BWBR0050225
Artikel 9
Beleidsregel Kostprijsonderzoek ggz- en fz-instellingen en MVO ggz â BR/REG-24139
Tariefopbouw
9.1 Dit artikel beschrijft het beleid dat de NZa hanteert om na toepassing van het toetsingskader
van kostprijzen tot tarieven te komen. Ook wordt beschreven hoe tarieven worden vastgesteld
voor prestaties waarbij er een andere basis is dan de kostenuitvraag.
Uitgangspunten
9.2 De NZa heeft in de âBeleidsregel Algemeen kader tariefprincipesâ (BR/REG-21152) opgenomen
welke uitgangspunten de NZa hanteert bij het vaststellen van tarieven. Het beleid
voor de tarieven in de Zvw, Wlz en de fz sluit hierop aan.
Normatieve huisvestingscomponent en normatieve inventariscomponent
9.3 In de tarieven van de instellingen is een normatieve vergoeding opgenomen voor de
huisvestingskosten. De wijze waarop deze vergoeding is berekend, met uitzondering
van die voor de Beschikbaarheidbijdrage mvo ggz is opgenomen in de vigerende âBeleidsregel
normatieve huisvestingscomponent (nhc) en normatieve inventariscomponent (nic) gespecialiseerde
ggz, forensische zorg en langdurige zorgâ.
In de tarieven is een normatieve vergoeding opgenomen voor de kosten voor het financieren
van de onderneming. Deze vergoeding is opgebouwd uit:
â de rente voor de inventaris;
â de kosten voor financiering van het werkkapitaal;
â de kosten voor financiering in geval van calamiteiten.
De tarieven worden jaarlijks aangepast aan het geldende prijspeil op basis van indexatie.
Hiervoor worden verschillende prijsindexcijfers gehanteerd, zoals beschreven in artikel 9.9
van deze beleidsregel.
Als tarieven van prestaties op een andere wijze zijn opgebouwd dan de hierboven beschreven
wijze, dan wordt dit apart toegelicht in deze beleidsregel of in een sectorspecifieke
verantwoording bij tarieven.
Financieringslasten nhc en nic
9.4 De kosten van de kapitaallasten bij verblijfsdagen maken integraal onderdeel uit van
de verblijfsprestatie. De wijze waarop deze kosten worden bepaald, staat beschreven
in de âBeleidsregel normatieve huisvestingscomponent (nhc) en normatieve inventariscomponent
(nic) gespecialiseerde ggz, forensische zorg en langdurige zorgâ.
Voor verblijfsprestaties met beveiligingsniveau 2, 3 en 4 in de geneeskundige ggz
wordt de nhc-component van de forensische zorg overgenomen.
De kosten van kapitaallasten bij consulten, overige prestaties en toeslagen maken
integraal onderdeel uit van deze prestaties. De wijze waarop deze kosten zijn opgebouwd,
staat beschreven in de âEindrapportage Kapitaallasten bij behandelingâ van juli 2019.
In deze rapportage staat beschreven hoe de huisvestingskosten per activiteit geïndexeerd
worden.
De kosten voor investeringen in de inventaris zijn voor alle prestaties onderdeel
van de reguliere kostprijzen.
Ondernemingsfinanciering instellingen
9.5 De kosten voor het financieren van de instelling maken onderdeel uit van de tarieven
in de ggz en fz: financiering van huisvesting, werkkapitaal, rente inventaris én,
en dit alleen voor de prestaties in het kader van het zorgprestatiemodel, de gederfde
opbrengsten van eigen vermogen dat wordt aangehouden als buffer om calamiteiten op
te vangen.
De kosten voor het financieren van huisvesting en inventaris zijn normatief bepaald
via de nhc/nic-component, zoals opgenomen onder artikel 9.4 van deze beleidsregel.
De NZa past voor de kosten van het financieren van werkkapitaal een opslag toe op
de kostprijzen. Deze opslag is gebaseerd op een marktconform rentepercentage.
In de tarieven voor het zorgprestatiemodel wordt een vergoeding berekend voor het
gederfd rendement op het eigen vermogen dat wordt aangehouden.
Bij al deze berekeningen wordt rekening gehouden dat het vermogen vaak deels wordt
aangewend voor zorgactiviteiten die buiten de scope vallen van dit onderzoek.
