BWBR0048156
Geldig vanaf 2025-10-01
Artikel 22b
Wet digitale overheid
1. Voor de toepassing van artikel 1wordt onder «onderneming of rechtspersoon als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0021777/artikel/5" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 5</a>onderscheidenlijk <a href="/wet/BWBR0021777/artikel/6" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">6 van de Handelsregisterwet 2007</a>of een op grond van <a href="/wet/BWBR0021777/artikel/8" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 8, aanhef en onderdeel a, van die wet</a>aangewezen rechtspersoon» verstaan «onderneming of rechtspersoon als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0028503/artikel/3" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3</a>onderscheidenlijk <a href="/wet/BWBR0028503/artikel/4" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">4 van de Handelsregisterwet 2009 BES</a>».
2. Voor de toepassing van artikel 1en artikel 2, eerste lid, wordt onder «bestuursorganen als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/1:1" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 1:1, eerste lid, onderdeel a, van de Algemene wet bestuursrecht</a>» verstaan «bestuursorganen als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0028455/artikel/2" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 2, eerste lid, van de Wet administratieve rechtspraak BES</a>».
3. Voor de toepassing van artikel 2, derde lid, wordt onder «rechterlijke instanties» verstaan:
a. de Gerechten in eerste aanleg, bedoeld in artikel 1, onderdeel f, van de Rijkswet Gemeenschappelijk Hof van Justitie;
b. het Hof, bedoeld in artikel 1, onderdeel e, van de Rijkswet Gemeenschappelijk Hof van Justitie;
c. de Hoge Raad, bedoeld in artikel 1, onderdeel h, van de Rijkswet Gemeenschappelijk Hof van Justitie.
4. Voor de toepassing van het bepaalde bij of krachtens artikel 3, eerste lid, onderdeel a, wordt onder «bestuursorganen» verstaan «bestuursorganen als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0028455/artikel/2" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 2, eerste lid, van de Wet administratieve rechtspraak BES</a>».
5. Voor de toepassing van het bepaalde bij of krachtens artikel 3, eerste lid, onderdeel b, wordt onder «organen, personen en colleges als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/1:1" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 1:1, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht</a>» verstaan «organen als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0028455/artikel/2" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 2, eerste lid, onderdelen a tot en met d, van de Wet administratieve rechtspraak BES</a>».
2. Voor de toepassing van artikel 1en artikel 2, eerste lid, wordt onder «bestuursorganen als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/1:1" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 1:1, eerste lid, onderdeel a, van de Algemene wet bestuursrecht</a>» verstaan «bestuursorganen als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0028455/artikel/2" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 2, eerste lid, van de Wet administratieve rechtspraak BES</a>».
3. Voor de toepassing van artikel 2, derde lid, wordt onder «rechterlijke instanties» verstaan:
a. de Gerechten in eerste aanleg, bedoeld in artikel 1, onderdeel f, van de Rijkswet Gemeenschappelijk Hof van Justitie;
b. het Hof, bedoeld in artikel 1, onderdeel e, van de Rijkswet Gemeenschappelijk Hof van Justitie;
c. de Hoge Raad, bedoeld in artikel 1, onderdeel h, van de Rijkswet Gemeenschappelijk Hof van Justitie.
4. Voor de toepassing van het bepaalde bij of krachtens artikel 3, eerste lid, onderdeel a, wordt onder «bestuursorganen» verstaan «bestuursorganen als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0028455/artikel/2" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 2, eerste lid, van de Wet administratieve rechtspraak BES</a>».
5. Voor de toepassing van het bepaalde bij of krachtens artikel 3, eerste lid, onderdeel b, wordt onder «organen, personen en colleges als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/1:1" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 1:1, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht</a>» verstaan «organen als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0028455/artikel/2" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 2, eerste lid, onderdelen a tot en met d, van de Wet administratieve rechtspraak BES</a>».