BWBR0050665
Geldig vanaf 2025-03-01
Artikel 2.4
Besluit gegevensverwerking door samenwerkingsverbanden
1. Een signaal of verzoek van een deelnemer kan in het Financieel Expertisecentrum uitsluitend aanleiding vormen tot het signalenoverleg, bedoeld in artikel 2.6 van de wet, onderscheidenlijk een gegevensanalyse, bedoeld in artikel 2.7 van de wet, indien:
a. sprake is van duidelijke en objectieve aanwijzingen van een of meerdere deelnemers dat bepaalde gedragingen of situaties verband kunnen houden met: 1° een inbreuk op de integriteit van natuurlijke of rechtspersonen die binnen het financiële stelsel werkzaam zijn, of
2° het gebruik van het financiële stelsel, of onderdelen daarvan, voor financieel-economische criminaliteit, terrorismefinanciering en andere ernstige vormen van criminaliteit;
1° een inbreuk op de integriteit van natuurlijke of rechtspersonen die binnen het financiële stelsel werkzaam zijn, of
2° het gebruik van het financiële stelsel, of onderdelen daarvan, voor financieel-economische criminaliteit, terrorismefinanciering en andere ernstige vormen van criminaliteit;
b. gezamenlijke gegevensverwerking noodzakelijk is in relatie tot het doel van het Financieel Expertisecentrum, bedoeld in artikel 2.2 van de wet;
c. de analyse van het signaal of verzoek naar verwachting de samenwerking met meerdere deelnemers van het Financieel Expertisecentrum vergt; en
d. het signaal of verzoek een vermelding omvat van: 1°. de feiten, omstandigheden en gedragingen die relevant zijn voor het signaal of verzoek;
2°. de rechtspersoon, de natuurlijke persoon of het object waarop het signaal of verzoek ziet en zijn relatie met de gevraagde gegevens;
3°. indien een verzoek wordt gedaan tot een gegevensanalyse: een afbakening welke informatie hiervoor nodig is, met een toelichting daarop.
1°. de feiten, omstandigheden en gedragingen die relevant zijn voor het signaal of verzoek;
2°. de rechtspersoon, de natuurlijke persoon of het object waarop het signaal of verzoek ziet en zijn relatie met de gevraagde gegevens;
3°. indien een verzoek wordt gedaan tot een gegevensanalyse: een afbakening welke informatie hiervoor nodig is, met een toelichting daarop.
2. Bij een signaal of verzoek dat betrekking heeft op het gezamenlijk verwerken van gegevens in een publiek-private taskforce, bedoeld in artikel 2.2, geldt in aanvulling op het eerste lid als vereiste dat het signaal of verzoek is ingediend door de politie of de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst, onder vermelding van de identificerende gegevens van een persoon die in verband kan worden gebracht met een voornoemde vorm van criminaliteit of de financiering daarvan.
3. Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel a, onder 2°, wordt onder «andere ernstige vormen van criminaliteit» dan financieel-economische criminaliteit en terrorismefinanciering verstaan: misdrijven die een ernstige inbreuk op de rechtsorde opleveren als bedoeld in het Wetboek van Strafvordering, voor zover die tevens de integriteit van het financiële stelsel raken.
a. sprake is van duidelijke en objectieve aanwijzingen van een of meerdere deelnemers dat bepaalde gedragingen of situaties verband kunnen houden met: 1° een inbreuk op de integriteit van natuurlijke of rechtspersonen die binnen het financiële stelsel werkzaam zijn, of
2° het gebruik van het financiële stelsel, of onderdelen daarvan, voor financieel-economische criminaliteit, terrorismefinanciering en andere ernstige vormen van criminaliteit;
1° een inbreuk op de integriteit van natuurlijke of rechtspersonen die binnen het financiële stelsel werkzaam zijn, of
2° het gebruik van het financiële stelsel, of onderdelen daarvan, voor financieel-economische criminaliteit, terrorismefinanciering en andere ernstige vormen van criminaliteit;
b. gezamenlijke gegevensverwerking noodzakelijk is in relatie tot het doel van het Financieel Expertisecentrum, bedoeld in artikel 2.2 van de wet;
c. de analyse van het signaal of verzoek naar verwachting de samenwerking met meerdere deelnemers van het Financieel Expertisecentrum vergt; en
d. het signaal of verzoek een vermelding omvat van: 1°. de feiten, omstandigheden en gedragingen die relevant zijn voor het signaal of verzoek;
2°. de rechtspersoon, de natuurlijke persoon of het object waarop het signaal of verzoek ziet en zijn relatie met de gevraagde gegevens;
3°. indien een verzoek wordt gedaan tot een gegevensanalyse: een afbakening welke informatie hiervoor nodig is, met een toelichting daarop.
1°. de feiten, omstandigheden en gedragingen die relevant zijn voor het signaal of verzoek;
2°. de rechtspersoon, de natuurlijke persoon of het object waarop het signaal of verzoek ziet en zijn relatie met de gevraagde gegevens;
3°. indien een verzoek wordt gedaan tot een gegevensanalyse: een afbakening welke informatie hiervoor nodig is, met een toelichting daarop.
2. Bij een signaal of verzoek dat betrekking heeft op het gezamenlijk verwerken van gegevens in een publiek-private taskforce, bedoeld in artikel 2.2, geldt in aanvulling op het eerste lid als vereiste dat het signaal of verzoek is ingediend door de politie of de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst, onder vermelding van de identificerende gegevens van een persoon die in verband kan worden gebracht met een voornoemde vorm van criminaliteit of de financiering daarvan.
3. Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel a, onder 2°, wordt onder «andere ernstige vormen van criminaliteit» dan financieel-economische criminaliteit en terrorismefinanciering verstaan: misdrijven die een ernstige inbreuk op de rechtsorde opleveren als bedoeld in het Wetboek van Strafvordering, voor zover die tevens de integriteit van het financiële stelsel raken.