BWBR0048465
Geldig vanaf 2023-08-01
Artikel 11
Subsidieregeling ondersteuning zelfstandig vertrek 2023
De minister kan een subsidie weigeren wanneer:
a. de kosten van het project niet in een redelijke verhouding staan tot de daarvan te verwachten resultaten. Van een onredelijke verhouding is in ieder geval sprake indien de kosten van het project niet in een redelijke verhouding staan tot de uit te voeren activiteiten, onderbouwd met een sluitende begroting;
b. onaannemelijk is dat subsidieaanvrager beschikt over operationele en financiële capaciteit voor de uitvoering van de voorgenomen activiteiten;
c. onvoldoende zekerheid bestaat dat de administratie van de subsidieaanvrager zal voldoen aan de daaraan gestelde eisen;
d. onaannemelijk is dat met de uitvoering van het projectplan de met de subsidie beoogde doelstelling wordt bereikt. Bij deze beoordeling worden de behaalde resultaten van eerdere projecten betrokken;
e. onaannemelijk is dat de voorgenomen subsidiabele activiteiten en subsidiabele kosten eenvoudig te verantwoorden en te controleren zijn;
f. de voorgenomen subsidiabele kosten reeds uit hoofde van nationale of Europese subsidieprogramma’s worden gefinancierd zodanig dat de totale financiering van de subsidiabele kosten meer dan 100% bedraagt;
g. het onaannemelijk is dat de subsidieaanvrager beschikt over kwalitatieve en kwantitatieve operationele capaciteit voor de uitvoering van de voorgenomen activiteiten;
h. anderszins op grond van diens eerdere subsidieverleningen voor vergelijkbare activiteiten niet aannemelijk is dat de subsidieaanvrager de activiteiten goed zal uitvoeren en aan de subsidieverlening verbonden verplichtingen zal voldoen; of
i. een projectaanvraag leidt tot een onevenwichtige regionale spreiding van terugkeerprojecten of er al een ander terugkeerproject wordt uitgevoerd dat zich richt op dezelfde of een vergelijkbare doelgroep.
a. de kosten van het project niet in een redelijke verhouding staan tot de daarvan te verwachten resultaten. Van een onredelijke verhouding is in ieder geval sprake indien de kosten van het project niet in een redelijke verhouding staan tot de uit te voeren activiteiten, onderbouwd met een sluitende begroting;
b. onaannemelijk is dat subsidieaanvrager beschikt over operationele en financiële capaciteit voor de uitvoering van de voorgenomen activiteiten;
c. onvoldoende zekerheid bestaat dat de administratie van de subsidieaanvrager zal voldoen aan de daaraan gestelde eisen;
d. onaannemelijk is dat met de uitvoering van het projectplan de met de subsidie beoogde doelstelling wordt bereikt. Bij deze beoordeling worden de behaalde resultaten van eerdere projecten betrokken;
e. onaannemelijk is dat de voorgenomen subsidiabele activiteiten en subsidiabele kosten eenvoudig te verantwoorden en te controleren zijn;
f. de voorgenomen subsidiabele kosten reeds uit hoofde van nationale of Europese subsidieprogramma’s worden gefinancierd zodanig dat de totale financiering van de subsidiabele kosten meer dan 100% bedraagt;
g. het onaannemelijk is dat de subsidieaanvrager beschikt over kwalitatieve en kwantitatieve operationele capaciteit voor de uitvoering van de voorgenomen activiteiten;
h. anderszins op grond van diens eerdere subsidieverleningen voor vergelijkbare activiteiten niet aannemelijk is dat de subsidieaanvrager de activiteiten goed zal uitvoeren en aan de subsidieverlening verbonden verplichtingen zal voldoen; of
i. een projectaanvraag leidt tot een onevenwichtige regionale spreiding van terugkeerprojecten of er al een ander terugkeerproject wordt uitgevoerd dat zich richt op dezelfde of een vergelijkbare doelgroep.