Ontwikkelingen na bronjaar 2023
9.6 In zijn algemeenheid dat elk jaar uniek is en dat we kiezen voor één uitvraagjaar
met ook voor- en nadelen van dien en pas bij aanzienlijke wijzigingen, ter beoordeling
aan de NZa, wordt hier van afgeweken. Afwijken ten opzichte van het bronjaar is bovendien
alleen mogelijk als dit objectief vast te stellen en te kwantificeren is.
In het geval er na 2023 nieuwe prestaties ontstaan, wordt in het onderhoudsoverleg
besproken hoe daar tarieven voor worden bepaald.
Wijzigingen in wet- en regelgeving
9.7 Zoals beschreven, zijn de werkelijke kosten in 2023 het uitgangspunt en voor de tarieven.
Indien ten tijde van de uitvoering van het kostprijsonderzoek veranderingen in wet-
en regelgeving en/of verplichte kwaliteitsstandaarden bekend zijn die leiden tot een
objectief kwantitatief vast te stellen verandering in de verwachte kosten, verwerkt
de NZa deze in de tarieven indien dit naar het oordeel van de NZa tevens significant
is.
In het voorjaar van 2025 brengt de NZa de ontwikkeling in kaart met hun effecten en
de mate waarin die objectief bepaalbaar zijn. Daar waar effecten substantieel zijn
kan dat leiden tot aanpassing van tarieven.
Indexering
9.8 Kosten en tarieven worden geïndexeerd naar het prijspeil van het jaar waarin de tarieven
zullen gelden. Dit vindt plaats op basis van prijsindexcijfers zoals die door VWS
met behulp van een aanwijzing worden opgelegd. Het kostprijsonderzoek levert kostprijzen
van 2023 op, die vervolgens worden geïndexeerd tot het prijsniveau 2026.
Omdat de definitieve prijsindexcijfers niet vóór het vaststellen van tarieven bekend
zijn, worden voorlopige prijsindexcijfers gehanteerd. De definitieve prijsindexcijfers
landen in de indexatie van tarieven voor het opvolgende jaar.
Tarief jaar t = Tarief jaar t-1 / (1+voorlopige index t-1) * (1+definitieve index
t-1) * (1+voorlopige index jaar t)
Voor de verschillende prestaties wordt dit als volgt uitgewerkt:
a) ZPM-prestaties
Voor de ZPM-prestaties geldt vervolgens dat indexering plaatsvindt op basis van een
verhouding tussen het prijsindexcijfer personele kosten en het prijsindexcijfer materiële
kosten. De volgende verhouding wordt toepast:
⢠85% index personele kosten/ 15% materiële kosten voor de tarieven van consulten, verblijfsdagen,
overige prestaties en toeslagen op consulten en verblijfsdagen.
⢠75% index personele kosten/ 25% materiële kosten voor tarieven van zzp-c en zzp-vg
prestaties.
Als prestaties, of onderdelen van prestaties, zijn afgeleid van andere prestaties
of andere sectoren, dan volgt de NZa in beginsel de indexatie van die sector.
b) Wlz-prestaties
Voor de Wlz-prestaties (zoals gedefinieerd in artikel 1) worden geïndexeerd conform beleidsregel Bekostigingscyclus Wlz 2024 â BR/REG-24115.
c) Beschikbaarheidbijdrage mvo ggz
De indexering van de bb-mvo-ggz wordt beschreven in de beleidsregel Beschikbaarheidbijdrage
(medische) vervolgopleidingen ggz.
Verantwoording
9.9 De NZa draagt zorg voor een verantwoordingdocument over de overwegingen en gemaakte
keuzes. Het verantwoordingsdocument geeft inzicht in:
â de selectie van de zorgaanbieders voor dit onderzoek;
â het uitvraagproces;
â de uitgevoerde correcties op de database;
â de uitgevoerde spreidingsanalyse;
â de wijze waarop de database is geschoond;
â de uitgevoerde steekproefcontrole op de opgeschoonde database;
â de berekening van de kostprijzen per financieringsstroom, per setting en per beroep;
â de validatie van de kostprijzen;
â waar en waarom afgeweken is van de beleidsregel en de bespreking hiervan met de klankbordgroep;
â de uitgevoerde onafhankelijk audit(s);
â het verloop van de duidingssessies;
â een impactanalyse. Deze analyse gaat zowel in op de macro-effecten van de nieuwe tarieven
als op de effecten voor specifieke groepen zorgaanbieders met specifieke prestaties
en/of settingen voor zover die onevenredig geraakt worden.
De NZa maakt het verantwoordingsdocument openbaar na afronding van het kostprijsonderzoek.
9.1 Dit artikel beschrijft het beleid dat de NZa hanteert om na toepassing van het toetsingskader
van kostprijzen tot tarieven te komen. Ook wordt beschreven hoe tarieven worden vastgesteld
voor prestaties waarbij er een andere basis is dan de kostenuitvraag.
Uitgangspunten
9.2 De NZa heeft in de âBeleidsregel Algemeen kader tariefprincipesâ (BR/REG-21152) opgenomen
welke uitgangspunten de NZa hanteert bij het vaststellen van tarieven. Het beleid
voor de tarieven in de Zvw, Wlz en de fz sluit hierop aan.
Normatieve huisvestingscomponent en normatieve inventariscomponent
9.3 In de tarieven van de instellingen is een normatieve vergoeding opgenomen voor de
huisvestingskosten. De wijze waarop deze vergoeding is berekend, met uitzondering
van die voor de Beschikbaarheidbijdrage mvo ggz is opgenomen in de vigerende âBeleidsregel
normatieve huisvestingscomponent (nhc) en normatieve inventariscomponent (nic) gespecialiseerde
ggz, forensische zorg en langdurige zorgâ.
In de tarieven is een normatieve vergoeding opgenomen voor de kosten voor het financieren
van de onderneming. Deze vergoeding is opgebouwd uit:
â de rente voor de inventaris;
â de kosten voor financiering van het werkkapitaal;
â de kosten voor financiering in geval van calamiteiten.
De tarieven worden jaarlijks aangepast aan het geldende prijspeil op basis van indexatie.
Hiervoor worden verschillende prijsindexcijfers gehanteerd, zoals beschreven in artikel 9.9
van deze beleidsregel.
Als tarieven van prestaties op een andere wijze zijn opgebouwd dan de hierboven beschreven
wijze, dan wordt dit apart toegelicht in deze beleidsregel of in een sectorspecifieke
verantwoording bij tarieven.
Financieringslasten nhc en nic
9.4 De kosten van de kapitaallasten bij verblijfsdagen maken integraal onderdeel uit van
de verblijfsprestatie. De wijze waarop deze kosten worden bepaald, staat beschreven
in de âBeleidsregel normatieve huisvestingscomponent (nhc) en normatieve inventariscomponent
(nic) gespecialiseerde ggz, forensische zorg en langdurige zorgâ.
Voor verblijfsprestaties met beveiligingsniveau 2, 3 en 4 in de geneeskundige ggz
wordt de nhc-component van de forensische zorg overgenomen.
De kosten van kapitaallasten bij consulten, overige prestaties en toeslagen maken
integraal onderdeel uit van deze prestaties. De wijze waarop deze kosten zijn opgebouwd,
staat beschreven in de âEindrapportage Kapitaallasten bij behandelingâ van juli 2019.
In deze rapportage staat beschreven hoe de huisvestingskosten per activiteit geïndexeerd
worden.
De kosten voor investeringen in de inventaris zijn voor alle prestaties onderdeel
van de reguliere kostprijzen.
Ondernemingsfinanciering instellingen
9.5 De kosten voor het financieren van de instelling maken onderdeel uit van de tarieven
in de ggz en fz: financiering van huisvesting, werkkapitaal, rente inventaris én,
en dit alleen voor de prestaties in het kader van het zorgprestatiemodel, de gederfde
opbrengsten van eigen vermogen dat wordt aangehouden als buffer om calamiteiten op
te vangen.
De kosten voor het financieren van huisvesting en inventaris zijn normatief bepaald
via de nhc/nic-component, zoals opgenomen onder artikel 9.4 van deze beleidsregel.
De NZa past voor de kosten van het financieren van werkkapitaal een opslag toe op
de kostprijzen. Deze opslag is gebaseerd op een marktconform rentepercentage.
In de tarieven voor het zorgprestatiemodel wordt een vergoeding berekend voor het
gederfd rendement op het eigen vermogen dat wordt aangehouden.
Bij al deze berekeningen wordt rekening gehouden dat het vermogen vaak deels wordt
aangewend voor zorgactiviteiten die buiten de scope vallen van dit onderzoek.
