BWBR0046658
Geldig vanaf 2024-08-21
Artikel 13
Subsidieregeling AMIF, ISF en BMVI 2021–2027
1. De kosten van arbeid kunnen bestaan uit drie componenten zijnde:
a. directe loonkosten;
b. kosten van eigen arbeid;
c. kosten van arbeid van vrijwilligers.
2. De directe loonkosten worden berekend door:
a. een vast percentage van het brutoloon, vermeerderd met een opslag van 37,5% van het brutoloon, overeenkomstig het vaste percentage van de tijd dat per maand aan het project wordt gewerkt zonder de verplichting om een afzonderlijk urenregistratiesysteem op te zetten.
b. een vast percentage van de in de kolom loonkosten per mensjaar in de Handleiding overheidstarieven voor de van toepassing zijnde salarisschaal opgenomen loonkosten overeenkomstig het vaste percentage van de tijd dat per maand aan het project wordt gewerkt zonder de verplichting om een afzonderlijk urenregistratiesysteem op te zetten.
c. de voor het project gewerkte uren te vermenigvuldigen met een uurtarief welke is berekend door het totale jaarlijks brutoloon, vermeerderd met een opslag van 37,5% voor werkgeverslasten te delen door 1.720 uur per jaar. Bij een parttime dienstverband wordt het aantal uren naar rato bepaald.
d. de voor het project gewerkte uren te vermenigvuldigen met de in de Handleiding Overheidstarieven, voor de van toepassing zijnde salarisschaal, genoemde productieve uurtarieven exclusief overhead en belasting over de toegevoegde waarde.
3. In plaats van het tweede lid kunnen de kosten van arbeid worden berekend door de directe kosten, niet bestaande uit kosten van arbeid of kosten waarvoor een overheidsopdracht is uitgeschreven, te vermenigvuldigen met 20%.
4. De kosten van de door een subsidieontvanger of een samenwerkingspartner verrichte eigen arbeid ten behoeve van het project worden, indien een berekening als bedoeld in het tweede lid niet mogelijk is, berekend door het aantal uren dat de betrokken persoon aan het project ten behoeve van deze activiteiten heeft gemaakt te vermenigvuldigen met een vast uurtarief van € 36.
5. De kosten van arbeid van vrijwilligers worden berekend volgens de regels die zijn opgenomen in het Handboek Loonheffingen van de Belastingdienst.
6. Indien er geen verplichting is om een afzonderlijk urenregistratiesysteem op te zetten dient er wel een gemotiveerd besluit van de organisatie te zijn waaruit blijkt dat de werknemer voor een vast percentage per maand wordt ingezet voor taken die specifiek verband houden met de uitvoering van het project.
7. Directe loonkosten van medewerkers die buiten Nederland in loondienst zijn en waarvan op de arbeidsovereenkomst geen Nederlands recht van toepassing is, bestaan uit:
a. de eigenlijke salarissen, mits deze kosten het gebruikelijke loonbeleid van de subsidieontvanger weerspiegelen;
b. sociale zekerheidsbijdragen, mits deze kosten het gebruikelijke loonbeleid van de subsidieontvanger weerspiegelen;
c. andere statutaire kosten, mits deze kosten het gebruikelijke loonbeleid van de subsidieontvanger weerspiegelen, en
d. voorzieningen ter dekking van statutaire verplichtingen en rechten in verband met de bezoldiging.
a. directe loonkosten;
b. kosten van eigen arbeid;
c. kosten van arbeid van vrijwilligers.
2. De directe loonkosten worden berekend door:
a. een vast percentage van het brutoloon, vermeerderd met een opslag van 37,5% van het brutoloon, overeenkomstig het vaste percentage van de tijd dat per maand aan het project wordt gewerkt zonder de verplichting om een afzonderlijk urenregistratiesysteem op te zetten.
b. een vast percentage van de in de kolom loonkosten per mensjaar in de Handleiding overheidstarieven voor de van toepassing zijnde salarisschaal opgenomen loonkosten overeenkomstig het vaste percentage van de tijd dat per maand aan het project wordt gewerkt zonder de verplichting om een afzonderlijk urenregistratiesysteem op te zetten.
c. de voor het project gewerkte uren te vermenigvuldigen met een uurtarief welke is berekend door het totale jaarlijks brutoloon, vermeerderd met een opslag van 37,5% voor werkgeverslasten te delen door 1.720 uur per jaar. Bij een parttime dienstverband wordt het aantal uren naar rato bepaald.
d. de voor het project gewerkte uren te vermenigvuldigen met de in de Handleiding Overheidstarieven, voor de van toepassing zijnde salarisschaal, genoemde productieve uurtarieven exclusief overhead en belasting over de toegevoegde waarde.
3. In plaats van het tweede lid kunnen de kosten van arbeid worden berekend door de directe kosten, niet bestaande uit kosten van arbeid of kosten waarvoor een overheidsopdracht is uitgeschreven, te vermenigvuldigen met 20%.
4. De kosten van de door een subsidieontvanger of een samenwerkingspartner verrichte eigen arbeid ten behoeve van het project worden, indien een berekening als bedoeld in het tweede lid niet mogelijk is, berekend door het aantal uren dat de betrokken persoon aan het project ten behoeve van deze activiteiten heeft gemaakt te vermenigvuldigen met een vast uurtarief van € 36.
5. De kosten van arbeid van vrijwilligers worden berekend volgens de regels die zijn opgenomen in het Handboek Loonheffingen van de Belastingdienst.
6. Indien er geen verplichting is om een afzonderlijk urenregistratiesysteem op te zetten dient er wel een gemotiveerd besluit van de organisatie te zijn waaruit blijkt dat de werknemer voor een vast percentage per maand wordt ingezet voor taken die specifiek verband houden met de uitvoering van het project.
7. Directe loonkosten van medewerkers die buiten Nederland in loondienst zijn en waarvan op de arbeidsovereenkomst geen Nederlands recht van toepassing is, bestaan uit:
a. de eigenlijke salarissen, mits deze kosten het gebruikelijke loonbeleid van de subsidieontvanger weerspiegelen;
b. sociale zekerheidsbijdragen, mits deze kosten het gebruikelijke loonbeleid van de subsidieontvanger weerspiegelen;
c. andere statutaire kosten, mits deze kosten het gebruikelijke loonbeleid van de subsidieontvanger weerspiegelen, en
d. voorzieningen ter dekking van statutaire verplichtingen en rechten in verband met de bezoldiging.