BWBR0050225
Geldig vanaf 25-09-2024
Artikel 7
Beleidsregel Kostprijsonderzoek ggz- en fz-instellingen en MVO ggz – BR/REG-24139
7.1 Door de uitvraag komen de gerealiseerde kosten en de geleverde productie in beeld. De kostprijs per prestatie wordt in beginsel berekend door de toegerekende totaal kosten voor een bepaalde soort prestatie te delen door de productie van die prestatie. In de berekening en toetsing van kostprijzen onderscheidt de NZa onderstaande groepen prestaties: a) Prestaties zoals opgenomen in de ‘Beleidsregel prestaties en tarieven ggz en fz’: – consulten (inclusief groepsconsulten);
– verblijfsdagen;
– toeslagen op de consulten en verblijfsdagen;
– overige prestaties (waaronder gmap en zzp’s).
– consulten (inclusief groepsconsulten);
– verblijfsdagen;
– toeslagen op de consulten en verblijfsdagen;
– overige prestaties (waaronder gmap en zzp’s).
b) Prestaties Wlz-ggz zoals opgenomen in bijlage 1 van deze beleidsregel.
c) De vergoedingsbedragen in het kader van de beschikbaarheidbijdrage mvo ggz, conform bijlage 2. Bijlage 1 en 2 zijn integraal onderdeel van deze beleidsregel.
a) Prestaties zoals opgenomen in de ‘Beleidsregel prestaties en tarieven ggz en fz’: – consulten (inclusief groepsconsulten);
– verblijfsdagen;
– toeslagen op de consulten en verblijfsdagen;
– overige prestaties (waaronder gmap en zzp’s).
– consulten (inclusief groepsconsulten);
– verblijfsdagen;
– toeslagen op de consulten en verblijfsdagen;
– overige prestaties (waaronder gmap en zzp’s).
b) Prestaties Wlz-ggz zoals opgenomen in bijlage 1 van deze beleidsregel.
c) De vergoedingsbedragen in het kader van de beschikbaarheidbijdrage mvo ggz, conform bijlage 2.
7.2 Voor de volgende prestaties gaan we kostprijzen vaststellen op een andere wijze dan via de uitvraag bij zorgaanbieders. a) Zorgmachtiging Wet verplichte ggz; deze kostprijs wordt geïndexeerd rekening houdend met de gemiddelde mutatie van alle tarieven.
b) De prestaties binnen acute ggz kennen een vast tarief. Het vaste tarief voor de consulten is gelijk aan het maximumtarief van dezelfde beroepen en tijdsranges voor de setting 'outreachend' en 'diagnostiek'. Het vaste tarief voor reistijd acute ggz is gelijk aan het maximumtarief van de toeslag reistijd ggz. Het vaste tarief voor de verblijfsdagen is gelijk aan het maximumtarief van dezelfde verblijfscategorie (zonder beveiligingsniveau). De tarieven zijn ter dekking van het budget acute ggz. De methodiek waarbij de gedeclareerde tarieven voor acute zorg een voorschot zijn op een eindafrekening, die gebaseerd is op afspraken met verzekeraars, blijft hiermee intact.
c) Forensisch psychiatrisch toezicht (fz) deze kostprijs wordt geïndexeerd rekening houdend met de gemiddelde mutatie van alle tarieven.
d) Toeslag spravato; het tarief wordt ontleend aan de meest recente inkoopprijs.
e) Toeslag Tbs-patiënt (fz) deze kostprijs wordt geïndexeerd rekening houdend met de gemiddelde mutatie van alle tarieven.
f) Prestaties met een vrij tarief; hiervoor worden geen tarieven vastgesteld.
a) Zorgmachtiging Wet verplichte ggz; deze kostprijs wordt geïndexeerd rekening houdend met de gemiddelde mutatie van alle tarieven.
b) De prestaties binnen acute ggz kennen een vast tarief. Het vaste tarief voor de consulten is gelijk aan het maximumtarief van dezelfde beroepen en tijdsranges voor de setting 'outreachend' en 'diagnostiek'. Het vaste tarief voor reistijd acute ggz is gelijk aan het maximumtarief van de toeslag reistijd ggz. Het vaste tarief voor de verblijfsdagen is gelijk aan het maximumtarief van dezelfde verblijfscategorie (zonder beveiligingsniveau). De tarieven zijn ter dekking van het budget acute ggz. De methodiek waarbij de gedeclareerde tarieven voor acute zorg een voorschot zijn op een eindafrekening, die gebaseerd is op afspraken met verzekeraars, blijft hiermee intact.
