij de verlening is genoemd.
5. De subsidieontvanger dient uiterlijk op 1 november 2028 bij DUS-I een eindverslag in. Een format daartoe wordt door DUS-I beschikbaar gesteld. In het eindverslag vermeldt de subsidieontvanger op welke manier hij zich heeft ingespannen om het aantal opgegeven leerlingen en het aantal gerealiseerde klokuren te bereiken. De vermelding van het aantal aangeboden klokuren, bedoeld in de derde volzin, geschiedt aan de hand van een uitsplitsing over de schooljaren 2025–2026, 2026–2027 en 2027–2028. Verder toont de subsidieontvanger in het eindverslag aan dat het aannemelijk is dat er gedurende het aantal aangeboden klokuren een ontwikkelaanbod is gerealiseerd en dat er zorg is gedragen voor de VOG-verklaringen van de betrokkenen.
6. De subsidieontvanger meldt gedurende de subsidieperiode schriftelijk bij DUS-I indien het gemiddeld aantal aangeboden klokuren dat is gerealiseerd minder is dan 75 procent van het aangevraagde aantal klokuren. In dat geval kan de subsidie lager worden vastgesteld. Voor het lager vaststellen van de subsidie wordt uitgegaan van het gemiddeld aantal klokuren per week per schooljaar, waarbij klokuren die meetellen activiteiten betreffen die vallen onder de ontwikkelgebieden, bedoeld in artikel 3, tweede lid.
7. Indien het aantal klokuren, bedoeld in artikel 5, derde lid, onderdeel e, niet wordt gehaald, wordt na aftrek van een marge van 25 procent van het aantal aangevraagde klokuren naar rato teruggevorderd over de niet-gerealiseerde uren.
8. Indien de activiteiten niet volledig zijn uitgevoerd of niet aan de verplichtingen is voldaan, kan de minister de subsidie lager vaststellen en het ontvangen subsidiebedrag naar rato terugvorderen.
9. De subsidieontvanger toont op verzoek van de minister aan dat de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt zijn verricht en dat is voldaan aan de verplichtingen die aan de subsidie verbonden zijn.
2. De subsidie wordt uiterlijk 22 weken na indiening van het eindverslag, bedoeld in het vijfde lid, én de jaarverslaggeving over het laatste jaar van de activiteitenperiode vastgesteld.
3. De activiteiten waarvoor op grond van artikel 3, tweede lid, subsidie is verstrekt, worden als volledig verricht beschouwd, indien ten minste 75 procent van het aantal klokuren, bedoeld in artikel 5, derde lid, onderdeel e, zijn uitgevoerd.
4. Indien de activiteiten volledig zijn uitgevoerd en aan de subsidieverplichtingen, bedoeld in artikel 8, eerste lid, is voldaan, wordt de subsidie vastgesteld op het bedrag waarvan de hoogte door de minister bij de verlening is genoemd.
5. De subsidieontvanger dient uiterlijk op 1 november 2028 bij DUS-I een eindverslag in. Een format daartoe wordt door DUS-I beschikbaar gesteld. In het eindverslag vermeldt de subsidieontvanger op welke manier hij zich heeft ingespannen om het aantal opgegeven leerlingen en het aantal gerealiseerde klokuren te bereiken. De vermelding van het aantal aangeboden klokuren, bedoeld in de derde volzin, geschiedt aan de hand van een uitsplitsing over de schooljaren 2025–2026, 2026–2027 en 2027–2028. Verder toont de subsidieontvanger in het eindverslag aan dat het aannemelijk is dat er gedurende het aantal aangeboden klokuren een ontwikkelaanbod is gerealiseerd en dat er zorg is gedragen voor de VOG-verklaringen van de betrokkenen.
6. De subsidieontvanger meldt gedurende de subsidieperiode schriftelijk bij DUS-I indien het gemiddeld aantal aangeboden klokuren dat is gerealiseerd minder is dan 75 procent van het aangevraagde aantal klokuren. In dat geval kan de subsidie lager worden vastgesteld. Voor het lager vaststellen van de subsidie wordt uitgegaan van het gemiddeld aantal klokuren per week per schooljaar, waarbij klokuren die meetellen activiteiten betreffen die vallen onder de ontwikkelgebieden, bedoeld in artikel 3, tweede lid.
7. Indien het aantal klokuren, bedoeld in artikel 5, derde lid, onderdeel e, niet wordt gehaald, wordt na aftrek van een marge van 25 procent van het aantal aangevraagde klokuren naar rato teruggevorderd over de niet-gerealiseerde uren.
8. Indien de activiteiten niet volledig zijn uitgevoerd of niet aan de verplichtingen is voldaan, kan de minister de subsidie lager vaststellen en het ontvangen subsidiebedrag naar rato terugvorderen.
9. De subsidieontvanger toont op verzoek van de minister aan dat de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt zijn verricht en dat is voldaan aan de verplichtingen die aan de subsidie verbonden zijn.