BWBR0050225
Geldig vanaf 25-09-2024
Artikel 4
Beleidsregel Kostprijsonderzoek ggz- en fz-instellingen en MVO ggz – BR/REG-24139
4.1 De NZa betrekt een externe klankbordgroep en externe werkgroepen bij het kostprijsonderzoek. Bij deze groepen wordt input opgehaald voor opzet en invulling van het kostprijsonderzoek. De deelnemers geven advies, op basis van hun inhoudelijke expertise en/of wensen van hun achterban. De bijeenkomsten met deze groepen zijn adviserend. Het advies van de externe klankbordgroep weegt de NZa mee in haar overwegingen en het op te stellen beleid. De NZa stelt externe werkgroepen in om specifieke onderwerpen verder uit te werken.
4.2 De NZa koppelt de resultaten van de externe werkgroepen schriftelijk terug aan de externe klankbordgroep. Van de bijeenkomsten met de externe klankbordgroep maakt de NZa verslagen. Daarnaast worden de stukken van de bijeenkomsten van de externe klankbordgroep digitaal gepubliceerd op PUC en zijn daarmee openbaar.
4.3 De NZa hanteert de volgende inclusiecriteria bij het selecteren van zorgaanbieders voor deelname aan het kostprijsonderzoek en baseert zich daarbij op de declaraties over 2022. Instellingen a) Instellingen die een omzet hebben van minimaal € 290.000 op tenminste één van de volgende financieringsstromen: Zvw-ggz, Fz en Wlz-Verblijf inclusief behandeling (ggz-wonen en ggz-b), waarbij de omzet voor die financieringsstroom tevens meer is dan 10% van de totale omzet. In dat geval dient de instelling voor alle bovengenoemde financieringsstromen gegevens aan te leveren. Indien een instelling aantoont dat het percentage van 10% niet gehaald wordt over 2022 of 2023 kan vrijstelling worden aangevraagd.
b) In afwijking van 4.3a geldt voor instellingen met een PAAZ/PUK-afdeling dat deze met een ggz-Zvw omzet van minimaal € 290.000 worden geïncludeerd, ook als het percentage van 10% niet gehaald wordt.
a) Instellingen die een omzet hebben van minimaal € 290.000 op tenminste één van de volgende financieringsstromen: Zvw-ggz, Fz en Wlz-Verblijf inclusief behandeling (ggz-wonen en ggz-b), waarbij de omzet voor die financieringsstroom tevens meer is dan 10% van de totale omzet. In dat geval dient de instelling voor alle bovengenoemde financieringsstromen gegevens aan te leveren. Indien een instelling aantoont dat het percentage van 10% niet gehaald wordt over 2022 of 2023 kan vrijstelling worden aangevraagd.
b) In afwijking van 4.3a geldt voor instellingen met een PAAZ/PUK-afdeling dat deze met een ggz-Zvw omzet van minimaal € 290.000 worden geïncludeerd, ook als het percentage van 10% niet gehaald wordt.
4.4 Alle zorgaanbieders die aan de voor hen geldende inclusiecriteria als genoemd in artikel 4.3, voldoen, worden middels een informatieverzoek verplicht om deel te nemen aan het kostprijsonderzoek.
4.5 Alle deelnemers ontvangen minimaal vier weken voorafgaand aan het informatieverzoek een schriftelijke aankondiging van het kostprijsonderzoek. Hierin worden zij ten minste geïnformeerd over de verplichte deelname aan het onderzoek en het tijdsbestek waarbinnen de gegevensuitvraag plaatsvindt.
4.6 Het uitvraagformulier wordt voorafgaand aan de gegevensuitvraag getest door middel van een pilot met zorgaanbieders uit verschillende settingen met een voldoende spreiding over settingen, beroepen en specialisaties. Deze beleidsregel is vastgesteld ná deze pilot zodat wijzigingen die voortkwamen uit de pilot verwerkt zijn in deze beleidsregel.
4.2 De NZa koppelt de resultaten van de externe werkgroepen schriftelijk terug aan de externe klankbordgroep. Van de bijeenkomsten met de externe klankbordgroep maakt de NZa verslagen. Daarnaast worden de stukken van de bijeenkomsten van de externe klankbordgroep digitaal gepubliceerd op PUC en zijn daarmee openbaar.
4.3 De NZa hanteert de volgende inclusiecriteria bij het selecteren van zorgaanbieders voor deelname aan het kostprijsonderzoek en baseert zich daarbij op de declaraties over 2022. Instellingen a) Instellingen die een omzet hebben van minimaal € 290.000 op tenminste één van de volgende financieringsstromen: Zvw-ggz, Fz en Wlz-Verblijf inclusief behandeling (ggz-wonen en ggz-b), waarbij de omzet voor die financieringsstroom tevens meer is dan 10% van de totale omzet. In dat geval dient de instelling voor alle bovengenoemde financieringsstromen gegevens aan te leveren. Indien een instelling aantoont dat het percentage van 10% niet gehaald wordt over 2022 of 2023 kan vrijstelling worden aangevraagd.
b) In afwijking van 4.3a geldt voor instellingen met een PAAZ/PUK-afdeling dat deze met een ggz-Zvw omzet van minimaal € 290.000 worden geïncludeerd, ook als het percentage van 10% niet gehaald wordt.
a) Instellingen die een omzet hebben van minimaal € 290.000 op tenminste één van de volgende financieringsstromen: Zvw-ggz, Fz en Wlz-Verblijf inclusief behandeling (ggz-wonen en ggz-b), waarbij de omzet voor die financieringsstroom tevens meer is dan 10% van de totale omzet. In dat geval dient de instelling voor alle bovengenoemde financieringsstromen gegevens aan te leveren. Indien een instelling aantoont dat het percentage van 10% niet gehaald wordt over 2022 of 2023 kan vrijstelling worden aangevraagd.
b) In afwijking van 4.3a geldt voor instellingen met een PAAZ/PUK-afdeling dat deze met een ggz-Zvw omzet van minimaal € 290.000 worden geïncludeerd, ook als het percentage van 10% niet gehaald wordt.
4.4 Alle zorgaanbieders die aan de voor hen geldende inclusiecriteria als genoemd in artikel 4.3, voldoen, worden middels een informatieverzoek verplicht om deel te nemen aan het kostprijsonderzoek.
4.5 Alle deelnemers ontvangen minimaal vier weken voorafgaand aan het informatieverzoek een schriftelijke aankondiging van het kostprijsonderzoek. Hierin worden zij ten minste geïnformeerd over de verplichte deelname aan het onderzoek en het tijdsbestek waarbinnen de gegevensuitvraag plaatsvindt.
4.6 Het uitvraagformulier wordt voorafgaand aan de gegevensuitvraag getest door middel van een pilot met zorgaanbieders uit verschillende settingen met een voldoende spreiding over settingen, beroepen en specialisaties. Deze beleidsregel is vastgesteld ná deze pilot zodat wijzigingen die voortkwamen uit de pilot verwerkt zijn in deze beleidsregel.
- Citeren als
- Art. 4
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0050225
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl