BWBR0046418
Geldig vanaf 2022-04-01
Artikel 9
Regeling specifieke uitkeringen lokale en regionale MIRT-projecten en MIRT-projectpakketten
1. Een aanvraag van een specifieke uitkering heeft betrekking op een van de fasen van een project of projectpakket, genoemd in het tweede tot en met vierde lid.
2. De aanvraag van een specifieke uitkering voor de verkenningsfase van een project of projectpakket gaat vergezeld van:
a. een plan van aanpak, waarin ten minste is opgenomen: 1° een omschrijving van de aard, omvang en urgentie van de opgave en een onderbouwing van het nationale belang van het project of projectpakket;
2° een beschrijving op hoofdlijnen van de aanpak van de verkenning, waaronder de afweging van mogelijke oplossingen en het besluitvormingsproces;
3° een omschrijving van de activiteiten waarvoor de specifieke uitkering wordt aangevraagd;
4° een tijdschema van de verkenning;
5° een omschrijving van de belanghebbende partijen en hun betrokkenheid en een opgave van de door de betrokken medeoverheden gereserveerde budgetten voor de realisatie;
1° een omschrijving van de aard, omvang en urgentie van de opgave en een onderbouwing van het nationale belang van het project of projectpakket;
2° een beschrijving op hoofdlijnen van de aanpak van de verkenning, waaronder de afweging van mogelijke oplossingen en het besluitvormingsproces;
3° een omschrijving van de activiteiten waarvoor de specifieke uitkering wordt aangevraagd;
4° een tijdschema van de verkenning;
5° een omschrijving van de belanghebbende partijen en hun betrokkenheid en een opgave van de door de betrokken medeoverheden gereserveerde budgetten voor de realisatie;
b. een raming van de kosten die in de verkenningsfase in aanmerking komen voor een specifieke uitkering, overeenkomstig artikel 7, eerste lid;
c. een raming van de kosten van het meest waarschijnlijke ontwerp van het project of projectpakket die in de planuitwerkingsfase of de realisatiefase in aanmerking komen voor een specifieke uitkering, overeenkomstig artikel 7, tweede lid, onderscheidenlijk artikel 7, derde lid; en
d. het bedrag waarvoor de specifieke uitkering wordt aangevraagd.
3. De aanvraag van een specifieke uitkering voor de planuitwerkingsfase van een project of projectpakket gaat vergezeld van:
a. een eindverantwoording over de in de verkenningsfase behaalde resultaten en het voorkeursalternatief, waarin ten minste is opgenomen: 1° een beschrijving van de in kaart gebrachte en afgewogen oplossingsrichtingen;
2° een beschrijving van het besluitvormingsproces en de betrokkenheid van belanghebbende partijen bij de totstandkoming van het voorkeursalternatief;
3° een ontwerp van het voorkeursalternatief;
4° een raming van de kosten van het voorkeursalternatief;
5° een beschrijving van de verkeers- en vervoerseffecten;
6° het milieueffectrapport, indien in de verkenningsfase een milieueffectrapportage heeft plaatsgevonden;
7° een maatschappelijke kosten-batenanalyse conform de Werkwijzer MKBA bij MIRT-verkenningen;
1° een beschrijving van de in kaart gebrachte en afgewogen oplossingsrichtingen;
2° een beschrijving van het besluitvormingsproces en de betrokkenheid van belanghebbende partijen bij de totstandkoming van het voorkeursalternatief;
3° een ontwerp van het voorkeursalternatief;
4° een raming van de kosten van het voorkeursalternatief;
5° een beschrijving van de verkeers- en vervoerseffecten;
6° het milieueffectrapport, indien in de verkenningsfase een milieueffectrapportage heeft plaatsgevonden;
7° een maatschappelijke kosten-batenanalyse conform de Werkwijzer MKBA bij MIRT-verkenningen;
b. een plan van aanpak, waarin ten minste is opgenomen: 1° een beschrijving van de wijze waarop het voorkeursalternatief nader wordt uitgewerkt;
2° een omschrijving van de activiteiten waarvoor de specifieke uitkering wordt aangevraagd;
3° een planning van de nadere uitwerking en realisatie van het voorkeursalternatief;