c) Forensisch psychiatrisch toezicht (fz) deze kostprijs wordt geïndexeerd rekening houdend met de gemiddelde mutatie van alle tarieven.
d) Toeslag spravato; het tarief wordt ontleend aan de meest recente inkoopprijs.
e) Toeslag Tbs-patiënt (fz) deze kostprijs wordt geïndexeerd rekening houdend met de gemiddelde mutatie van alle tarieven.
f) Prestaties met een vrij tarief; hiervoor worden geen tarieven vastgesteld.
7.3 Het uitvraagformulier is in hoofdlijn gebouwd met de volgende uitgangspunten: a) Startpunt vormen de kosten zoals opgenomen in de jaarrekening.
b) De directe kosten worden direct toegedeeld naar kostendragers zoals in het formulier benoemd, dit zijn onder andere de beroepen en verblijfsdagen. Indirecte kosten worden verdeeld volgens de sleutels genoemd in het formulier dan wel direct toebedeeld aan specifieke kostendragers als er een logische samenhang is, een combinatie van sleutels en directe toedeling is mogelijk. De zorgaanbieder geeft in het formulier aan als er directe toedeling is, en bewaart tevens in zijn eigen administratie de methodiek en berekeningen die gebruikt zijn. De totale kosten per kostendrager worden door de zorgaanbieder toegedeeld aan de daarmee samenhangende financieringsstroom. Dit zijn Zvw-ggz, Wfz, Wlz-ggz in scope, MVO-ggz, WLZ-overig, Zvw-overig, Jeugdwet, WMO, Overig. Er wordt daarmee ook toegedeeld naar financieringsstromen betrekking hebbend op (zorg)prestaties waar dit onderzoek niet op ziet. Bij de toedeling naar financieringsstromen kan de zorgaanbieder kiezen uit de volgende verdeelsleutels: – cliëntgebonden tijd;
– verblijfsdagen;
– inzet zorgverleners in fte;
– omzet. Mits onderbouwd en toegelicht mogen hierbij afwijkende verdeelsleutels gehanteerd worden. Per kostendrager deelt de zorgaanbieder, voor zover het gaat om zorgprestaties in het kader van de Zvw en Fz, de kosten toe aan typen prestaties. Voor consultberoepen zijn dit de individuele consulten, de groepsconsulten, overige prestaties en de toeslagen. Voor de beroepscategorie ‘dagbesteding’ wordt de zorgaanbieder gevraagd een tweedeling te maken in ambulante en klinische dagbesteding. De kosten die naar de Zvw worden toegerekend, worden in het uitvraagformulier automatisch naar de verblijfsdagen toegerekend. De kosten voor verblijfsdagen kunnen ook in een keer naar de verblijfsdagen worden toegerekend. De kosten die zijn toegerekend aan de individuele consulten van het ZPM moeten vervolgens door de zorgaanbieder per beroepscategorie worden verdeeld over de settings. Dit doet de zorgaanbieder op basis van de inzet binnen de instelling. Daarna worden deze kosten door de zorgaanbieder toegerekend aan de individuele consultprestaties. Hier heeft de zorgaanbieder de keuze om dit te doen op basis van de kostenverhoudingen die nu in de tarieven verwerkt zijn of op basis van een eigen indeling. De kosten die zijn toegerekend aan de groepsconsulten moeten vervolgens door de zorgaanbieder per beroepscategorie verdeeld worden over de groepsgrootte. Hier heeft de zorgaanbieder de keuze om dit te doen op basis van vergoede minuten maal productie of op basis van een eigen indeling.