Ontwikkelingen na bronjaar 2023
9.6 In zijn algemeenheid dat elk jaar uniek is en dat we kiezen voor één uitvraagjaar
met ook voor- en nadelen van dien en pas bij aanzienlijke wijzigingen, ter beoordeling
aan de NZa, wordt hier van afgeweken. Afwijken ten opzichte van het bronjaar is bovendien
alleen mogelijk als dit objectief vast te stellen en te kwantificeren is.
In het geval er na 2023 nieuwe prestaties ontstaan, wordt in het onderhoudsoverleg
besproken hoe daar tarieven voor worden bepaald.
Wijzigingen in wet- en regelgeving
9.7 Zoals beschreven, zijn de werkelijke kosten in 2023 het uitgangspunt en voor de tarieven.
Indien ten tijde van de uitvoering van het kostprijsonderzoek veranderingen in wet-
en regelgeving en/of verplichte kwaliteitsstandaarden bekend zijn die leiden tot een
objectief kwantitatief vast te stellen verandering in de verwachte kosten, verwerkt
de NZa deze in de tarieven indien dit naar het oordeel van de NZa tevens significant
is.
In het voorjaar van 2025 brengt de NZa de ontwikkeling in kaart met hun effecten en
de mate waarin die objectief bepaalbaar zijn. Daar waar effecten substantieel zijn
kan dat leiden tot aanpassing van tarieven.
Indexering
9.8 Kosten en tarieven worden geïndexeerd naar het prijspeil van het jaar waarin de tarieven
zullen gelden. Dit vindt plaats op basis van prijsindexcijfers zoals die door VWS
met behulp van een aanwijzing worden opgelegd. Het kostprijsonderzoek levert kostprijzen
van 2023 op, die vervolgens worden geïndexeerd tot het prijsniveau 2026.
Omdat de definitieve prijsindexcijfers niet vóór het vaststellen van tarieven bekend
zijn, worden voorlopige prijsindexcijfers gehanteerd. De definitieve prijsindexcijfers
landen in de indexatie van tarieven voor het opvolgende jaar.
Tarief jaar t = Tarief jaar t-1 / (1+voorlopige index t-1) * (1+definitieve index
t-1) * (1+voorlopige index jaar t)
Voor de verschillende prestaties wordt dit als volgt uitgewerkt:
a) ZPM-prestaties
Voor de ZPM-prestaties geldt vervolgens dat indexering plaatsvindt op basis van een
verhouding tussen het prijsindexcijfer personele kosten en het prijsindexcijfer materiële
kosten. De volgende verhouding wordt toepast:
⢠85% index personele kosten/ 15% materiële kosten voor de tarieven van consulten, verblijfsdagen,
overige prestaties en toeslagen op consulten en verblijfsdagen.
⢠75% index personele kosten/ 25% materiële kosten voor tarieven van zzp-c en zzp-vg
prestaties.
Als prestaties, of onderdelen van prestaties, zijn afgeleid van andere prestaties
of andere sectoren, dan volgt de NZa in beginsel de indexatie van die sector.
b) Wlz-prestaties
Voor de Wlz-prestaties (zoals gedefinieerd in artikel 1) worden geïndexeerd conform beleidsregel Bekostigingscyclus Wlz 2024 â BR/REG-24115.
c) Beschikbaarheidbijdrage mvo ggz
De indexering van de bb-mvo-ggz wordt beschreven in de beleidsregel Beschikbaarheidbijdrage
(medische) vervolgopleidingen ggz.
Verantwoording
9.9 De NZa draagt zorg voor een verantwoordingdocument over de overwegingen en gemaakte
keuzes. Het verantwoordingsdocument geeft inzicht in:
â de selectie van de zorgaanbieders voor dit onderzoek;
â het uitvraagproces;
â de uitgevoerde correcties op de database;
â de uitgevoerde spreidingsanalyse;
â de wijze waarop de database is geschoond;
â de uitgevoerde steekproefcontrole op de opgeschoonde database;
â de berekening van de kostprijzen per financieringsstroom, per setting en per beroep;
â de validatie van de kostprijzen;
â waar en waarom afgeweken is van de beleidsregel en de bespreking hiervan met de klankbordgroep;
â de uitgevoerde onafhankelijk audit(s);
â het verloop van de duidingssessies;
â een impactanalyse. Deze analyse gaat zowel in op de macro-effecten van de nieuwe tarieven
als op de effecten voor specifieke groepen zorgaanbieders met specifieke prestaties
en/of settingen voor zover die onevenredig geraakt worden.
De NZa maakt het verantwoordingsdocument openbaar na afronding van het kostprijsonderzoek.