BWBR0048156
Geldig vanaf 2025-10-01
Artikel 9
Wet digitale overheid
1. Onze Minister wijst een publiek identificatiemiddel aan als toegelaten identificatiemiddel indien dit middel voldoet aan de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur gestelde eisen met betrekking tot de werking, beveiliging en betrouwbaarheid. De eisen hebben mede betrekking op uitgifte en beëindiging van de middelen.
2. Onze Minister laat een privaat identificatiemiddel toe door verlening van een erkenning, indien dit middel en de middelenuitgever of de authenticatiedienst die het uitgeeft voldoen aan de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur gestelde eisen met betrekking tot de werking, beveiliging en betrouwbaarheid. De eisen hebben in ieder geval betrekking op uitgifte en beëindiging van de middelen.
3. Onze Minister laat een private ontsluitende dienst toe door verlening van een erkenning, indien dit noodzakelijk is voor de continuïteit van de elektronische dienstverlening door bestuursorganen en aangewezen organisaties en de dienst voldoet aan de voor hem bij of krachtens algemene maatregel van bestuur gestelde eisen met betrekking tot de werking, beveiliging en betrouwbaarheid. Hierbij kan ontsluiting van alle toegelaten middelen worden opgelegd.
4. Een houder van een erkenning als bedoeld in het tweede of derde lid voldoet aan de voor hem bij of krachtens algemene maatregel van bestuur gestelde eisen en aan de aan de erkenning verbonden voorschriften en beperkingen. De eisen behelzen in ieder geval een leveringsplicht en regels inzake te hanteren tarieven.
5. Bij de aanvraag voor een erkenning wordt een verklaring gevoegd van een geaccrediteerde certificerende instelling, waaraan het vermoeden kan worden ontleend dat is voldaan aan de eisen die gelden voor de betreffende houder van de erkenning of dat middel.
6. Onze Minister weigert een erkenning indien niet wordt voldaan aan de eisen bedoeld in het tweede of derde lid. Hij weigert tevens indien zwaarwegende redenen zich tegen erkenning verzetten. Hiervan is sprake in geval ernstig gevaar bestaat voor de cyberveiligheid of staatsveiligheid of in geval ernstig gevaar bestaat dat de erkenning mede zal worden gebruikt om strafbare feiten te plegen of uit strafbare feiten verkregen of te verkrijgen voordelen te benutten of anderszins de betrouwbaarheid en veiligheid van het Nederlandse stelsel voor elektronische dienstverlening in gevaar komt. Alvorens te beslissen op een aanvraag kan het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0013798/artikel/8" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 8 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur</a>, om een advies als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0013798/artikel/9" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 9 van die wet</a>worden gevraagd.
7. Onze Minister kan een erkenning wijzigen, schorsen of intrekken indien niet wordt voldaan aan de eisen bedoeld in het tweede of derde lid, de eisen, voorschriften of beperkingen bedoeld in het vierde lid, of in geval van zwaarwegende redenen als bedoeld in het zesde lid. Bij schorsing en intrekking kan de houder worden verplicht zijn activiteiten voort te zetten gedurende een door Onze Minister te bepalen periode, voor zover dat nodig is om continuïteit van betrouwbare toegang tot elektronische dienstverlening te borgen.
8. Een erkenning kan op verzoek van de houder worden ingetrokken. Onze Minister kan bij dit besluit de houder verplichten zijn activiteiten voort te zetten gedurende een door Onze Minister te bepalen periode, voor zover dat nodig is om continuïteit van betrouwbare toegang tot elektronische dienstverlening te borgen.
9. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over de procedure van erkenning, wijziging, schorsing of intrekking en de in dat verband over te leggen gegevens en informatie.
2. Onze Minister laat een privaat identificatiemiddel toe door verlening van een erkenning, indien dit middel en de middelenuitgever of de authenticatiedienst die het uitgeeft voldoen aan de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur gestelde eisen met betrekking tot de werking, beveiliging en betrouwbaarheid. De eisen hebben in ieder geval betrekking op uitgifte en beëindiging van de middelen.
3. Onze Minister laat een private ontsluitende dienst toe door verlening van een erkenning, indien dit noodzakelijk is voor de continuïteit van de elektronische dienstverlening door bestuursorganen en aangewezen organisaties en de dienst voldoet aan de voor hem bij of krachtens algemene maatregel van bestuur gestelde eisen met betrekking tot de werking, beveiliging en betrouwbaarheid. Hierbij kan ontsluiting van alle toegelaten middelen worden opgelegd.
4. Een houder van een erkenning als bedoeld in het tweede of derde lid voldoet aan de voor hem bij of krachtens algemene maatregel van bestuur gestelde eisen en aan de aan de erkenning verbonden voorschriften en beperkingen. De eisen behelzen in ieder geval een leveringsplicht en regels inzake te hanteren tarieven.
5. Bij de aanvraag voor een erkenning wordt een verklaring gevoegd van een geaccrediteerde certificerende instelling, waaraan het vermoeden kan worden ontleend dat is voldaan aan de eisen die gelden voor de betreffende houder van de erkenning of dat middel.
6. Onze Minister weigert een erkenning indien niet wordt voldaan aan de eisen bedoeld in het tweede of derde lid. Hij weigert tevens indien zwaarwegende redenen zich tegen erkenning verzetten. Hiervan is sprake in geval ernstig gevaar bestaat voor de cyberveiligheid of staatsveiligheid of in geval ernstig gevaar bestaat dat de erkenning mede zal worden gebruikt om strafbare feiten te plegen of uit strafbare feiten verkregen of te verkrijgen voordelen te benutten of anderszins de betrouwbaarheid en veiligheid van het Nederlandse stelsel voor elektronische dienstverlening in gevaar komt. Alvorens te beslissen op een aanvraag kan het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0013798/artikel/8" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 8 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur</a>, om een advies als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0013798/artikel/9" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 9 van die wet</a>worden gevraagd.
7. Onze Minister kan een erkenning wijzigen, schorsen of intrekken indien niet wordt voldaan aan de eisen bedoeld in het tweede of derde lid, de eisen, voorschriften of beperkingen bedoeld in het vierde lid, of in geval van zwaarwegende redenen als bedoeld in het zesde lid. Bij schorsing en intrekking kan de houder worden verplicht zijn activiteiten voort te zetten gedurende een door Onze Minister te bepalen periode, voor zover dat nodig is om continuïteit van betrouwbare toegang tot elektronische dienstverlening te borgen.
8. Een erkenning kan op verzoek van de houder worden ingetrokken. Onze Minister kan bij dit besluit de houder verplichten zijn activiteiten voort te zetten gedurende een door Onze Minister te bepalen periode, voor zover dat nodig is om continuïteit van betrouwbare toegang tot elektronische dienstverlening te borgen.
9. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over de procedure van erkenning, wijziging, schorsing of intrekking en de in dat verband over te leggen gegevens en informatie.