– cliëntgebonden tijd;
– verblijfsdagen;
– inzet zorgverleners in fte;
– omzet.
c) Algemene en academische ziekenhuizen leveren kostprijzen aan in het kader van de medische specialistische zorg volgens de ‘Beleidsregel Kostprijsmodel zorgproducten medisch-specialistische zorg – BR/REG-23152’. Voor zover ziekenhuizen zorg leveren die in scope is bij dit onderzoek mogen zij het MSZ-model gebruiken om kostprijzen voor de ggz aan te leveren. Hiermee wordt voorkomen dat ziekenhuizen, door twee verschillende kostprijsmodellen te gebruiken, kosten niet allemaal door kunnen berekenen of juist kosten tweemaal doorrekenen. Daarom dienen ziekenhuizen hun kostprijzen, voor zover het prestaties betreft in scope van dit onderzoek, te berekenen volgens de regels van de beleidsregel van de medisch-specialistische-zorg. Bij de aanlevering van deze kostprijzen hoort een bestuursverklaring.
a) Startpunt vormen de kosten zoals opgenomen in de jaarrekening.
b) De directe kosten worden direct toegedeeld naar kostendragers zoals in het formulier benoemd, dit zijn onder andere de beroepen en verblijfsdagen. Indirecte kosten worden verdeeld volgens de sleutels genoemd in het formulier dan wel direct toebedeeld aan specifieke kostendragers als er een logische samenhang is, een combinatie van sleutels en directe toedeling is mogelijk. De zorgaanbieder geeft in het formulier aan als er directe toedeling is, en bewaart tevens in zijn eigen administratie de methodiek en berekeningen die gebruikt zijn. De totale kosten per kostendrager worden door de zorgaanbieder toegedeeld aan de daarmee samenhangende financieringsstroom. Dit zijn Zvw-ggz, Wfz, Wlz-ggz in scope, MVO-ggz, WLZ-overig, Zvw-overig, Jeugdwet, WMO, Overig. Er wordt daarmee ook toegedeeld naar financieringsstromen betrekking hebbend op (zorg)prestaties waar dit onderzoek niet op ziet. Bij de toedeling naar financieringsstromen kan de zorgaanbieder kiezen uit de volgende verdeelsleutels: – cliëntgebonden tijd;
– verblijfsdagen;
– inzet zorgverleners in fte;
– omzet. Mits onderbouwd en toegelicht mogen hierbij afwijkende verdeelsleutels gehanteerd worden. Per kostendrager deelt de zorgaanbieder, voor zover het gaat om zorgprestaties in het kader van de Zvw en Fz, de kosten toe aan typen prestaties. Voor consultberoepen zijn dit de individuele consulten, de groepsconsulten, overige prestaties en de toeslagen. Voor de beroepscategorie ‘dagbesteding’ wordt de zorgaanbieder gevraagd een tweedeling te maken in ambulante en klinische dagbesteding. De kosten die naar de Zvw worden toegerekend, worden in het uitvraagformulier automatisch naar de verblijfsdagen toegerekend. De kosten voor verblijfsdagen kunnen ook in een keer naar de verblijfsdagen worden toegerekend. De kosten die zijn toegerekend aan de individuele consulten van het ZPM moeten vervolgens door de zorgaanbieder per beroepscategorie worden verdeeld over de settings. Dit doet de zorgaanbieder op basis van de inzet binnen de instelling. Daarna worden deze kosten door de zorgaanbieder toegerekend aan de individuele consultprestaties. Hier heeft de zorgaanbieder de keuze om dit te doen op basis van de kostenverhoudingen die nu in de tarieven verwerkt zijn of op basis van een eigen indeling. De kosten die zijn toegerekend aan de groepsconsulten moeten vervolgens door de zorgaanbieder per beroepscategorie verdeeld worden over de groepsgrootte. Hier heeft de zorgaanbieder de keuze om dit te doen op basis van vergoede minuten maal productie of op basis van een eigen indeling.
– cliëntgebonden tijd;
– verblijfsdagen;
– inzet zorgverleners in fte;
– omzet.
c) Algemene en academische ziekenhuizen leveren kostprijzen aan in het kader van de medische specialistische zorg volgens de ‘Beleidsregel Kostprijsmodel zorgproducten medisch-specialistische zorg – BR/REG-23152’. Voor zover ziekenhuizen zorg leveren die in scope is bij dit onderzoek mogen zij het MSZ-model gebruiken om kostprijzen voor de ggz aan te leveren. Hiermee wordt voorkomen dat ziekenhuizen, door twee verschillende kostprijsmodellen te gebruiken, kosten niet allemaal door kunnen berekenen of juist kosten tweemaal doorrekenen. Daarom dienen ziekenhuizen hun kostprijzen, voor zover het prestaties betreft in scope van dit onderzoek, te berekenen volgens de regels van de beleidsregel van de medisch-specialistische-zorg. Bij de aanlevering van deze kostprijzen hoort een bestuursverklaring.
