BWBR0046658
Geldig vanaf 2024-08-21
Artikel 12
Subsidieregeling AMIF, ISF en BMVI 2021–2027
1. De subsidie kan, op grond van artikel 53 van de Verordening gemeenschappelijke bepalingen, de volgende vormen aannemen:
a. vergoeding van subsidiabele kosten die daadwerkelijk zijn gemaakt;
b. eenheidskosten;
c. vaste bedragen;
d. financiering volgens een vast percentage, bepaald door een percentage toe te passen op een of meer gedefinieerde categorieën kosten;
e. een combinatie van de vormen, bedoeld in onderdeel a tot en met d.
2. De minister stelt ambtshalve vast welke subsidievorm, bedoeld in het eerste lid, wordt toegepast, alsmede in hoeverre een combinatie van deze subsidievormen mogelijk is.
3. Ter uitvoering van de subsidiabele activiteiten van het project komen voor subsidiëring uitsluitend de volgende kostensoorten in aanmerking:
a. kosten van arbeid van de personen die zich in de rechtspersoon van de subsidieaanvrager of een van de partijen van het samenwerkingsverband bezighouden met de uitvoering van het project.
b. Reiskosten en verblijfskosten van medewerkers en kosten van langdurig verblijf van uitgezonden medewerkers;
c. specifieke uitgaven in verband met doelgroepen;
d. kosten van materieel;
e. kosten van onroerende zaken;
f. overige externe kosten;
g. indirecte kosten.
4. De kosten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, en derde lid, zijn daadwerkelijk gemaakt en betaald, waarbij de kosten ten laste van het project zijn gebleven en rechtstreeks aan de uitvoering of het beheer van het project zijn toe te rekenen, met uitzondering kosten die worden bepaald op forfaitaire percentages.
5. Niet aanbestedende diensten dienen voor opdrachten met kosten in het project gelijk aan of hoger dan € 50.000 de marktconformiteit aan te tonen door middel van een uitgevoerde offerteprocedure waarbij ten minste drie offertes zijn aangevraagd en beoordeeld, het doorlopen van een niet-openbare aanbestedingsprocedure of het doorlopen van een openbare aanbestedingsprocedure. Aanbestedende diensten dienen bij het plaatsen van opdrachten altijd te voldoen aan de van toepassing zijnde nationale of Europese aanbestedingsprocedures.
6. In de kosten van arbeid ten behoeve van het project verricht door verbonden organisaties, partijen in het samenwerkingsverband, organisaties die, direct of indirect, zijn vertegenwoordigd in het bestuur van de subsidieaanvrager of in het bestuur van een samenwerkingspartner of organisaties waar een persoon een aanmerkelijk financieel belang heeft dan wel in het bestuur zit, welke persoon ook werkzaam is voor de subsidieaanvrager of een partij uit het samenwerkingsverband, mogen geen winstopslagen opgenomen zijn. De door de genoemde organisaties verrichte arbeid ten behoeve van het project is slechts subsidiabel op basis van kosten van arbeid als bedoeld in artikel 13. Voor organisaties binnen de Rijksoverheid is het ook toegestaan om kostprijstarieven te hanteren die binnen het betreffende ministerie zijn goedgekeurd en zijn gehanteerd in de goedgekeurde departementale begroting.
7. Onder een verbonden organisatie als bedoeld in het zesde lid wordt verstaan een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie:
a. waarop de subsidieontvanger, dan wel een bij het project betrokken partij, direct of indirect een overheersende invloed kan uitoefenen;
b. die direct of indirect een overheersende invloed op de subsidieontvanger, dan wel op een bij het project betrokken partij, kan uitoefenen; of
c. die, tezamen met de subsidieontvanger, dan wel met een bij het project betrokken partij, direct of indirect onderworpen is aan de overheersende invloed van een andere organisatie uit hoofde van eigendom, financiële deelneming of op haar van toepassing zijnde voorschriften.
