BWBR0050665
Geldig vanaf 2025-03-01
Artikel 2.8
Besluit gegevensverwerking door samenwerkingsverbanden
1. Een verzoek van een deelnemer om een rapportage over vermogen en inkomsten of over financieel-zakelijke relaties, bedoeld in artikel 2.13, onder a en b, van de wet, wordt uitsluitend in behandeling genomen indien:
a. sprake is van duidelijke en objectieve aanwijzingen dat op onrechtmatige wijze financieel gewin is of wordt behaald door middel van: 1°. een misdrijf als omschreven in artikel 67, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering;
2°. een overtreding van een wettelijk voorschrift waarvoor naar verwachting een bestuurlijke sanctie van ten minste € 5000 kan worden opgelegd of die kan leiden tot weigering, inperking, of intrekking van een vergunning of integriteitsverklaring;
3°. een fiscale overtreding bij een vermoeden van benadeling van ten minste € 5000, of
4°. een overheidsvordering die oninbaar dreigt te worden van ten minste € 5000 vanwege een onherroepelijke boete, ontnemingsmaatregel of schadevergoedingsmaatregel;
1°. een misdrijf als omschreven in artikel 67, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering;
2°. een overtreding van een wettelijk voorschrift waarvoor naar verwachting een bestuurlijke sanctie van ten minste € 5000 kan worden opgelegd of die kan leiden tot weigering, inperking, of intrekking van een vergunning of integriteitsverklaring;
3°. een fiscale overtreding bij een vermoeden van benadeling van ten minste € 5000, of
4°. een overheidsvordering die oninbaar dreigt te worden van ten minste € 5000 vanwege een onherroepelijke boete, ontnemingsmaatregel of schadevergoedingsmaatregel;
b. de gevraagde rapportage met het oog op het doel van de Infobox Crimineel en Onverklaarbaar Vermogen, bedoeld in artikel 2.10 van de wet, noodzakelijk en evenredig is voor de uitoefening van publiekrechtelijke taken en bevoegdheden van de verzoekende deelnemer, bedoeld in artikel 2.11 van de wet of artikel 2.6 van dit besluit;
c. het verkrijgen van de gevraagde rapportage naar verwachting de samenwerking met meerdere deelnemers van de Infobox Crimineel en Onverklaarbaar Vermogen vergt; en
d. het verzoek een vermelding omvat van: 1°. de taak of bevoegdheid van de deelnemer en het betrokken element van het doel, bedoeld in artikel 2.10 van de wet, met het oog waarop het verzoek wordt gedaan;
2°. de natuurlijke of rechtspersonen waarop het verzoek ziet, of, in geval van een rapportage over vermogen en inkomsten, eventueel het object waarop het verzoek ziet, en
3°. indien het een verzoek om een rapportage over financieel-zakelijke relaties betreft, de feiten en omstandigheden die relevant zijn om te kunnen bepalen welke relaties moeten worden opgenomen in de rapportage.
1°. de taak of bevoegdheid van de deelnemer en het betrokken element van het doel, bedoeld in artikel 2.10 van de wet, met het oog waarop het verzoek wordt gedaan;
2°. de natuurlijke of rechtspersonen waarop het verzoek ziet, of, in geval van een rapportage over vermogen en inkomsten, eventueel het object waarop het verzoek ziet, en
3°. indien het een verzoek om een rapportage over financieel-zakelijke relaties betreft, de feiten en omstandigheden die relevant zijn om te kunnen bepalen welke relaties moeten worden opgenomen in de rapportage.
2. De deelnemer die het verzoek aanmeldt, draagt er zorg voor dat daarin is toegelicht in hoeverre is voldaan aan de criteria, bedoeld in het eerste lid. De deelnemers registreren een verzoek om een rapportage in het systeem waarin zij gezamenlijk gegevens verwerken, met daarbij de vermelding of is voldaan aan de criteria voor het in behandeling nemen van dat verzoek.
a. sprake is van duidelijke en objectieve aanwijzingen dat op onrechtmatige wijze financieel gewin is of wordt behaald door middel van: 1°. een misdrijf als omschreven in artikel 67, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering;
2°. een overtreding van een wettelijk voorschrift waarvoor naar verwachting een bestuurlijke sanctie van ten minste € 5000 kan worden opgelegd of die kan leiden tot weigering, inperking, of intrekking van een vergunning of integriteitsverklaring;
3°. een fiscale overtreding bij een vermoeden van benadeling van ten minste € 5000, of
4°. een overheidsvordering die oninbaar dreigt te worden van ten minste € 5000 vanwege een onherroepelijke boete, ontnemingsmaatregel of schadevergoedingsmaatregel;
1°. een misdrijf als omschreven in artikel 67, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering;
2°. een overtreding van een wettelijk voorschrift waarvoor naar verwachting een bestuurlijke sanctie van ten minste € 5000 kan worden opgelegd of die kan leiden tot weigering, inperking, of intrekking van een vergunning of integriteitsverklaring;
3°. een fiscale overtreding bij een vermoeden van benadeling van ten minste € 5000, of
4°. een overheidsvordering die oninbaar dreigt te worden van ten minste € 5000 vanwege een onherroepelijke boete, ontnemingsmaatregel of schadevergoedingsmaatregel;
b. de gevraagde rapportage met het oog op het doel van de Infobox Crimineel en Onverklaarbaar Vermogen, bedoeld in artikel 2.10 van de wet, noodzakelijk en evenredig is voor de uitoefening van publiekrechtelijke taken en bevoegdheden van de verzoekende deelnemer, bedoeld in artikel 2.11 van de wet of artikel 2.6 van dit besluit;
c. het verkrijgen van de gevraagde rapportage naar verwachting de samenwerking met meerdere deelnemers van de Infobox Crimineel en Onverklaarbaar Vermogen vergt; en
d. het verzoek een vermelding omvat van: 1°. de taak of bevoegdheid van de deelnemer en het betrokken element van het doel, bedoeld in artikel 2.10 van de wet, met het oog waarop het verzoek wordt gedaan;
2°. de natuurlijke of rechtspersonen waarop het verzoek ziet, of, in geval van een rapportage over vermogen en inkomsten, eventueel het object waarop het verzoek ziet, en
3°. indien het een verzoek om een rapportage over financieel-zakelijke relaties betreft, de feiten en omstandigheden die relevant zijn om te kunnen bepalen welke relaties moeten worden opgenomen in de rapportage.
1°. de taak of bevoegdheid van de deelnemer en het betrokken element van het doel, bedoeld in artikel 2.10 van de wet, met het oog waarop het verzoek wordt gedaan;
2°. de natuurlijke of rechtspersonen waarop het verzoek ziet, of, in geval van een rapportage over vermogen en inkomsten, eventueel het object waarop het verzoek ziet, en
3°. indien het een verzoek om een rapportage over financieel-zakelijke relaties betreft, de feiten en omstandigheden die relevant zijn om te kunnen bepalen welke relaties moeten worden opgenomen in de rapportage.
2. De deelnemer die het verzoek aanmeldt, draagt er zorg voor dat daarin is toegelicht in hoeverre is voldaan aan de criteria, bedoeld in het eerste lid. De deelnemers registreren een verzoek om een rapportage in het systeem waarin zij gezamenlijk gegevens verwerken, met daarbij de vermelding of is voldaan aan de criteria voor het in behandeling nemen van dat verzoek.