7.4 Kosten die wel worden uitgevraagd, maar die niet doorlopen in de kostprijsberekening, zijn: a) Resultaten van deelnemingen (eventueel kan de organisatie waarin deel genomen wordt wel zelfstandig deel nemen aan de uitvraag als ze voldoen aan de inclusiecriteria);
b) Kosten van strafrechtelijke en bestuurlijke boetes;
c) Boekwinsten en -verliezen bij verkoop van gebouwen en gronden (of andere activa);
d) Een dotatie die het gevolg is van nieuwe regelgeving, voor zover die dotatie betrekking heeft op de opbouw van de betreffende voorziening voor de jaren vóór het boekjaar waarop de uitvraag betrekking heeft;
e) Eenmalige kosten door een wettelijke maatregel die alleen in het uitvraagjaar van toepassing is;
f) Eventuele andere kosten die op andere wijze worden gefinancierd, zoals: kosten gemoeid met activiteiten die gesubsidieerd worden (onderzoeksprojecten, onderlinge dienstverlening etc.);
g) Infrastructuur ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek en innovatie.
a) Resultaten van deelnemingen (eventueel kan de organisatie waarin deel genomen wordt wel zelfstandig deel nemen aan de uitvraag als ze voldoen aan de inclusiecriteria);
b) Kosten van strafrechtelijke en bestuurlijke boetes;
c) Boekwinsten en -verliezen bij verkoop van gebouwen en gronden (of andere activa);
d) Een dotatie die het gevolg is van nieuwe regelgeving, voor zover die dotatie betrekking heeft op de opbouw van de betreffende voorziening voor de jaren vóór het boekjaar waarop de uitvraag betrekking heeft;
e) Eenmalige kosten door een wettelijke maatregel die alleen in het uitvraagjaar van toepassing is;
f) Eventuele andere kosten die op andere wijze worden gefinancierd, zoals: kosten gemoeid met activiteiten die gesubsidieerd worden (onderzoeksprojecten, onderlinge dienstverlening etc.);
g) Infrastructuur ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek en innovatie.
7.5 Voor zover het gaat om zorg geleverd in het kader van het zorgprestatiemodel door instellingen kan een transitieprestatie overeengekomen zijn tussen financier en instelling. Een afgesproken transitieprestatie kan een gevolg zijn van kosten of productie en in dat geval dient hiermee rekening gehouden te worden in dit onderzoek. Bij de uitvraag vraagt de NZa daarom welke afspraken in het uitvraagjaar gemaakt zijn onder de transitieprestatie. Maatgevend daarvoor is het bedrag dat daarvoor verwerkt is in de jaarrekening. Vervolgens dient dit bedrag door de zorgaanbieder te worden uitgesplitst naar de volgende categorieën: a) Compensatie voor kosten samenhangend met implementatie ZPM;
b) Compensatie voor productie die door invoering ZPM niet geleverd is;
c) Vergoeding van prestaties die (nog) niet in het ZPM zijn opgenomen, waaronder contractafspraken buiten de prestatiestructuur, bijvoorbeeld over ketenveldnorm;
d) Andere redenen die toegelicht moeten worden. De compensaties genoemd onder de categorieën a) tot en met c) worden geacht gelijk te zijn aan de kosten, en de totale kosten worden daardoor geschoond voor deze bedragen.
a) Compensatie voor kosten samenhangend met implementatie ZPM;
b) Compensatie voor productie die door invoering ZPM niet geleverd is;
c) Vergoeding van prestaties die (nog) niet in het ZPM zijn opgenomen, waaronder contractafspraken buiten de prestatiestructuur, bijvoorbeeld over ketenveldnorm;
d) Andere redenen die toegelicht moeten worden.
7.6 a) De kosten in verband met het ZPM worden geschoond voor de kosten behorend bij acute psychiatrische hulpverlening.
b) De kosten in verband met facultatieve prestaties, forensisch psychiatrisch toezicht, Spravato, toeslag tbs-patiënt en prestaties met een vrij tarief worden gelijk gesteld aan de opbrengsten voor deze prestaties.
c) De kosten in verband met zorgmachtiging verplichte ggz worden gelijk gesteld aan de opbrengsten voor deze prestaties.
a) De kosten in verband met het ZPM worden geschoond voor de kosten behorend bij acute psychiatrische hulpverlening.
b) De kosten in verband met facultatieve prestaties, forensisch psychiatrisch toezicht, Spravato, toeslag tbs-patiënt en prestaties met een vrij tarief worden gelijk gesteld aan de opbrengsten voor deze prestaties.
c) De kosten in verband met zorgmachtiging verplichte ggz worden gelijk gesteld aan de opbrengsten voor deze prestaties.
