BWBR0048465
Geldig vanaf 2023-08-01
Artikel 18
Subsidieregeling ondersteuning zelfstandig vertrek 2023
1. Projecten worden uitgevoerd in nauw overleg met een lokale afdeling van DT&V. Tijdens het startgesprek wordt door de Minister bepaald welke lokale DT&V-afdeling het aanspreekpunt voor de samenwerking is. De subsidieontvanger en de lokale DT&V-afdeling maken afspraken over hoe deze samenwerking wordt vormgegeven.
2. De deelname van iedere individuele deelnemer dient ter verificatie aan de minister te worden voorgelegd via een daarvoor beschikbaar gesteld formulier. Dit formulier vermeldt via welk herintegratieprogramma of netwerk de vreemdeling ondersteuning ontvangt.
De verificatieprocedure staat omschreven in de Handleiding Projectadministratie.
3. De deelname van iedere individuele deelnemer aan een project is beperkt tot vier maanden vóór vertrek en twaalf maanden na vertrek. Deze periodes kunnen in overleg met de minister worden verlengd.
4. Deelname aan een project kan voortijdig worden beëindigd door de minister wanneer deelname de gedwongen terugkeer belemmert of omdat er geen uitzicht is op zelfstandig vertrek via het REAN-programma, EURP-programma of het ERSO-netwerk. Er is in beginsel geen uitzicht op zelfstandig vertrek als een deelnemer zich niet bij IOM dan wel DT&V heeft ingeschreven voor ondersteuning van het feitelijk vertrek.
5. Indien een vreemdeling niet of niet meer deelneemt aan het project dient de subsidieontvanger de DT&V daarvan onverwijld in kennis te stellen door middel van het door de DT&V beschikbaar gestelde formulier.
6. Voor iedere deelnemer aan het project wordt een persoonlijk herintegratieplan opgesteld. In het herintegratieplan wordt in ieder geval beschreven:
a. welke belemmeringen er zijn voor terugkeer en herintegratie en hoe deze kunnen worden weggenomen;
b. waaruit de herintegratieondersteuning bestaat die de deelnemer rechtstreeks ten goede komt; en
c. hoe die ondersteuning bijdraagt aan de duurzame economische en sociale herintegratie van de betreffende deelnemer.
2. De deelname van iedere individuele deelnemer dient ter verificatie aan de minister te worden voorgelegd via een daarvoor beschikbaar gesteld formulier. Dit formulier vermeldt via welk herintegratieprogramma of netwerk de vreemdeling ondersteuning ontvangt.
De verificatieprocedure staat omschreven in de Handleiding Projectadministratie.
3. De deelname van iedere individuele deelnemer aan een project is beperkt tot vier maanden vóór vertrek en twaalf maanden na vertrek. Deze periodes kunnen in overleg met de minister worden verlengd.
4. Deelname aan een project kan voortijdig worden beëindigd door de minister wanneer deelname de gedwongen terugkeer belemmert of omdat er geen uitzicht is op zelfstandig vertrek via het REAN-programma, EURP-programma of het ERSO-netwerk. Er is in beginsel geen uitzicht op zelfstandig vertrek als een deelnemer zich niet bij IOM dan wel DT&V heeft ingeschreven voor ondersteuning van het feitelijk vertrek.
5. Indien een vreemdeling niet of niet meer deelneemt aan het project dient de subsidieontvanger de DT&V daarvan onverwijld in kennis te stellen door middel van het door de DT&V beschikbaar gestelde formulier.
6. Voor iedere deelnemer aan het project wordt een persoonlijk herintegratieplan opgesteld. In het herintegratieplan wordt in ieder geval beschreven:
a. welke belemmeringen er zijn voor terugkeer en herintegratie en hoe deze kunnen worden weggenomen;
b. waaruit de herintegratieondersteuning bestaat die de deelnemer rechtstreeks ten goede komt; en
c. hoe die ondersteuning bijdraagt aan de duurzame economische en sociale herintegratie van de betreffende deelnemer.