BWBR0050665
Geldig vanaf 2025-03-01
Artikel 2.20
Besluit gegevensverwerking door samenwerkingsverbanden
1. Een casus die wordt aangemeld op grond van artikel 2.31, eerste lid, van de wetis in overeenstemming met het doel, bedoeld in artikel 2.25 van de wet, indien er sprake is van problemen:
a. bij betrokkene, of in de gezinssituatie waarin betrokkene verkeert indien die problemen voor betrokkene relevant zijn;
b. op meerdere leefgebieden waarin sprake is van criminogene factoren;
c. die leiden, hebben geleid, of, gelet op duidelijke en objectieve aanwijzingen daarvoor, zonder interventie zouden gaan leiden tot het veroorzaken door betrokkene van ernstige overlast, criminaliteit, of onveilige situaties voor personen of binnen een gebied, en
d. waarvoor samenwerking tussen deelnemers van het Zorg- en Veiligheidshuis uit meerdere domeinen noodzakelijk is om te komen tot een effectief plan van aanpak om deze problemen te voorkomen, verminderen of bestrijden.
2. De deelnemers aan het Zorg- en Veiligheidshuis kunnen plannen van aanpak van meerdere personen over wie in Zorg- en Veiligheidshuizen casusoverleggen worden gevoerd, op elkaar afstemmen voor zover:
a. de betrokkenen behoren tot elkaars directe kring als bedoeld in artikel 2.30, eerste lid, onder b, van de wet;
b. er afhankelijkheden bestaan tussen de problemen bij deze betrokkenen als bedoeld in het eerste lid, of tussen de problemen die zij veroorzaken als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, en
c. de afstemming noodzakelijk is voor het doel, bedoeld in artikel 2.25 van de wet.
3. De deelnemer die de casus aanmeldt, draagt er zorg voor dat uit de aanmelding blijkt in hoeverre is voldaan aan de criteria, bedoeld in het eerste lid. De deelnemers registreren in het systeem waarin zij gezamenlijk gegevens verwerken of naar hun oordeel is voldaan aan de criteria voor het in behandeling nemen van een casus.
a. bij betrokkene, of in de gezinssituatie waarin betrokkene verkeert indien die problemen voor betrokkene relevant zijn;
b. op meerdere leefgebieden waarin sprake is van criminogene factoren;
c. die leiden, hebben geleid, of, gelet op duidelijke en objectieve aanwijzingen daarvoor, zonder interventie zouden gaan leiden tot het veroorzaken door betrokkene van ernstige overlast, criminaliteit, of onveilige situaties voor personen of binnen een gebied, en
d. waarvoor samenwerking tussen deelnemers van het Zorg- en Veiligheidshuis uit meerdere domeinen noodzakelijk is om te komen tot een effectief plan van aanpak om deze problemen te voorkomen, verminderen of bestrijden.
2. De deelnemers aan het Zorg- en Veiligheidshuis kunnen plannen van aanpak van meerdere personen over wie in Zorg- en Veiligheidshuizen casusoverleggen worden gevoerd, op elkaar afstemmen voor zover:
a. de betrokkenen behoren tot elkaars directe kring als bedoeld in artikel 2.30, eerste lid, onder b, van de wet;
b. er afhankelijkheden bestaan tussen de problemen bij deze betrokkenen als bedoeld in het eerste lid, of tussen de problemen die zij veroorzaken als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, en
c. de afstemming noodzakelijk is voor het doel, bedoeld in artikel 2.25 van de wet.
3. De deelnemer die de casus aanmeldt, draagt er zorg voor dat uit de aanmelding blijkt in hoeverre is voldaan aan de criteria, bedoeld in het eerste lid. De deelnemers registreren in het systeem waarin zij gezamenlijk gegevens verwerken of naar hun oordeel is voldaan aan de criteria voor het in behandeling nemen van een casus.