– verblijfsdagen;
– toeslagen op de consulten en verblijfsdagen;
– overige prestaties (waaronder gmap en zzp’s).
– consulten (inclusief groepsconsulten);
– verblijfsdagen;
– toeslagen op de consulten en verblijfsdagen;
– overige prestaties (waaronder gmap en zzp’s).
b) Prestaties Wlz-ggz zoals opgenomen in bijlage 1 van deze beleidsregel.
c) De vergoedingsbedragen in het kader van de beschikbaarheidbijdrage mvo ggz, conform bijlage 2. Bijlage 1 en 2 zijn integraal onderdeel van deze beleidsregel.
a) Prestaties zoals opgenomen in de ‘Beleidsregel prestaties en tarieven ggz en fz’: – consulten (inclusief groepsconsulten);
– verblijfsdagen;
– toeslagen op de consulten en verblijfsdagen;
– overige prestaties (waaronder gmap en zzp’s).
– consulten (inclusief groepsconsulten);
– verblijfsdagen;
– toeslagen op de consulten en verblijfsdagen;
– overige prestaties (waaronder gmap en zzp’s).
b) Prestaties Wlz-ggz zoals opgenomen in bijlage 1 van deze beleidsregel.
c) De vergoedingsbedragen in het kader van de beschikbaarheidbijdrage mvo ggz, conform bijlage 2.
7.2 Voor de volgende prestaties gaan we kostprijzen vaststellen op een andere wijze dan via de uitvraag bij zorgaanbieders. a) Zorgmachtiging Wet verplichte ggz; deze kostprijs wordt geïndexeerd rekening houdend met de gemiddelde mutatie van alle tarieven.
b) De prestaties binnen acute ggz kennen een vast tarief. Het vaste tarief voor de consulten is gelijk aan het maximumtarief van dezelfde beroepen en tijdsranges voor de setting 'outreachend' en 'diagnostiek'. Het vaste tarief voor reistijd acute ggz is gelijk aan het maximumtarief van de toeslag reistijd ggz. Het vaste tarief voor de verblijfsdagen is gelijk aan het maximumtarief van dezelfde verblijfscategorie (zonder beveiligingsniveau). De tarieven zijn ter dekking van het budget acute ggz. De methodiek waarbij de gedeclareerde tarieven voor acute zorg een voorschot zijn op een eindafrekening, die gebaseerd is op afspraken met verzekeraars, blijft hiermee intact.
c) Forensisch psychiatrisch toezicht (fz) deze kostprijs wordt geïndexeerd rekening houdend met de gemiddelde mutatie van alle tarieven.
d) Toeslag spravato; het tarief wordt ontleend aan de meest recente inkoopprijs.
e) Toeslag Tbs-patiënt (fz) deze kostprijs wordt geïndexeerd rekening houdend met de gemiddelde mutatie van alle tarieven.
f) Prestaties met een vrij tarief; hiervoor worden geen tarieven vastgesteld.
a) Zorgmachtiging Wet verplichte ggz; deze kostprijs wordt geïndexeerd rekening houdend met de gemiddelde mutatie van alle tarieven.
b) De prestaties binnen acute ggz kennen een vast tarief. Het vaste tarief voor de consulten is gelijk aan het maximumtarief van dezelfde beroepen en tijdsranges voor de setting 'outreachend' en 'diagnostiek'. Het vaste tarief voor reistijd acute ggz is gelijk aan het maximumtarief van de toeslag reistijd ggz. Het vaste tarief voor de verblijfsdagen is gelijk aan het maximumtarief van dezelfde verblijfscategorie (zonder beveiligingsniveau). De tarieven zijn ter dekking van het budget acute ggz. De methodiek waarbij de gedeclareerde tarieven voor acute zorg een voorschot zijn op een eindafrekening, die gebaseerd is op afspraken met verzekeraars, blijft hiermee intact.
c) Forensisch psychiatrisch toezicht (fz) deze kostprijs wordt geïndexeerd rekening houdend met de gemiddelde mutatie van alle tarieven.
d) Toeslag spravato; het tarief wordt ontleend aan de meest recente inkoopprijs.
e) Toeslag Tbs-patiënt (fz) deze kostprijs wordt geïndexeerd rekening houdend met de gemiddelde mutatie van alle tarieven.
f) Prestaties met een vrij tarief; hiervoor worden geen tarieven vastgesteld.
