BWBR0050665
Geldig vanaf 2025-03-01
Artikel 1.2
Besluit gegevensverwerking door samenwerkingsverbanden
1. Het contactpunt besluit namens de deelnemers aan het samenwerkingsverband op een verzoek van een betrokkene tot uitoefening van diens rechten op grond van hoofdstuk III van de Algemene verordening gegevensbescherming voor zover dat verzoek betrekking heeft op persoonsgegevens die door het samenwerkingsverband worden verwerkt.
2. Het contactpunt besluit na overleg met de deelnemers die betrokken waren of zijn bij de verwerking van de persoonsgegevens over de betrokkene, en wijst het verzoek af indien of voor zover naar het oordeel van één of meer van die deelnemers een uitzonderingsgrond van toepassing is op grond van artikel 41 van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming.
3. Zodra de uitzonderingsgrond naar het oordeel van de betreffende deelnemer niet langer van toepassing is, meldt de deelnemer dit zo spoedig mogelijk aan het contactpunt.
4. Een andere deelnemende overheidsinstantie of ander deelnemend overheidsorgaan kan met het contactpunt overeenkomen om het besluit te nemen indien die andere deelnemer daartoe beter in staat is. In dat geval informeert het contactpunt de betrokkene hierover. Het eerste tot en met het derde lid zijn van overeenkomstige toepassing op de andere deelnemer die het besluit neemt.
2. Het contactpunt besluit na overleg met de deelnemers die betrokken waren of zijn bij de verwerking van de persoonsgegevens over de betrokkene, en wijst het verzoek af indien of voor zover naar het oordeel van één of meer van die deelnemers een uitzonderingsgrond van toepassing is op grond van artikel 41 van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming.
3. Zodra de uitzonderingsgrond naar het oordeel van de betreffende deelnemer niet langer van toepassing is, meldt de deelnemer dit zo spoedig mogelijk aan het contactpunt.
4. Een andere deelnemende overheidsinstantie of ander deelnemend overheidsorgaan kan met het contactpunt overeenkomen om het besluit te nemen indien die andere deelnemer daartoe beter in staat is. In dat geval informeert het contactpunt de betrokkene hierover. Het eerste tot en met het derde lid zijn van overeenkomstige toepassing op de andere deelnemer die het besluit neemt.