BWBR0050665
Geldig vanaf 2025-03-01
Artikel 1.10
Besluit gegevensverwerking door samenwerkingsverbanden
1. De bevoegdheid tot verstrekking van de resultaten aan een ander samenwerkingsverband, bedoeld in artikel 1.7, achtste lid, van de wet, kan uitsluitend op de navolgende wijzen worden toegepast:
a. Indien een samenwerkingsverband vaststelt dat een betrokkene tevens bekend is bij een ander samenwerkingsverband, mogen beide samenwerkingsverbanden gegevens uitwisselen over welke deelnemers in beide samenwerkingsverbanden bij de betreffende gegevensverwerking betrokken zijn of zijn geweest.
b. In aanvulling op onderdeel a mogen een Zorg- en Veiligheidshuis en een Regionaal Informatie- en Expertisecentrum gegevens uitwisselen die noodzakelijk zijn om afspraken over interventies van de deelnemers in de beide samenwerkingsverbanden op elkaar af te stemmen.
c. In aanvulling op onderdeel a mogen een Regionaal Informatie- en Expertisecentrum en het Financieel Expertisecentrum gegevens uitwisselen die noodzakelijk zijn om afspraken over interventies van de deelnemers in de beide samenwerkingsverbanden op elkaar af te stemmen;
d. De aanvrager van een rapportage van de Infobox Crimineel en Onverklaarbaar Vermogen die tevens deelneemt aan een Regionaal Informatie- en Expertisecentrum of het Financieel Expertisecentrum mag een ontvangen rapportage verstrekken aan dat verband indien aldaar een signaal wordt besproken over een persoon die onderwerp is van die rapportage.
2. Tussen samenwerkingsverbanden worden geen gegevens uitgewisseld waarop een wettelijke geheimhoudingsplicht rust als bedoeld in de volgende artikelen:
a. artikel 457 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek;
b. artikel 88 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg;
c. artikel 7.3.11 van de Jeugdwet;
d. artikel 8:34 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg;
e. artikel 18c, vierde lid, van de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijke gehandicapte cliënten.
3. Bij de toepassing van het eerste lid worden geen gegevens van de rijksbelastingdienst, met uitzondering van de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst, verstrekt aan een private deelnemer van een samenwerkingsverband voor de behartiging van diens gerechtvaardigde belangen.
a. Indien een samenwerkingsverband vaststelt dat een betrokkene tevens bekend is bij een ander samenwerkingsverband, mogen beide samenwerkingsverbanden gegevens uitwisselen over welke deelnemers in beide samenwerkingsverbanden bij de betreffende gegevensverwerking betrokken zijn of zijn geweest.
b. In aanvulling op onderdeel a mogen een Zorg- en Veiligheidshuis en een Regionaal Informatie- en Expertisecentrum gegevens uitwisselen die noodzakelijk zijn om afspraken over interventies van de deelnemers in de beide samenwerkingsverbanden op elkaar af te stemmen.
c. In aanvulling op onderdeel a mogen een Regionaal Informatie- en Expertisecentrum en het Financieel Expertisecentrum gegevens uitwisselen die noodzakelijk zijn om afspraken over interventies van de deelnemers in de beide samenwerkingsverbanden op elkaar af te stemmen;
d. De aanvrager van een rapportage van de Infobox Crimineel en Onverklaarbaar Vermogen die tevens deelneemt aan een Regionaal Informatie- en Expertisecentrum of het Financieel Expertisecentrum mag een ontvangen rapportage verstrekken aan dat verband indien aldaar een signaal wordt besproken over een persoon die onderwerp is van die rapportage.
2. Tussen samenwerkingsverbanden worden geen gegevens uitgewisseld waarop een wettelijke geheimhoudingsplicht rust als bedoeld in de volgende artikelen:
a. artikel 457 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek;
b. artikel 88 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg;
c. artikel 7.3.11 van de Jeugdwet;
d. artikel 8:34 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg;
e. artikel 18c, vierde lid, van de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijke gehandicapte cliënten.
3. Bij de toepassing van het eerste lid worden geen gegevens van de rijksbelastingdienst, met uitzondering van de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst, verstrekt aan een private deelnemer van een samenwerkingsverband voor de behartiging van diens gerechtvaardigde belangen.