7.3 Het uitvraagformulier is in hoofdlijn gebouwd met de volgende uitgangspunten: a) Startpunt vormen de kosten zoals opgenomen in de jaarrekening.
b) De directe kosten worden direct toegedeeld naar kostendragers zoals in het formulier benoemd, dit zijn onder andere de beroepen en verblijfsdagen. Indirecte kosten worden verdeeld volgens de sleutels genoemd in het formulier dan wel direct toebedeeld aan specifieke kostendragers als er een logische samenhang is, een combinatie van sleutels en directe toedeling is mogelijk. De zorgaanbieder geeft in het formulier aan als er directe toedeling is, en bewaart tevens in zijn eigen administratie de methodiek en berekeningen die gebruikt zijn. De totale kosten per kostendrager worden door de zorgaanbieder toegedeeld aan de daarmee samenhangende financieringsstroom. Dit zijn Zvw-ggz, Wfz, Wlz-ggz in scope, MVO-ggz, WLZ-overig, Zvw-overig, Jeugdwet, WMO, Overig. Er wordt daarmee ook toegedeeld naar financieringsstromen betrekking hebbend op (zorg)prestaties waar dit onderzoek niet op ziet. Bij de toedeling naar financieringsstromen kan de zorgaanbieder kiezen uit de volgende verdeelsleutels: – cliëntgebonden tijd;
– verblijfsdagen;
– inzet zorgverleners in fte;
– omzet. Mits onderbouwd en toegelicht mogen hierbij afwijkende verdeelsleutels gehanteerd worden. Per kostendrager deelt de zorgaanbieder, voor zover het gaat om zorgprestaties in het kader van de Zvw en Fz, de kosten toe aan typen prestaties. Voor consultberoepen zijn dit de individuele consulten, de groepsconsulten, overige prestaties en de toeslagen. Voor de beroepscategorie ‘dagbesteding’ wordt de zorgaanbieder gevraagd een tweedeling te maken in ambulante en klinische dagbesteding. De kosten die naar de Zvw worden toegerekend, worden in het uitvraagformulier automatisch naar de verblijfsdagen toegerekend. De kosten voor verblijfsdagen kunnen ook in een keer naar de verblijfsdagen worden toegerekend. De kosten die zijn toegerekend aan de individuele consulten van het ZPM moeten vervolgens door de zorgaanbieder per beroepscategorie worden verdeeld over de settings. Dit doet de zorgaanbieder op basis van de inzet binnen de instelling. Daarna worden deze kosten door de zorgaanbieder toegerekend aan de individuele consultprestaties. Hier heeft de zorgaanbieder de keuze om dit te doen op basis van de kostenverhoudingen die nu in de tarieven verwerkt zijn of op basis van een eigen indeling. De kosten die zijn toegerekend aan de groepsconsulten moeten vervolgens door de zorgaanbieder per beroepscategorie verdeeld worden over de groepsgrootte. Hier heeft de zorgaanbieder de keuze om dit te doen op basis van vergoede minuten maal productie of op basis van een eigen indeling.
– cliëntgebonden tijd;
– verblijfsdagen;
– inzet zorgverleners in fte;
– omzet.
c) Algemene en academische ziekenhuizen leveren kostprijzen aan in het kader van de medische specialistische zorg volgens de ‘Beleidsregel Kostprijsmodel zorgproducten medisch-specialistische zorg – BR/REG-23152’. Voor zover ziekenhuizen zorg leveren die in scope is bij dit onderzoek mogen zij het MSZ-model gebruiken om kostprijzen voor de ggz aan te leveren. Hiermee wordt voorkomen dat ziekenhuizen, door twee verschillende kostprijsmodellen te gebruiken, kosten niet allemaal door kunnen berekenen of juist kosten tweemaal doorrekenen. Daarom dienen ziekenhuizen hun kostprijzen, voor zover het prestaties betreft in scope van dit onderzoek, te berekenen volgens de regels van de beleidsregel van de medisch-specialistische-zorg. Bij de aanlevering van deze kostprijzen hoort een bestuursverklaring.
