BWBR0048465
Geldig vanaf 2023-08-01
Artikel 3
Subsidieregeling ondersteuning zelfstandig vertrek 2023
1. Doelgroep A zijn vreemdelingen die in Nederland verblijven, een visumplicht hebben om naar Nederland te reizen en waarvan het land van herkomst of bestendig verblijf op de lijst met OESO-DAC-landen staat vermeld of anderzijds wordt toegestaan onder het huidige beleid, en
a. die geen verblijfsrecht hebben in Nederland;
b. van wie de aanvraag voor een verblijfsvergunning is afgewezen en waarvan de vertrektermijn nog niet is verstreken;
c. die een aanvraag voor een verblijfsvergunning hebben ingediend en in afwachting zijn van een beslissing op hun aanvraag en die hun aanvraag voor een verblijfsvergunning intrekken voordat zij Nederland verlaten; of
d. die in het bezit zijn van een geldige verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd en die hun verblijfsrecht opzeggen voordat zij Nederland verlaten.
2. In afwijking van het eerste lid zijn uitgesloten vreemdelingen:
a. die beschikken over voldoende financiële middelen om op eigen gelegenheid uit Nederland te vertrekken;
b. die zich niet naar Nederland hebben begeven met de intentie zich voor lange duur alhier te vestigen;
c. met een nationaliteit die volgens het geldende terugkeerondersteuningsbeleid is uitgesloten van herintegratieondersteuning;
d. die zich niet bij de Internationale Organisatie voor Migratie dan wel DT&V heeft ingeschreven voor ondersteuning van het feitelijk vertrek;
e. van wie het vertrek uit Nederland een doorkruising betekent van een strafrechtelijk vervolgingstraject waar zij bij betrokken zijn;
f. die in de afgelopen vijf jaar met assistentie van de Internationale Organisatie voor Migratie of de Frontex EURP uit Europa zijn vertrokken, of op kosten van de Nederlandse overheid dan wel de Europese Unie zelfstandig zijn vertrokken of zijn uitgezet naar een land buiten de Europese Unie;
g. waarbij het vertrek met ondersteuning van een terugkeerproject maatregelen ter uitvoering van de uitzetting of overdracht naar een andere EU-lidstaat in het kader van de Dublinverordening III doorkruist;
h. die terugkeerondersteuning in contanten of in natura uit een andere bron ontvangen;
i. die een zwaar inreisverbod van meer dan vijf jaar opgelegd hebben gekregen of veroordeeld zijn voor zedenmisdrijven, doodslag, moord, mensenhandel of mensensmokkel;
j. van wie de asielaanvraag is afgewezen op grond van artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag.
a. die geen verblijfsrecht hebben in Nederland;
b. van wie de aanvraag voor een verblijfsvergunning is afgewezen en waarvan de vertrektermijn nog niet is verstreken;
c. die een aanvraag voor een verblijfsvergunning hebben ingediend en in afwachting zijn van een beslissing op hun aanvraag en die hun aanvraag voor een verblijfsvergunning intrekken voordat zij Nederland verlaten; of
d. die in het bezit zijn van een geldige verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd en die hun verblijfsrecht opzeggen voordat zij Nederland verlaten.
2. In afwijking van het eerste lid zijn uitgesloten vreemdelingen:
a. die beschikken over voldoende financiële middelen om op eigen gelegenheid uit Nederland te vertrekken;
b. die zich niet naar Nederland hebben begeven met de intentie zich voor lange duur alhier te vestigen;
c. met een nationaliteit die volgens het geldende terugkeerondersteuningsbeleid is uitgesloten van herintegratieondersteuning;
d. die zich niet bij de Internationale Organisatie voor Migratie dan wel DT&V heeft ingeschreven voor ondersteuning van het feitelijk vertrek;
e. van wie het vertrek uit Nederland een doorkruising betekent van een strafrechtelijk vervolgingstraject waar zij bij betrokken zijn;
f. die in de afgelopen vijf jaar met assistentie van de Internationale Organisatie voor Migratie of de Frontex EURP uit Europa zijn vertrokken, of op kosten van de Nederlandse overheid dan wel de Europese Unie zelfstandig zijn vertrokken of zijn uitgezet naar een land buiten de Europese Unie;
g. waarbij het vertrek met ondersteuning van een terugkeerproject maatregelen ter uitvoering van de uitzetting of overdracht naar een andere EU-lidstaat in het kader van de Dublinverordening III doorkruist;
h. die terugkeerondersteuning in contanten of in natura uit een andere bron ontvangen;
i. die een zwaar inreisverbod van meer dan vijf jaar opgelegd hebben gekregen of veroordeeld zijn voor zedenmisdrijven, doodslag, moord, mensenhandel of mensensmokkel;
j. van wie de asielaanvraag is afgewezen op grond van artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag.