BWBR0048465
Geldig vanaf 2023-08-01
Artikel 17
Subsidieregeling ondersteuning zelfstandig vertrek 2023
1. Een project dient zich te richten op een specifieke doelgroep van vreemdelingen die zich in Nederland bevinden.
2. Subsidiabele activiteiten:
a. de Post-Arrival ondersteuning en de herintegratieondersteuning kunnen alleen ten goede komen aan onderdanen van een derde land die Nederland daadwerkelijk verlaten;
b. de Post-Arrival ondersteuning is een bijdrage aan de terugkeerder in contanten of in natura en is bedoeld als bijdrage om de eerste dagen na terugkeer te vergemakkelijken;
c. de herintegratieondersteuning is gericht op het verwerven van inkomsten om te voorzien in het eigen levensonderhoud na terugkeer of op de sociale herintegratie in de lokale gemeenschap of familie. De herintegratieondersteuning kan gericht zijn op het opzetten van een eigen bedrijf, maar kan ook bestaan uit tijdelijke huisvesting na terugkeer of scholing;
d. de Post-Arrival ondersteuning en de herintegratieondersteuning worden bij voorkeur verstrekt in het land van herkomst dan wel na het overschrijden van de Nederlandse buitengrens. Bij uitzondering en na goedkeuring door de DT&V kunnen de Post-Arrival-ondersteuning en de herintegratieondersteuning in Nederland worden verstrekt als dit gebeurt met het oog op aanwending van de ondersteuning in het land van herkomst en de ondersteuning uiterlijk de dag voor het geplande vertrek uit Nederland wordt overhandigd aan de deelnemer.
3. Voor het verstrekken van de herintegratieondersteuning in het land van herkomst of bestemming, dient de subsidieontvanger gebruik te maken van de volgende netwerken:
a. Frontex EU Reintegration Programma;
b. European Reintegration Support Organizations network;
c. Internationale Organisatie van Migratie.
4. In afwijking van het bepaalde in het derde lid kunnen subsidieontvangers slechts na toestemming van de minister gebruik maken van een lokale partnerorganisatie op voorwaarde dat het een institutionele partner betreft, waarvan de minister kan vaststellen dat deze aantoonbaar kwalitatief goede herintegratieondersteuning verstrekt. De subsidieontvanger dient in een dergelijk geval bij de projectaanvraag een door de subsidieverstrekker beschikbaar gesteld formulier in te vullen, op grond waarvan een beoordeling van de voorwaarden en kwaliteitseisen wordt uitgevoerd.
2. Subsidiabele activiteiten:
a. de Post-Arrival ondersteuning en de herintegratieondersteuning kunnen alleen ten goede komen aan onderdanen van een derde land die Nederland daadwerkelijk verlaten;
b. de Post-Arrival ondersteuning is een bijdrage aan de terugkeerder in contanten of in natura en is bedoeld als bijdrage om de eerste dagen na terugkeer te vergemakkelijken;
c. de herintegratieondersteuning is gericht op het verwerven van inkomsten om te voorzien in het eigen levensonderhoud na terugkeer of op de sociale herintegratie in de lokale gemeenschap of familie. De herintegratieondersteuning kan gericht zijn op het opzetten van een eigen bedrijf, maar kan ook bestaan uit tijdelijke huisvesting na terugkeer of scholing;
d. de Post-Arrival ondersteuning en de herintegratieondersteuning worden bij voorkeur verstrekt in het land van herkomst dan wel na het overschrijden van de Nederlandse buitengrens. Bij uitzondering en na goedkeuring door de DT&V kunnen de Post-Arrival-ondersteuning en de herintegratieondersteuning in Nederland worden verstrekt als dit gebeurt met het oog op aanwending van de ondersteuning in het land van herkomst en de ondersteuning uiterlijk de dag voor het geplande vertrek uit Nederland wordt overhandigd aan de deelnemer.
3. Voor het verstrekken van de herintegratieondersteuning in het land van herkomst of bestemming, dient de subsidieontvanger gebruik te maken van de volgende netwerken:
a. Frontex EU Reintegration Programma;
b. European Reintegration Support Organizations network;
c. Internationale Organisatie van Migratie.
4. In afwijking van het bepaalde in het derde lid kunnen subsidieontvangers slechts na toestemming van de minister gebruik maken van een lokale partnerorganisatie op voorwaarde dat het een institutionele partner betreft, waarvan de minister kan vaststellen dat deze aantoonbaar kwalitatief goede herintegratieondersteuning verstrekt. De subsidieontvanger dient in een dergelijk geval bij de projectaanvraag een door de subsidieverstrekker beschikbaar gesteld formulier in te vullen, op grond waarvan een beoordeling van de voorwaarden en kwaliteitseisen wordt uitgevoerd.