BWBR0048156
Geldig vanaf 2025-10-01
Artikel 24
Wet digitale overheid
1. Een middelenuitgever of authenticatiedienst die onmiddellijk voor inwerkingtreding van dit artikel partij was bij een privaat stelsel van afspraken aangaande elektronische toegangsdiensten met de Staat wordt gedurende een periode van 18 maanden, gerekend van de dag na inwerkingtreding van dit artikel, geacht erkend te zijn op grond van artikel 11, eerste, onderscheidenlijk tweede lidmet betrekking tot het bedrijfs- en organisatiemiddel dat door hem in het kader van die afspraken wordt uitgegeven. Gedurende die 18 maanden wordt het betrokken bedrijfs- en organisatiemiddel geacht een erkend bedrijfs- en organisatiemiddel te zijn, met uitzondering van een bedrijfs- en organisatiemiddel dat binnen het stelsel functioneert op het niveau 1.
2. Een ontsluitende dienst of een machtigingsdienst die onmiddellijk voor inwerkingtreding van deze wet partij was bij een privaat stelsel van afspraken met de Staat aangaande elektronische toegangsdiensten, wordt gedurende een periode van 18 maanden, gerekend van de dag na inwerkingtreding van deze wet, geacht erkend te zijn op grond van artikel 11, derde lid.
3. Voor erkenning overeenkomstig dit overgangsrecht heeft te gelden dat een dienst of middel dat is toegetreden tot het private stelsel op niveau 4, niveau 3, niveau 2 of niveau 2+ wordt geacht erkend te zijn op het betrouwbaarheidsniveau hoog, substantieel onderscheidenlijk laag.
4. Dit artikel is niet van toepassing op partijen die binnen het private stelsel, bedoeld in het eerste en tweede lid, uitsluitend activiteiten op het niveau 1 uitvoeren.
5. Een bedrijfs- of organisatiemiddel dat voor inwerkingtreding van artikel 11werd gebruikt voor elektronische dienstverlening door een bestuursorgaan of aangewezen organisatie aan een specifieke doelgroep, gelet op de aard van de dienstverlening of de aard van het door de doelgroep uitgeoefende bedrijf of beroep, wordt geacht op grond van artikel 15, vijfde lid, aangewezen te zijn gedurende een periode van ten hoogste 18 maanden, gerekend van de dag na inwerkingtreding van deze wet. Deze erkenning van rechtswege vervalt na 18 maanden, gerekend van de dag na inwerkingtreding van deze wet, of zoveel eerder als Onze Minister dat middel op grond van artikel 15, vijfde lid, heeft aangewezen.
2. Een ontsluitende dienst of een machtigingsdienst die onmiddellijk voor inwerkingtreding van deze wet partij was bij een privaat stelsel van afspraken met de Staat aangaande elektronische toegangsdiensten, wordt gedurende een periode van 18 maanden, gerekend van de dag na inwerkingtreding van deze wet, geacht erkend te zijn op grond van artikel 11, derde lid.
3. Voor erkenning overeenkomstig dit overgangsrecht heeft te gelden dat een dienst of middel dat is toegetreden tot het private stelsel op niveau 4, niveau 3, niveau 2 of niveau 2+ wordt geacht erkend te zijn op het betrouwbaarheidsniveau hoog, substantieel onderscheidenlijk laag.
4. Dit artikel is niet van toepassing op partijen die binnen het private stelsel, bedoeld in het eerste en tweede lid, uitsluitend activiteiten op het niveau 1 uitvoeren.
5. Een bedrijfs- of organisatiemiddel dat voor inwerkingtreding van artikel 11werd gebruikt voor elektronische dienstverlening door een bestuursorgaan of aangewezen organisatie aan een specifieke doelgroep, gelet op de aard van de dienstverlening of de aard van het door de doelgroep uitgeoefende bedrijf of beroep, wordt geacht op grond van artikel 15, vijfde lid, aangewezen te zijn gedurende een periode van ten hoogste 18 maanden, gerekend van de dag na inwerkingtreding van deze wet. Deze erkenning van rechtswege vervalt na 18 maanden, gerekend van de dag na inwerkingtreding van deze wet, of zoveel eerder als Onze Minister dat middel op grond van artikel 15, vijfde lid, heeft aangewezen.