a) Startpunt vormen de kosten zoals opgenomen in de jaarrekening.
b) De directe kosten worden direct toegedeeld naar kostendragers zoals in het formulier benoemd, dit zijn onder andere de beroepen en verblijfsdagen. Indirecte kosten worden verdeeld volgens de sleutels genoemd in het formulier dan wel direct toebedeeld aan specifieke kostendragers als er een logische samenhang is, een combinatie van sleutels en directe toedeling is mogelijk. De zorgaanbieder geeft in het formulier aan als er directe toedeling is, en bewaart tevens in zijn eigen administratie de methodiek en berekeningen die gebruikt zijn. De totale kosten per kostendrager worden door de zorgaanbieder toegedeeld aan de daarmee samenhangende financieringsstroom. Dit zijn Zvw-ggz, Wfz, Wlz-ggz in scope, MVO-ggz, WLZ-overig, Zvw-overig, Jeugdwet, WMO, Overig. Er wordt daarmee ook toegedeeld naar financieringsstromen betrekking hebbend op (zorg)prestaties waar dit onderzoek niet op ziet. Bij de toedeling naar financieringsstromen kan de zorgaanbieder kiezen uit de volgende verdeelsleutels: – cliëntgebonden tijd;
– verblijfsdagen;
– inzet zorgverleners in fte;
– omzet. Mits onderbouwd en toegelicht mogen hierbij afwijkende verdeelsleutels gehanteerd worden. Per kostendrager deelt de zorgaanbieder, voor zover het gaat om zorgprestaties in het kader van de Zvw en Fz, de kosten toe aan typen prestaties. Voor consultberoepen zijn dit de individuele consulten, de groepsconsulten, overige prestaties en de toeslagen. Voor de beroepscategorie ‘dagbesteding’ wordt de zorgaanbieder gevraagd een tweedeling te maken in ambulante en klinische dagbesteding. De kosten die naar de Zvw worden toegerekend, worden in het uitvraagformulier automatisch naar de verblijfsdagen toegerekend. De kosten voor verblijfsdagen kunnen ook in een keer naar de verblijfsdagen worden toegerekend. De kosten die zijn toegerekend aan de individuele consulten van het ZPM moeten vervolgens door de zorgaanbieder per beroepscategorie worden verdeeld over de settings. Dit doet de zorgaanbieder op basis van de inzet binnen de instelling. Daarna worden deze kosten door de zorgaanbieder toegerekend aan de individuele consultprestaties. Hier heeft de zorgaanbieder de keuze om dit te doen op basis van de kostenverhoudingen die nu in de tarieven verwerkt zijn of op basis van een eigen indeling. De kosten die zijn toegerekend aan de groepsconsulten moeten vervolgens door de zorgaanbieder per beroepscategorie verdeeld worden over de groepsgrootte. Hier heeft de zorgaanbieder de keuze om dit te doen op basis van vergoede minuten maal productie of op basis van een eigen indeling.
– cliëntgebonden tijd;
– verblijfsdagen;
– inzet zorgverleners in fte;
– omzet.
c) Algemene en academische ziekenhuizen leveren kostprijzen aan in het kader van de medische specialistische zorg volgens de ‘Beleidsregel Kostprijsmodel zorgproducten medisch-specialistische zorg – BR/REG-23152’. Voor zover ziekenhuizen zorg leveren die in scope is bij dit onderzoek mogen zij het MSZ-model gebruiken om kostprijzen voor de ggz aan te leveren. Hiermee wordt voorkomen dat ziekenhuizen, door twee verschillende kostprijsmodellen te gebruiken, kosten niet allemaal door kunnen berekenen of juist kosten tweemaal doorrekenen. Daarom dienen ziekenhuizen hun kostprijzen, voor zover het prestaties betreft in scope van dit onderzoek, te berekenen volgens de regels van de beleidsregel van de medisch-specialistische-zorg. Bij de aanlevering van deze kostprijzen hoort een bestuursverklaring.