8. Overheersende invloed als bedoeld in het zevende lid wordt vermoed, indien een organisatie direct of indirect, ten opzichte van een andere organisatie:
a. de meerderheid van het geplaatste kapitaal van de organisatie bezit;
b. over de meerderheid van de stemmen beschikt die aan de door de organisatie uitgegeven aandelen zijn verbonden; of
c. meer dan de helft van de leden van het bestuurs-, leidinggevend of toezichthoudend orgaan van de organisatie kan benoemen.
a. vergoeding van subsidiabele kosten die daadwerkelijk zijn gemaakt;
b. eenheidskosten;
c. vaste bedragen;
d. financiering volgens een vast percentage, bepaald door een percentage toe te passen op een of meer gedefinieerde categorieën kosten;
e. een combinatie van de vormen, bedoeld in onderdeel a tot en met d.
2. De minister stelt ambtshalve vast welke subsidievorm, bedoeld in het eerste lid, wordt toegepast, alsmede in hoeverre een combinatie van deze subsidievormen mogelijk is.
3. Ter uitvoering van de subsidiabele activiteiten van het project komen voor subsidiëring uitsluitend de volgende kostensoorten in aanmerking:
a. kosten van arbeid van de personen die zich in de rechtspersoon van de subsidieaanvrager of een van de partijen van het samenwerkingsverband bezighouden met de uitvoering van het project.
b. Reiskosten en verblijfskosten van medewerkers en kosten van langdurig verblijf van uitgezonden medewerkers;
c. specifieke uitgaven in verband met doelgroepen;
d. kosten van materieel;
e. kosten van onroerende zaken;
f. overige externe kosten;
g. indirecte kosten.
4. De kosten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, en derde lid, zijn daadwerkelijk gemaakt en betaald, waarbij de kosten ten laste van het project zijn gebleven en rechtstreeks aan de uitvoering of het beheer van het project zijn toe te rekenen, met uitzondering kosten die worden bepaald op forfaitaire percentages.
5. Niet aanbestedende diensten dienen voor opdrachten met kosten in het project gelijk aan of hoger dan € 50.000 de marktconformiteit aan te tonen door middel van een uitgevoerde offerteprocedure waarbij ten minste drie offertes zijn aangevraagd en beoordeeld, het doorlopen van een niet-openbare aanbestedingsprocedure of het doorlopen van een openbare aanbestedingsprocedure. Aanbestedende diensten dienen bij het plaatsen van opdrachten altijd te voldoen aan de van toepassing zijnde nationale of Europese aanbestedingsprocedures.
6. In de kosten van arbeid ten behoeve van het project verricht door verbonden organisaties, partijen in het samenwerkingsverband, organisaties die, direct of indirect, zijn vertegenwoordigd in het bestuur van de subsidieaanvrager of in het bestuur van een samenwerkingspartner of organisaties waar een persoon een aanmerkelijk financieel belang heeft dan wel in het bestuur zit, welke persoon ook werkzaam is voor de subsidieaanvrager of een partij uit het samenwerkingsverband, mogen geen winstopslagen opgenomen zijn. De door de genoemde organisaties verrichte arbeid ten behoeve van het project is slechts subsidiabel op basis van kosten van arbeid als bedoeld in artikel 13. Voor organisaties binnen de Rijksoverheid is het ook toegestaan om kostprijstarieven te hanteren die binnen het betreffende ministerie zijn goedgekeurd en zijn gehanteerd in de goedgekeurde departementale begroting.
7. Onder een verbonden organisatie als bedoeld in het zesde lid wordt verstaan een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie:
a. waarop de subsidieontvanger, dan wel een bij het project betrokken partij, direct of indirect een overheersende invloed kan uitoefenen;
b. die direct of indirect een overheersende invloed op de subsidieontvanger, dan wel op een bij het project betrokken partij, kan uitoefenen; of
c. die, tezamen met de subsidieontvanger, dan wel met een bij het project betrokken partij, direct of indirect onderworpen is aan de overheersende invloed van een andere organisatie uit hoofde van eigendom, financiële deelneming of op haar van toepassing zijnde voorschriften.
8. Overheersende invloed als bedoeld in het zevende lid wordt vermoed, indien een organisatie direct of indirect, ten opzichte van een andere organisatie:
a. de meerderheid van het geplaatste kapitaal van de organisatie bezit;
b. over de meerderheid van de stemmen beschikt die aan de door de organisatie uitgegeven aandelen zijn verbonden; of
c. meer dan de helft van de leden van het bestuurs-, leidinggevend of toezichthoudend orgaan van de organisatie kan benoemen.