BWBR0048156
Geldig vanaf 2025-10-01
Artikel 17
Wet digitale overheid
1. Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens artikel 3 door overheidsorganen op het niveau van het Rijk en van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 6, 7, 8, eerste lid, en 15door bestuursorganen op het niveau van het Rijk en door de aangewezen organisaties zijn belast de bij besluit van Onze Minister die het aangaat aangewezen ambtenaren.
2. Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 3, 6, 7, 8, eerste liden 15door bestuursorganen op het niveau van de provincies zijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren.
3. Dit lid is nog niet in werking getreden.
4. Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens artikel 4en het bepaalde bij of krachtens artikel 8, tweede en derde lid, zijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren.
5. Dit lid is nog niet in werking getreden.
6. Van een besluit als bedoeld in het eerste, tweede, vierde en vijfde lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.
7. Dit lid is nog niet in werking getreden.
8. Onze Minister kan degene die handelt in strijd met het bepaalde bij of krachtens artikel 9, vierde, zevende of achtste lid, 11, 13en 14, tweede en derde lid, daartoe opdracht heeft gegeven of feitelijk leiding geeft aan de rechtspersoon die in strijd met het bepaalde bij of krachtens artikel 13, eerste, tweede, derde of vierde lid, een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste het bedrag dat is vastgesteld voor de vijfde categorie, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0001854/artikel/23" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht</a>, per overtreding die is begaan.
2. Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 3, 6, 7, 8, eerste liden 15door bestuursorganen op het niveau van de provincies zijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren.
3. Dit lid is nog niet in werking getreden.
4. Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens artikel 4en het bepaalde bij of krachtens artikel 8, tweede en derde lid, zijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren.
5. Dit lid is nog niet in werking getreden.
6. Van een besluit als bedoeld in het eerste, tweede, vierde en vijfde lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.
7. Dit lid is nog niet in werking getreden.
8. Onze Minister kan degene die handelt in strijd met het bepaalde bij of krachtens artikel 9, vierde, zevende of achtste lid, 11, 13en 14, tweede en derde lid, daartoe opdracht heeft gegeven of feitelijk leiding geeft aan de rechtspersoon die in strijd met het bepaalde bij of krachtens artikel 13, eerste, tweede, derde of vierde lid, een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste het bedrag dat is vastgesteld voor de vijfde categorie, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0001854/artikel/23" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht</a>, per overtreding die is begaan.