BWBR0050665
Geldig vanaf 2025-03-01
Artikel 1.13
Besluit gegevensverwerking door samenwerkingsverbanden
1. De rechtmatigheidsadviescommissie van een samenwerkingsverband kan ter uitoefening van haar taak, bedoeld in artikel 1.8, zesde lid, van de wet, adviseren op verzoek van de deelnemers of op eigen initiatief. De deelnemers zorgen ervoor dat de rechtmatigheidsadviescommissie daartoe naar behoren vooraf wordt betrokken bij in ieder geval nieuwe verwerkingswijzen en wijzigingen daarvan.
2. De rechtmatigheidsadviescommissie adviseert, zonder voorafgaande toestemming, rechtstreeks aan de bestuurders van de deelnemers die het samenwerkingsverband aansturen.
3. Een uit te brengen advies wordt vastgesteld in overleg tussen de leden die zijn benoemd door de deelnemers die het advies aangaat dan wel, bij de Regionale Informatie- en Expertisecentra en de Zorg- en Veiligheidshuizen, met personen uit koepelorganisaties of brancheverenigingen, bedoeld in artikel 1.15, tweede lid, indien het advies de deelnemers aangaat die door de koepelorganisaties of brancheverenigingen worden vertegenwoordigd.
4. Een lid dat een standpunt heeft ingebracht dat afwijkt van het standpunt van de andere leden, kan over dat standpunt een afzonderlijke nota bij het advies voegen.
5. Een rechtmatigheidsadviescommissie kan haar werkwijze nader vaststellen in een reglement van orde.
6. Afwijking van een advies van de rechtmatigheidsadviescommissie door de bestuurders, bedoeld in het tweede lid, kan uitsluitend beargumenteerd plaatsvinden. De afwijking wordt door de deelnemers gedocumenteerd en gerapporteerd aan de rechtmatigheidsadviescommissie en de coördinerend functionaris voor gegevensbescherming voor het samenwerkingsverband, bedoeld in artikel 1.4, tweede lid, van de wet.
2. De rechtmatigheidsadviescommissie adviseert, zonder voorafgaande toestemming, rechtstreeks aan de bestuurders van de deelnemers die het samenwerkingsverband aansturen.
3. Een uit te brengen advies wordt vastgesteld in overleg tussen de leden die zijn benoemd door de deelnemers die het advies aangaat dan wel, bij de Regionale Informatie- en Expertisecentra en de Zorg- en Veiligheidshuizen, met personen uit koepelorganisaties of brancheverenigingen, bedoeld in artikel 1.15, tweede lid, indien het advies de deelnemers aangaat die door de koepelorganisaties of brancheverenigingen worden vertegenwoordigd.
4. Een lid dat een standpunt heeft ingebracht dat afwijkt van het standpunt van de andere leden, kan over dat standpunt een afzonderlijke nota bij het advies voegen.
5. Een rechtmatigheidsadviescommissie kan haar werkwijze nader vaststellen in een reglement van orde.
6. Afwijking van een advies van de rechtmatigheidsadviescommissie door de bestuurders, bedoeld in het tweede lid, kan uitsluitend beargumenteerd plaatsvinden. De afwijking wordt door de deelnemers gedocumenteerd en gerapporteerd aan de rechtmatigheidsadviescommissie en de coördinerend functionaris voor gegevensbescherming voor het samenwerkingsverband, bedoeld in artikel 1.4, tweede lid, van de wet.