4° een raming van de kosten van de meest doelmatige variant van het project of projectpakket, indien het voorkeursalternatief hiervan afwijkt;
5° een overzicht van de beschikbare budgetten voor de bekostiging van het voorkeursalternatief en een omschrijving van de exploitatiegevolgen, indien het een project of projectpakket betreft ten behoeve van openbaar vervoer;
1° een beschrijving van de wijze waarop het voorkeursalternatief nader wordt uitgewerkt;
2° een omschrijving van de activiteiten waarvoor de specifieke uitkering wordt aangevraagd;
3° een planning van de nadere uitwerking en realisatie van het voorkeursalternatief;
4° een raming van de kosten van de meest doelmatige variant van het project of projectpakket, indien het voorkeursalternatief hiervan afwijkt;
5° een overzicht van de beschikbare budgetten voor de bekostiging van het voorkeursalternatief en een omschrijving van de exploitatiegevolgen, indien het een project of projectpakket betreft ten behoeve van openbaar vervoer;
c. een raming van de kosten die in de planuitwerkingsfase onderscheidenlijk de realisatiefase in aanmerking komen voor een specifieke uitkering, overeenkomstig artikel 7, tweede lid, onderscheidenlijk artikel 7, derde lid; en
d. het bedrag waarvoor de specifieke uitkering wordt aangevraagd.
4. De aanvraag van een specifieke uitkering voor de realisatiefase van een project of projectpakket gaat vergezeld van:
a. een eindverantwoording over de in de planuitwerkingsfase behaalde resultaten, waarin ten minste is opgenomen: 1° een beschrijving van het besluitvormingsproces en de betrokkenheid van belanghebbende partijen bij de nadere uitwerking van het voorkeursalternatief;
2° een nadere uitwerking van het ontwerp van het voorkeursalternatief;
3° een nadere uitwerking van de kostenraming van het voorkeursalternatief, inclusief een reservering voor voorziene risico’s en een reservering voor onvoorziene risico’s;
4° een risicoanalyse inclusief een beschrijving van de beheersmaatregelen voor de belangrijkste risico’s;
5° het milieueffectrapport, indien in de planuitwerkingsfase een milieueffectrapportage heeft plaatsgevonden;
6° de planning van de realisatie van het voorkeursalternatief;
7° het besluit van het bevoegde bestuursorgaan van de aanvrager tot de realisatie van het project, waaruit blijkt dat de kosten voor realisatie alsmede de kosten voor het beheer en onderhoud zijn gereserveerd in zijn meerjarige begroting;
8° de berekeningen van de exploitatiegevolgen, indien het een project of projectpakket betreft ten behoeve van openbaar vervoer;
1° een beschrijving van het besluitvormingsproces en de betrokkenheid van belanghebbende partijen bij de nadere uitwerking van het voorkeursalternatief;
2° een nadere uitwerking van het ontwerp van het voorkeursalternatief;
3° een nadere uitwerking van de kostenraming van het voorkeursalternatief, inclusief een reservering voor voorziene risico’s en een reservering voor onvoorziene risico’s;
4° een risicoanalyse inclusief een beschrijving van de beheersmaatregelen voor de belangrijkste risico’s;
5° het milieueffectrapport, indien in de planuitwerkingsfase een milieueffectrapportage heeft plaatsgevonden;
6° de planning van de realisatie van het voorkeursalternatief;
7° het besluit van het bevoegde bestuursorgaan van de aanvrager tot de realisatie van het project, waaruit blijkt dat de kosten voor realisatie alsmede de kosten voor het beheer en onderhoud zijn gereserveerd in zijn meerjarige begroting;
8° de berekeningen van de exploitatiegevolgen, indien het een project of projectpakket betreft ten behoeve van openbaar vervoer;
b. een beschrijving van de te behalen mijlpalen in de realisatiefase en een raming van de voor elke mijlpaal te maken kosten;
c. een raming van de kosten die in de realisatiefase in aanmerking komen voor een specifieke uitkering, overeenkomstig artikel 7, derde lid; en
d. het bedrag waarvoor de specifieke uitkering wordt aangevraagd en een voorstel voor het kasritme op basis van de beschreven mijlpalen.
2. De aanvraag van een specifieke uitkering voor de verkenningsfase van een project of projectpakket gaat vergezeld van:
a. een plan van aanpak, waarin ten minste is opgenomen: 1° een omschrijving van de aard, omvang en urgentie van de opgave en een onderbouwing van het nationale belang van het project of projectpakket;
2° een beschrijving op hoofdlijnen van de aanpak van de verkenning, waaronder de afweging van mogelijke oplossingen en het besluitvormingsproces;
3° een omschrijving van de activiteiten waarvoor de specifieke uitkering wordt aangevraagd;
4° een tijdschema van de verkenning;
5° een omschrijving van de belanghebbende partijen en hun betrokkenheid en een opgave van de door de betrokken medeoverheden gereserveerde budgetten voor de realisatie;
1° een omschrijving van de aard, omvang en urgentie van de opgave en een onderbouwing van het nationale belang van het project of projectpakket;
2° een beschrijving op hoofdlijnen van de aanpak van de verkenning, waaronder de afweging van mogelijke oplossingen en het besluitvormingsproces;
3° een omschrijving van de activiteiten waarvoor de specifieke uitkering wordt aangevraagd;
4° een tijdschema van de verkenning;
5° een omschrijving van de belanghebbende partijen en hun betrokkenheid en een opgave van de door de betrokken medeoverheden gereserveerde budgetten voor de realisatie;
b. een raming van de kosten die in de verkenningsfase in aanmerking komen voor een specifieke uitkering, overeenkomstig artikel 7, eerste lid;
c. een raming van de kosten van het meest waarschijnlijke ontwerp van het project of projectpakket die in de planuitwerkingsfase of de realisatiefase in aanmerking komen voor een specifieke uitkering, overeenkomstig artikel 7, tweede lid, onderscheidenlijk artikel 7, derde lid; en
d. het bedrag waarvoor de specifieke uitkering wordt aangevraagd.
3. De aanvraag van een specifieke uitkering voor de planuitwerkingsfase van een project of projectpakket gaat vergezeld van:
a. een eindverantwoording over de in de verkenningsfase behaalde resultaten en het voorkeursalternatief, waarin ten minste is opgenomen: 1° een beschrijving van de in kaart gebrachte en afgewogen oplossingsrichtingen;
2° een beschrijving van het besluitvormingsproces en de betrokkenheid van belanghebbende partijen bij de totstandkoming van het voorkeursalternatief;
3° een ontwerp van het voorkeursalternatief;
4° een raming van de kosten van het voorkeursalternatief;
5° een beschrijving van de verkeers- en vervoerseffecten;
6° het milieueffectrapport, indien in de verkenningsfase een milieueffectrapportage heeft plaatsgevonden;
7° een maatschappelijke kosten-batenanalyse conform de Werkwijzer MKBA bij MIRT-verkenningen;
1° een beschrijving van de in kaart gebrachte en afgewogen oplossingsrichtingen;
2° een beschrijving van het besluitvormingsproces en de betrokkenheid van belanghebbende partijen bij de totstandkoming van het voorkeursalternatief;
3° een ontwerp van het voorkeursalternatief;
4° een raming van de kosten van het voorkeursalternatief;
5° een beschrijving van de verkeers- en vervoerseffecten;
6° het milieueffectrapport, indien in de verkenningsfase een milieueffectrapportage heeft plaatsgevonden;
7° een maatschappelijke kosten-batenanalyse conform de Werkwijzer MKBA bij MIRT-verkenningen;
b. een plan van aanpak, waarin ten minste is opgenomen: 1° een beschrijving van de wijze waarop het voorkeursalternatief nader wordt uitgewerkt;
2° een omschrijving van de activiteiten waarvoor de specifieke uitkering wordt aangevraagd;
3° een planning van de nadere uitwerking en realisatie van het voorkeursalternatief;
4° een raming van de kosten van de meest doelmatige variant van het project of projectpakket, indien het voorkeursalternatief hiervan afwijkt;
5° een overzicht van de beschikbare budgetten voor de bekostiging van het voorkeursalternatief en een omschrijving van de exploitatiegevolgen, indien het een project of projectpakket betreft ten behoeve van openbaar vervoer;
1° een beschrijving van de wijze waarop het voorkeursalternatief nader wordt uitgewerkt;
2° een omschrijving van de activiteiten waarvoor de specifieke uitkering wordt aangevraagd;
3° een planning van de nadere uitwerking en realisatie van het voorkeursalternatief;
4° een raming van de kosten van de meest doelmatige variant van het project of projectpakket, indien het voorkeursalternatief hiervan afwijkt;
5° een overzicht van de beschikbare budgetten voor de bekostiging van het voorkeursalternatief en een omschrijving van de exploitatiegevolgen, indien het een project of projectpakket betreft ten behoeve van openbaar vervoer;
c. een raming van de kosten die in de planuitwerkingsfase onderscheidenlijk de realisatiefase in aanmerking komen voor een specifieke uitkering, overeenkomstig artikel 7, tweede lid, onderscheidenlijk artikel 7, derde lid; en
d. het bedrag waarvoor de specifieke uitkering wordt aangevraagd.
4. De aanvraag van een specifieke uitkering voor de realisatiefase van een project of projectpakket gaat vergezeld van:
a. een eindverantwoording over de in de planuitwerkingsfase behaalde resultaten, waarin ten minste is opgenomen: 1° een beschrijving van het besluitvormingsproces en de betrokkenheid van belanghebbende partijen bij de nadere uitwerking van het voorkeursalternatief;
2° een nadere uitwerking van het ontwerp van het voorkeursalternatief;
3° een nadere uitwerking van de kostenraming van het voorkeursalternatief, inclusief een reservering voor voorziene risico’s en een reservering voor onvoorziene risico’s;
4° een risicoanalyse inclusief een beschrijving van de beheersmaatregelen voor de belangrijkste risico’s;
5° het milieueffectrapport, indien in de planuitwerkingsfase een milieueffectrapportage heeft plaatsgevonden;
6° de planning van de realisatie van het voorkeursalternatief;
7° het besluit van het bevoegde bestuursorgaan van de aanvrager tot de realisatie van het project, waaruit blijkt dat de kosten voor realisatie alsmede de kosten voor het beheer en onderhoud zijn gereserveerd in zijn meerjarige begroting;
8° de berekeningen van de exploitatiegevolgen, indien het een project of projectpakket betreft ten behoeve van openbaar vervoer;
1° een beschrijving van het besluitvormingsproces en de betrokkenheid van belanghebbende partijen bij de nadere uitwerking van het voorkeursalternatief;
2° een nadere uitwerking van het ontwerp van het voorkeursalternatief;
3° een nadere uitwerking van de kostenraming van het voorkeursalternatief, inclusief een reservering voor voorziene risico’s en een reservering voor onvoorziene risico’s;
4° een risicoanalyse inclusief een beschrijving van de beheersmaatregelen voor de belangrijkste risico’s;
5° het milieueffectrapport, indien in de planuitwerkingsfase een milieueffectrapportage heeft plaatsgevonden;
6° de planning van de realisatie van het voorkeursalternatief;
7° het besluit van het bevoegde bestuursorgaan van de aanvrager tot de realisatie van het project, waaruit blijkt dat de kosten voor realisatie alsmede de kosten voor het beheer en onderhoud zijn gereserveerd in zijn meerjarige begroting;
8° de berekeningen van de exploitatiegevolgen, indien het een project of projectpakket betreft ten behoeve van openbaar vervoer;
b. een beschrijving van de te behalen mijlpalen in de realisatiefase en een raming van de voor elke mijlpaal te maken kosten;
c. een raming van de kosten die in de realisatiefase in aanmerking komen voor een specifieke uitkering, overeenkomstig artikel 7, derde lid; en
d. het bedrag waarvoor de specifieke uitkering wordt aangevraagd en een voorstel voor het kasritme op basis van de beschreven mijlpalen.