7.4 Kosten die wel worden uitgevraagd, maar die niet doorlopen in de kostprijsberekening, zijn: a) Resultaten van deelnemingen (eventueel kan de organisatie waarin deel genomen wordt wel zelfstandig deel nemen aan de uitvraag als ze voldoen aan de inclusiecriteria);
b) Kosten van strafrechtelijke en bestuurlijke boetes;
c) Boekwinsten en -verliezen bij verkoop van gebouwen en gronden (of andere activa);
d) Een dotatie die het gevolg is van nieuwe regelgeving, voor zover die dotatie betrekking heeft op de opbouw van de betreffende voorziening voor de jaren vóór het boekjaar waarop de uitvraag betrekking heeft;
e) Eenmalige kosten door een wettelijke maatregel die alleen in het uitvraagjaar van toepassing is;
f) Eventuele andere kosten die op andere wijze worden gefinancierd, zoals: kosten gemoeid met activiteiten die gesubsidieerd worden (onderzoeksprojecten, onderlinge dienstverlening etc.);
g) Infrastructuur ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek en innovatie.
a) Resultaten van deelnemingen (eventueel kan de organisatie waarin deel genomen wordt wel zelfstandig deel nemen aan de uitvraag als ze voldoen aan de inclusiecriteria);
b) Kosten van strafrechtelijke en bestuurlijke boetes;
c) Boekwinsten en -verliezen bij verkoop van gebouwen en gronden (of andere activa);
d) Een dotatie die het gevolg is van nieuwe regelgeving, voor zover die dotatie betrekking heeft op de opbouw van de betreffende voorziening voor de jaren vóór het boekjaar waarop de uitvraag betrekking heeft;
e) Eenmalige kosten door een wettelijke maatregel die alleen in het uitvraagjaar van toepassing is;
f) Eventuele andere kosten die op andere wijze worden gefinancierd, zoals: kosten gemoeid met activiteiten die gesubsidieerd worden (onderzoeksprojecten, onderlinge dienstverlening etc.);
g) Infrastructuur ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek en innovatie.
7.5 Voor zover het gaat om zorg geleverd in het kader van het zorgprestatiemodel door instellingen kan een transitieprestatie overeengekomen zijn tussen financier en instelling. Een afgesproken transitieprestatie kan een gevolg zijn van kosten of productie en in dat geval dient hiermee rekening gehouden te worden in dit onderzoek. Bij de uitvraag vraagt de NZa daarom welke afspraken in het uitvraagjaar gemaakt zijn onder de transitieprestatie. Maatgevend daarvoor is het bedrag dat daarvoor verwerkt is in de jaarrekening. Vervolgens dient dit bedrag door de zorgaanbieder te worden uitgesplitst naar de volgende categorieën: a) Compensatie voor kosten samenhangend met implementatie ZPM;
b) Compensatie voor productie die door invoering ZPM niet geleverd is;
c) Vergoeding van prestaties die (nog) niet in het ZPM zijn opgenomen, waaronder contractafspraken buiten de prestatiestructuur, bijvoorbeeld over ketenveldnorm;
d) Andere redenen die toegelicht moeten worden. De compensaties genoemd onder de categorieën a) tot en met c) worden geacht gelijk te zijn aan de kosten, en de totale kosten worden daardoor geschoond voor deze bedragen.
a) Compensatie voor kosten samenhangend met implementatie ZPM;
b) Compensatie voor productie die door invoering ZPM niet geleverd is;
c) Vergoeding van prestaties die (nog) niet in het ZPM zijn opgenomen, waaronder contractafspraken buiten de prestatiestructuur, bijvoorbeeld over ketenveldnorm;
d) Andere redenen die toegelicht moeten worden.
7.6 a) De kosten in verband met het ZPM worden geschoond voor de kosten behorend bij acute psychiatrische hulpverlening.
b) De kosten in verband met facultatieve prestaties, forensisch psychiatrisch toezicht, Spravato, toeslag tbs-patiënt en prestaties met een vrij tarief worden gelijk gesteld aan de opbrengsten voor deze prestaties.
c) De kosten in verband met zorgmachtiging verplichte ggz worden gelijk gesteld aan de opbrengsten voor deze prestaties.
a) De kosten in verband met het ZPM worden geschoond voor de kosten behorend bij acute psychiatrische hulpverlening.
b) De kosten in verband met facultatieve prestaties, forensisch psychiatrisch toezicht, Spravato, toeslag tbs-patiënt en prestaties met een vrij tarief worden gelijk gesteld aan de opbrengsten voor deze prestaties.
c) De kosten in verband met zorgmachtiging verplichte ggz worden gelijk gesteld aan de opbrengsten voor deze prestaties.
- Citeren als
- Art. 7
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0050225
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl